Onrechtmatige overheidsdaad

Inleiding onrechtmatige overheidsdaad

De overheid (gemeenten, provincies, de Nederlandse Staat enz.) functioneren in de regel in hun bestuursrechtelijke hoedanigheid. De overheid oefent daarbij de taken en bevoegdheden uit, die haar zijn opgedragen op grond van de verschillende wetten waarin hun functioneren geregeld wordt. Zoals het afgeven van vergunningen, het beheer van de openbare ruimte, het organiseren van onderwijs en zorg, het handhaven van de openbare orde en de rechtsorde enzovoort. De verhouding tussen burger en overheid is dan “top down” (verticaal): de overheid bestuurt het leven van de burger binnen de domeinen waarin haar dat is opgedragen.

Daarnaast neemt de overheid ook deel aan het burgerrechtelijke rechtsverkeer alsof zij een gewone burger is. Zij is eigenaar van gebouwen en roerende zaken, en sluit allerlei overeenkomsten af met burgers en bedrijven. Bij voorbeeld koopovereenkomsten, huurovereenkomsten of overeenkomsten van opdracht met dienstverleners. De verhouding tussen de overheid en de burger is dan op gelijke voet: horizontaal. De overheid is dan gewoon een burger zoals iedereen.

Bij dat optreden “als burger” kan ook zij een onrechtmatige daad (art. 6:162 B.W.) begaan: een onrechtmatig handelen of nalaten, waardoor een andere burger schade lijdt. De overheid kan echter ook onrechtmatig handelen wanneer zij haar publieke taak uitoefent. Ze kan bij het uitoefenen van haar publiekrechtelijke taken de belangen van anderen op onrechtmatige wijze schaden. We spreken dan van een “onrechtmatige overheidsdaad”.

[MdV, 30-07-2016]

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.