LawyrupBurgerlijk wetboekBijzondere overeenkomsten (Boek 7 B.W.)Opdracht (Titel 7, Boek 7 B.W.)Opdracht in het algemeen (Afd. 1, Titel 7, Boek 7 B.W.)

Opdracht in het algemeen (Afd. 1, Titel 7)

De 1e afdeling van Titel 7 bevat een algemene (en tevens zeer globale) regeling van de overeenkomst van opdracht. De opdracht bestrijkt een zeer wijd terrein van mogelijke soorten van dienstverlening, waaronder ook bvb. de rechtsbijstand door een advocaat, een notaris en een assurantietussenpersoon. Juist vanwege dit wijde terrein en het uitgangspunt van contractsvrijheid en gelijkwaardigheid van de contractspartijen is de regeling globaal en summier. Bij de uitleg moet ook soepel worden omgegaan met de wettelijke regels, om die vrijheid niet onnodig te beknotten.

De overeenkomst van opdracht wordt in art. 7:400 lid 1 B.W. als volgt gedefinieerd:

“De overeenkomst van opdracht is de overeenkomst waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich jegens de andere partij, de opdrachtgever, verbindt anders dan op grond van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten die in iets anders bestaan dan het tot stand brengen van een werk van stoffelijke aard, het bewaren van zaken, het uitgeven van werken of het vervoeren of doen vervoeren van personen of zaken”.

Kwalificatie van de opdracht t.o.v. andere overeenkomsten

De overeenkomst is zodoende vooral negatief gedefinieerd door deze af te zetten tegen andere benoemde contracten. Het is een overeenkomst, waarbij de ene partij de verplichting op zich neemt om een prestatie (een dienst) voor een ander te verrichten. Vandaar dat de overeenkomst vroeger ook wel werd aangeduid als de overeenkomst van “dienstverlening”.

Waarbij die overeenkomst niet te kwalificeren is als:

– een arbeidsovereenkomst

– een aannemingsovereenkomst

– bewaargeving

– een overeenkomst om werken uit te geven

– een vervoersovereenkomst

Arbeidsovereenkomst

Het wezenlijke verschil met de arbeidsovereenkomst is het ontbreken van een gezagsverhouding. De opdrachtnemer treedt op als een zelfstandig opererende opdrachtnemer. Anderzijds zal hij zich wel enige rekenschap moeten geven van de wensen van de opdrachtgever uiteraard. Met name om de opdracht ook fiscaal te onderscheiden van een dienstverband is er een zeker spanningsveld tussen opdracht en arbeidsovereenkomst, wanneer een opdrachtnemer niet meerdere opdrachtgevers heeft. Per 1 mei 2016 is in dit verband de zgn. DBA overeenkomst geïntroduceerd onder afschaffing van de VAR-verklaring. De opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen nu werken met modelverklaringen van de fiscus (zie website Belastingdienst).

Overigens zien die modellen alleen op de fiscale aspecten (risico van loonheffing omdat de relatie als arbeidsovereenkomst beschouwd wordt). Het is echter zeker aan te raden een eigen overeenkomst te laten opstellen door een specialist, omdat daarin ook andere zaken (zoals relatie- en concurrentiebeding etc. geregeld kunnen worden). Daar houden de modellen van de fiscus zich niet mee bezig uiteraard.

Aannemingsovereenkomst e.a.

Het verschil met de aannemingsovereenkomst zit hem er in, dat de opdracht niet inhoudt het tot stand brengen van een (bouw)werk. Ook de verschillen met de andere benoemde overeenkomsten komen tot uitdrukking in hun specifieke eigenschappen.

Toch kan er onduidelijkheid bestaan over de vraag of een overeenkomst, die een gemengd karakter heeft, een overeenkomst van opdracht is of toch een ander benoemd contract.

Kwalificatie t.o.v. specifieke vormen van opdracht

Behalve het onderscheid tussen een overeenkomst van opdracht en een overeenkomst van aanneming van werk of een arbeidsovereenkomst kan zich ook de vraag voordoen, of een overeenkomst een algemene vorm van opdracht is of één van de specifieke vormen van opdracht, zoals de agentuurovereenkomst of de bemiddelingsovereenkomst, waarvoor afwijkende eigen regels gelden.

