Algemene bepalingen niet-nakoming verbintenis (Par. 1)

Inleiding algemene bepalingen gevolgen niet-nakoming

In Par. 1, Afd. 9, Titel 1, Boek 6 B.W. vinden we een aantal algemene bepalingen met betrekking tot de gevolgen van niet-nakoming. Deze regeling omvat 7 artikelen (art. 6:74 B.W. tot en met art. 6:80 B.W.).

Toerekenbare niet-nakoming: schadevergoeding

Art. 6:74 lid 1 B.W. begint met te bepalen dat iedere toerekenbare niet-nakoming met zich meebrengt, dat degeen die niet nakomt de schade moet vergoeden, die daarvan het gevolg is. Wanneer de niet-nakoming dus “niet toerekenbaar” is, dan is geen schadevergoeding verschuldigd.

Lid 2 verwijst naar Par. 2 van de Afdeling inzake het verzuim.

Definitie “niet toerekenbaar”

Toerekenbaarheid is in beginsel: “door de schuld van degeen die moet nakomen”. In aanvulling / afwijking daarvan kan toerekenbaarheid ook berusten op de wet, de rechtshandeling of “in het verkeer geldende opvattingen” (art. 6:75 B.W.). De toerekening geldt ook voor niet-nakoming door hulppersonen (art. 6:76 B.W.) en – in beginsel – ook voor de gevolgen van het inzetten van ondeugdelijke hulpmiddelen (art. 6:77 B.W.).

Voordeel door niet-nakoming

Een voordeel dat de schuldenaar toevalt als gevolg van de niet-nakoming komt aan de schuldeiser toe, tot ten hoogste de waarde daarvan (art. 6:78 B.W.). De regels van ongerechtvaardigde verrijking zijn van toepassing. Is dit voordeel een vordering op een derde, dan moet de schuldenaar die cederen (lid 2).

Intreden gevolgen niet-nakoming voordat er verzuim is

De gevolgen van niet-nakoming kunnen ook intreden voordat er verzuim is, zoals bij blijvende onmogelijkheid tot nakomen

Om een wederpartij te kunnen aanspreken tot nakoming is vereist, dat deze in verzuim is. De vordering moet opeisbaar zijn en de debiteur van de verbintenis moet in verzuim zijn.

Verzuim kan intreden door ingebrekestelling (art. 6:82 B.W.) of wanneer er sprake is van een fatale termijn (art. 6:83 aanhef en sub a B.W.). In het laatste geval raakt de debiteur van rechtswege in verzuim, zodra de fatale termijn is verstreken. Een dergelijke termijn is bvb. de betalingstermijn op een factuur. Overigens geldt voor verbintenissen uit onrechtmatige daad geldt directe opeisbaarheid (art. 6:83 aanhef en sub b B.W.).

Een uitzondering op het vereiste dat de schuldenaar in gebreke gesteld moet worden om in verzuim te raken – als er geen fatale termijn is – biedt art. 6:80 lid 1 B.W.. Dit artikel biedt de schuldeiser de mogelijkheid om een vordering op te eisen voordat deze volgens de overeenkomst opeisbaar is.

Die mogelijkheid bestaat, wanneer hetzij:

– nakoming van de verbintenis blijven onmogelijk is (art. 6:80 aanhef en sub a B.W.)

– de debiteur te kennen geeft deze niet (meer) te willen nakomen  (art. 6:80 aanhef en sub b B.W. vgl. ook art. 6:83 aanhef en sub c B.W.)

– voorzienbaar is dat de debiteur niet zal nakomen  (art. 6:80 aanhef en sub c B.W., vgl. ook art. 6:82 lid 2 B.W.)

Blijvende onmogelijkheid tot nakomen

De regeling van de blijvende onmogelijkheid tot nakomen maakt de verbintenis opeisbaar en biedt daardoor een mogelijkheid tot het treffen van maatregelen die normaliter aan verzuim zijn verbonden, zoals dat intreedt na ingebrekestelling of een fatale termijn. De belangrijkste daarvan zijn het ontbinden van de overeenkomst en schadevergoeding vragen.

Het niet tijdig (dus vóór de trouwerij) leveren van een trouwjurk, is een voorbeeld van niet tijdig nakomen. Dat is wat anders dan blijvende onmogelijkheid tot nakomen. Die situatie is dus een voorbeeld van een fatale termijn, die leidt tot verzuim wanneer de termijn is verstreken.

Blijvende onmogelijkheid is evidente (en absolute) blijvende onmogelijkheid tot nakoming. Wanneer bvb. een antiek meubel ter restauratie wordt afgegeven en dit teniet gaat bij de werkzaamheden. Men spreekt dan van een objectieve blijvende onmogelijkheid.

Relatieve blijvende onmogelijkheid

Er kan zich ook een relatieve blijvende onmogelijkheid tot nakoming voordoen. Wanneer een prestatie al verricht is, maar niet-deugdelijk, en herstel alleen nog mogelijk zou zijn door het hele werk ongedaan te maken en het opnieuw te maken, dan is volgens de Hoge Raad sprake van relatieve blijvende onmogelijkheid (HR 22 mei 1981, NJ 1982, 59 (Van der Gun/Farmex).

Dit kan zich met name in de ICT-wereld voordoen. Wanneer een software systeem gebouwd wordt, dat niet aan de eisen voldoet en slechts met veel extra tijd en werk alsnog (opnieuw) gebouwd kan worden, doet zich ook een situatie van relatieve blijvende onmogelijkheid voor. Zie bvb. Hof Amsterdam 9 oktober 2012.

Het moet wel gaan om een uitzichtloos project. De basis van de software moet dermate dramatisch zijn dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden van de opdrachtgever om het werk over te doen. Het enkele verlies van vertrouwen in de goede afloop vanwege vertragingen in de uitvoering is onvoldoende om van blijvende onmogelijkheid van de deugdelijke nakoming te kunnen spreken. Zie in dit verband bvb. Rb. Amsterdam 10 maart 2010 (Waterdrinker/SAP).

Veel zal dus afhangen van de beoordeling van de rechter van de feiten. En van de vraag of partijen (en met name de eisende partij die de opdracht wil ontbinden of heeft ontbonden) voldoende feiten gesteld heeft om hard te maken dat er sprake is van blijvende onmogelijkheid tot nakomen.

Ontbinding bij wederkerige overeenkomst

Wanneer er sprake is van een wederkerige overeenkomst, dan kan de schuldeiser van één van beide verbintenissen, die niet wordt nagekomen, ook de ontbinding van de overeenkomst vorderen. Dit heeft enigszins andere gevolgen dan het vorderen van nakoming en schadevergoeding. Zie de pagina wederkerige overeenkomst.

Er ontstaan dan “ongedaanmakingsverplichtingen”.

Auteur & Last edit

[MdV, 13-07-2018]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.