LawyrupBurgerlijk wetboekBijzondere overeenkomsten (Boek 7 B.W.)Opdracht (Titel 7, Boek 7 B.W.)Geneeskundige behandelingsovereenkomst (Afd. 5, Titel 7, Boek 7 B.W.)

Geneeskundige behandelingsovereenkomst (Afd. 5, Titel 7, Boek 7 B.W.)

Inleiding geneeskundige behandelingsovereenkomst

De wettelijke regeling van de geneeskundige behandelingsovereenkomst (“Wet wgbo”) is in 1994 (i.w.tr. 1 april 1995, Stb. 1994, nr. 845) opgenomen in Afd. 5, Titel 7, Boek 7 B.W. als species van de overeenkomst van opdracht. Deze wettelijke regeling is toegevoegd vanuit de wens om de rechtspositie van de patiënt te versterken.

De Wet was mede in het kader van de voorbereiding van de Wet BIG al geruime tijd in voorbereiding, zie de Memorie van Toelichtingvan de toenmalige Minister van Justitie Hirsch Ballin uit vergaderjaar 1989-1990.

De afdeling omvat 22 bepalingen (art. 7:446 B.W. tot en met art. 7:468 B.W.).

Definitie behandelingsovereenkomst

In art. 7:446 lid 1 B.W. wordt de behandelingsovereenkomst gedefinieerd als volgt:

“De overeenkomst waarbij een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, de hulpverlener, zich in de uitoefening van een geneeskundig beroep of bedrijf tegenover een ander, de opdrachtgever, verbindt tot het verrichten van handelingen op het gebied van de geneeskunst, rechtstreeks betrekking hebbende op de persoon van de opdrachtgever of van een bepaalde derde.”

Degene op wiens persoon de handelingen rechtstreeks betrekking hebben wordt verder aangeduid als de patiënt.

Definitie “geneeskundige handelingen”

Onder geneeskundige handelingen is te verstaan (lid 2):

– alle verrichtingen – het onderzoeken en het geven van raad daaronder begrepen – rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon en ertoe strekkende hem van een ziekte te genezen, hem voor het ontstaan van een ziekte te behoeden of zijn gezondheidstoestand te beoordelen, dan wel deze verloskundige bijstand te verlenen;

– en alle andere handelingen, rechtstreeks betrekking hebbende op een persoon, die worden verricht door een arts of tandarts in die hoedanigheid;

– het in het kader daarvan verplegen en verzorgen van de patiënt en het rechtstreeks ten behoeve van de patiënt voorzien in de materiële omstandigheden waaronder die handelingen kunnen worden verricht (lid 3).

Bij medische keuringen in opdracht van een derde is er geen sprake van een medische behandelingsovereenkomst (lid 4).

Handelingsbekwaamheid v.a. 16 jaar

De minderjarige patiënt is vanaf 16 jaar handelingsbekwaam met betrekking tot het aangaan van medische behandelingsovereenkomsten  art. 7:447 B.W.).

De minderjarige is ook zelf aansprakelijk voor de betalingsverplichtingen die daaruit voortvloeien, onverlet de onderhoudsplicht van de ouders (lid 2).

De minderjarige kan inzake die behandelingsovereenkomst zelf in en buiten rechte optreden (lid 3). Dit is een wettelijke uitzondering op de normale wettelijke vertegenwoordiging van minderjarigen.

Verplichting tot voorlichting door de behandelaar

De behandelaar is wettelijk verplicht de patiënt van tevoren voor te lichten over de behandeling (art. 7:448 lid 1 B.W.). Dit geldt zowel voor het voorgenomen onderzoek, de voorgestelde behandeling, de ontwikkelingen omtrent het onderzoek, de behandeling en de gezondheidstoestand van de patiënt. Als de patiënt dat wil wordt de informatie schriftelijk verstrekt. Er worden in de praktijk vaak al standaard folders verstrekt of aangeboden.

Patiënten jonger dan 12 jaar worden voorgelicht op een wijze die past bij hun bevattingsvermogen. Oudere patiënten moeten ook worden voorgelicht conform hun bevattingsvermogen, d.w.z.met inachtneming van het feit dat de patiënt doorgaans niet medisch geschoold is.