Die vraag deed zich voor in de zaak die leidde tot het vonnis van Rb. Midden Nederland van 15 juni 2016. Het ging hier om de betaling van een factuur van een opdrachtnemer, die voor een textiel-label gewerkt had. De opdrachtgever wilde niet betalen en beriep zich in reconventie op de opzegbepalingen van agentuur. De rechtbank wees dit van de hand; de gemengde overeenkomst werd gekwalificeerd als “algemene” opdracht, ter bescherming van de opdrachtnemer.

Zorgplicht opdrachtnemer (maatstaf)

In art. 7:401 B.W. is bepaald, dat de opdrachtnemer bij de uitvoering van de opdracht de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen.

De opdracht aan een assurantietussenpersoon is ook een vorm van de overeenkomst van opdracht. Wanneer bij de taakuitoefening door de assurantietussenpersoon fouten gemaakt worden, kan dit tot aanzienlijke schade leiden als daardoor een dekking, die de opdrachtgever verwachtte te kunnen ontlenen aan een afgesloten verzekering blijkt te ontbreken.

In de rechtspraak is als norm voor de goede taakvervulling van de assurantietussenpersoon de algemene norm geformuleerd: “een assurantietussenpersoon tegenover zijn opdrachtgever de zorg betrachten die van een redelijk bekwaam en een redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht”. Deze norm geldt overigens voor alle dienstverleners. Hier kan dus ook worden ingevuld: advocaat, notaris enz..

In het vonnis van Rb. Dordrecht d.d. 21 september 2011 (De Hypotheker Dordrecht/NN) kwam de vraag aan de orde, voor wiens rekening het kwam dat de koopsom van de bij het afsluiten van de hypotheek afgesproken “woonlastenverzekering” door de notaris niet aan de verzekeraar was uitbetaald. Dat bleek niet de schuld van de notaris, maar van de tussenpersoon. Deze trachtte nog onder de aansprakelijkheid uit te komen met het verweer dat er sprake was van verzwijging en de verzekeraar zich dus toch op uitsluiting van dekking zou hebben beroepen. Of dat het geval was, moest in de verdere procedure worden bewezen.

Aanspraak van de opdrachtnemer op loon

De opdrachtgever moet aan de opdrachtnemer een vergoeding betalen voor diens diensten (door de wet aangemerkt als “loon”) (art. 7:405 B.W.). Dit voor zover de opdrachtnemer werkt in de uitoefening van diens beroep of bedrijf (lid 1). Dat volgt uit de kwalificatie van de overeenkomst van opdracht. Wanneer de feitelijke uitvoerder van de opdracht in loondienst werkt, dan staat dit niet in de weg aan de aanspraak op loon wanneer de werkgever is te beschouwen als de opdrachtnemer. Bvb. een medewerker van een commissionair, een medewerker van een makelaarskantoor, een medewerker van een advocatenkantoor, of een medewerker van een zorgverlener (enz.).

Zijn er geen afspraken gemaakt over het loon, dan moet de opdrachtgever het op de gebruikelijke wijze berekende loon betalen, of – als er geen sprake is van “gebruikelijk loon” voor de verrichte diensten – een redelijke vergoeding (lid 2).

De wetgever heeft bewust geen nadere regeling gegeven van het loon voor de overeenkomst van opdracht, omdat die allerlei vormen kan hebben. In het arrest HR 17 november 2017 (Famed/Kreikamp q.q.) is de Hoge Raad ingegaan op de Parlementaire geschiedenis op dit punt. De Hoge Raad overwoog:

“3.5.3 In de wet is ten aanzien van de overeenkomst van opdracht niet in algemene zin geregeld op welk moment loon verschuldigd wordt (vgl. art. 7:405 BW). Uit de aard van zodanige overeenkomst vloeit evenwel voort dat de vordering tot betaling van loon (behoudens andersluidende partijafspraak) ontstaat nadat de overeengekomen werkzaamheden zijn verricht. Indien de opdracht behelst dat gedurende langere tijd werkzaamheden worden verricht, of betrekking heeft op werkzaamheden die uit meerdere onderdelen bestaan, kan dat meebrengen dat tussentijds, dat wil zeggen voordat de opdracht geheel is uitgevoerd, loonaanspraken ontstaan. Vgl. Parl. Gesch. Boek 7 (Inv. 3, 5 en 6), p. 333:

“Het ontwerp bepaalt niet op welk tijdstip het loon is verschuldigd. Veelal zal de verschuldigdheid bestaan zodra de prestatie is verricht. Bij langlopende opdrachten – men denke bij voorbeeld aan een opdracht tot vermogensbeheer – zal echter ook tijdens de uitvoering van de opdracht loon verschuldigd zijn. Het lijkt niet nodig hiervoor een wettelijke regel te geven.