Daarbij moet worden ingegaan op de aard van de behandeling, de risico’s de kansen, de alternatieve mogelijkheden van behandeling en de stand van de wetenschap (lid 2).

Het belang van de verplichting van een volledige voorlichting van de patiënt wordt benadrukt in lid 3: de hulpverlener mag de patiënt bedoelde inlichtingen slechts onthouden voor zover het verstrekken ervan kennelijk ernstig nadeel voor de patiënt zou opleveren. Als de behandelaar hiertoe besluit overlegt hij dit met een andere hulpverlener. De informatie moet dan aan een ander dan de patiënt (bvb. een familielid of partner) worden verstrekt. Wanneer het kennelijk ernstige nadeel is geweken, dan moet de patiënt alsnog worden voorgelicht.

Afzien van voorlichting

De patiënt mag ervoor kiezen geen voorlichting over de behandeling te krijgen, tenzij het belang dat de patiënt daarbij heeft niet opweegt tegen het nadeel dat daaruit voor hemzelf of anderen kan voortvloeien (art. 7:449 B.W.).

Toestemming voor de behandeling

De patiënt moet toestemming verlenen voor de behandeling (art. 7:450 lid 1 B.W.). Voor ingrijpende behandelingen legt de behandelaar desgevraagd schriftelijk vast voor welke ingrepen toestemming is gegeven (art. 7:451 B.W.).

Toestemming minderjarigen

Indien de patiënt minderjarig is en de leeftijd van twaalf maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, is tevens de toestemming van de ouders die het gezag over hem uitoefenen of van zijn voogd vereist (art. 7:450 lid 2 B.W.).

De verrichting kan echter zonder de toestemming van de ouders of de voogd worden uitgevoerd, indien zij kennelijk nodig is teneinde ernstig nadeel voor de patiënt te voorkomen, en indien de patiënt ook na de weigering van de toestemming, de verrichting weloverwogen blijft wensen.

Weigering toestemming wilsonbekwamen bij codicil

In het geval waarin een patiënt van zestien jaren of ouder niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen, worden door de behandelaar de kennelijke opvattingen van de patiënt, geuit in schriftelijke vorm toen deze tot bedoelde redelijke waardering nog in staat was en inhoudende een weigering van toestemming opgevolgd. De behandelaar overlegt dit met de wettelijk vertegenwoordiger of een familielid als bedoeld in art. 7:465 lid 2 of 3 B.W..

De behandelaar kan hiervan afwijken indien hij daartoe gegronde redenen aanwezig acht (art. 7:450 lid 3 B.W.).

Verplichtingen patiënt

Op de patiënt rust de verplichting de behandelaar zo goed en volledig mogelijk in te lichten over zijn gezondheidstoestand en klachten (art. 7:452 B.W.). Ook moet hij de voor de behandeling vereiste medewerking verlenen.

Zorgvuldige uitvoering behandeling door behandelaar

De behandelaar moet – conform de algemene maatstaf van een redelijk bekwaam handelende professional, zoals deze in veel situaties geldt – bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht nemen (art. 7:453 B.W.).

De behandelaar (“hulpverlener”, zoals de wet hem/haar aanduidt) moet daarbij ook handelen in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor hulpverleners geldende professionele standaard. De wet verwijst daarbij expliciet ook naar de kwaliteitsstandaard van art. 1 aanhef en sub z van de Zorgverzekeringswet.

Patiëntendossier

De behandelaar moet ook een adequaat dossier aanleggen (art. 7:454 B.W.). De termijn van de bewaarplicht is 15 jaar (lid 3).

Desgevraagd vernietigt de behandelaar het dossier (art. 7:455 B.W.). Uitgezonderd de gegevens bedoeld in lid 2. De patiënt ontvangt desgevraagd een afschrift (art. 7:456 B.W.).

Privacy van de patiënt

Geheimhouding

Een eerste element van de privacy van de patiënt betreft de medische gegevens in het dossier. De behandelaar draagt er zorg voor, dat anderen dan de patiënt geen inzage in het patiëntendossier krijgen (art. 7:457 B.W.). Tenzij de patiënt daar toestemming voor geeft. Daaronder zijn personen die de behandelaar ondersteunen bij de behandeling en medebehandelaars niet begrepen (lid 2). Aan de personen bedoeld in art. 7:450 lid 2 B.W. en art. 7:465 B.W. die mede of vervangende toestemming voor de behandeling moeten geven (ouders en voogden) mag wel inzage worden gegeven.

Ook mag in de gevallen vermeld in art. 7:458 B.W. informatie verstrekt worden ten behoeve van statistieken of voor de wetenschap.

Behandeling niet in openbaar

Een tweede element van de privacy van de patiënt is dat die niet behandeld wordt onder de ogen van anderen, die niets met de behandeling van doen hebben (art. 7:459 B.W.). De toestemmingsgevers van art. 7:450 lid 2 B.W. en art. 7:465 B.W. vallen niet onder dit verbod.

Opdracht voor hulpverlener niet opzegbaar

De behandelaar kan de overeenkomst niet opzeggen, behoudens gewichtige redenen. Dit is een uitzondering op het algemene uitgangspunt bij de overeenkomst van opdracht, waar juist steeds van opzegbaarheid wordt uitgegaan (art. 7:460 B.W.).

Betaling voor geneeskundige behandeling

De patiënt is aan de behandelaar loon verschuldigd (art. 7:461 B.W.). Volgens de wet moet iedere ingezetene van Nederland een zorgverzekering afsluiten ter dekking van die kosten.

Wanneer de patiënt geen verzekering heeft afgesloten, dan moet hij de arts zelf betalen. Ook wanneer hij was opgepakt op verdenking van een misdrijf, aldus Hof Amsterdam d.d. 26 juli 2011 (OLVG/patiënt).

Geen exoneratie mogelijk

De hulpverlener is aansprakelijk voor schade als gevolg van tekortkomingen in de behandeling. Als de behandeling in een ziekenhuis plaatsvindt, is het ziekenhuis naast de behandelaar hoofdelijk aansprakelijk (art. 7:462 B.W.).

De hulpverlener kan zijn aansprakelijkheid niet uitsluiten (art. 7:463 B.W.).

Dwingend recht

De bepalingen van deze afdeling inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst zijn dwingend recht: daarvan kan niet ten nadele van de patiënt worden afgeweken (art. 7:468 B.W.).

De wet noemt hier ook art. 7:404 B.W., art. 7:405 lid 2 B.W. en art. 7:406 B.W., uit de algemene regels (Afd. 1) van de overeenkomst van opdracht.

Art. 7:404 B.W. verplicht de opdrachtnemer de opdracht zelf uit te voeren, “behoudens voor zover uit de opdracht voortvloeit dat hij deze onder zijn verantwoordelijkheid door anderen mag laten uitvoeren”. En onverminderd de aansprakelijkheid van de opdrachtnemer voor deze anderen.

Art. 7:405 lid 2 B.W. schrijft voor dat het gebruikelijke loon verschuldigd is, als er geen prijsafspraken gemaakt zijn.

In art. 7:406 B.W. is bepaald dat de opdrachtgever aan de opdrachtnemer de aan de opdracht verbonden onkosten moet vergoeden, voor zover niet opgenomen in het loon (lid 1). Ook moet hij schade vergoeden die de opdrachtnemer lijdt ten gevolge van de hem niet toe te rekenen verwezenlijking van een aan de opdracht verbonden bijzonder gevaar (lid 2). Maar slechts indien dat gevaar de risico’s welke de uitoefening van dat beroep of bedrijf naar zijn aard meebrengt, te buiten gaat en dit risico niet in het loon is begrepen.

Rechtspraak

Hof Amsterdam d.d. 26 juli 2011 (OLVG/patiënt) – de door de politie opgepakte en in een ziekenhuis wegens letsel behandelde patiënt die geen zorgverzekering heeft afgesloten, moet het ziekenhuis zelf betalen. Dit komt niet ten laste van de Staat.

Auteur & Last edit

[MdV, 21-10-2018]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.