Niet zelden zal slechts dan loon verschuldigd zijn, indien de arbeid van de opdrachtnemer tot het beoogde resultaat heeft geleid. Zo zal aan de makelaar en de commissionair in het algemeen slechts provisie moeten worden betaald, wanneer de beoogde transactie doorgang vindt. Als algemene regel voor de opdracht kan dit echter niet worden gesteld. De medicus en de advocaat hebben recht op loon, ook indien de patiënt sterft of het proces wordt verloren. Of loon verschuldigd is indien geen resultaat wordt bereikt, hangt af van de inhoud en de strekking van de overeenkomst, en voorts van het gebruik.”

Vergoeding van onkosten niet begrepen in het loon

De opdrachtgever moet aan de opdrachtnemer de aan de opdracht verbonden onkosten vergoeden, voor zover die niet zijn begrepen in het afgesproken loon (art. 7:406 B.W.).

Deze kwestie kan onder meer aan de orde komen wanneer er sprake is van een opdracht aan een expediteur tot het inklaren van goederen. De expediteur wordt namelijk aangeslagen voor de fiscale heffingen via een “uitnodiging tot betaling” (UTB). De expediteur zal de opdrachtgever aanspreken tot het vergoeden van deze aan hem opgelegde kosten. Zie Rb. Rotterdam 11 juni 2008 (Eurotransit). De tussenpersoon van de importeur had daarbij overigens ook niet duidelijk genoeg aangegeven of hij daarbij zijn eigen principaal bond of hijzelf de opdrachtgever voor eigen rekening was van de expediteur (hierbij was dus tevens sprake van lastgeving door de importeur). Zie de pagina Lastgeving.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

De opdrachtgever resp. de opdrachtnemer is krachtens de wet hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming van de overeenkomst, wanneer deze hetzij aan de zijde van de opdrachtgever of aan de zijde van de opdrachtnemer door meerdere personen wordt gegeven (art. 7:407 B.W.). In afwijking van de normale regels van aansprakelijkheid bij de maatschap is derhalve elke maat van de maatschap, die een opdracht aanneemt, hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming.

Beëindiging van de opdracht

Uitgangspunt van de wet is, dat de opdrachtgever de opdracht te allen tijde kan opzeggen (art. 7:408 lid 1 B.W.). Wanneer de opdrachtgever de opdracht anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf verstrekt, kan van deze opzeggingsbevoegdheid en de wettelijke regel dat de opdrachtnemer bij opzegging geen vergoeding hoeft te betalen niet contractueel worden afgeweken (art. 7:408 lid 3 B.W. jo. art. 7:413 B.W.).

Onder de overeenkomst van opdracht valt ook het geven van een opleiding of cursus. Zie o.a. Rb. Amsterdam 1 augustus 2014 (Tio Teach/cursist): opleiding is vorm van opdracht en is altijd opzegbaar (dwingend recht).

Idem Rb. Den Bosch 27 september 2012 – opzegging cursus beveiliger; overeenkomst van opdracht steeds opzegbaar; rechtbank zal redelijke vergoeding onkosten ex art. 7:406 B.W. en naar redelijkheid vast te stellen deel van het loon bij het voortijdig einde van de opdracht ex art. 7:411 B.W. bepalen.

Redelijk loon bij voortijdig einde

Wanneer de opdracht voortijdig beëindigd wordt heeft de opdrachtnemer recht op een naar redelijkheid vast te stellen gedeelte van het loon (art. 7:411 B.W.).

Dwingend recht

De bepalingen inzake de overeenkomst van opdracht zijn van dwingend recht in de gevallen genoemd in art. 7:413 B.W..

Rechtspraak

Kwalificatie van de overeenkomst van opdracht

Rb. Midden Nederland van 15 juni 2016 – (kwalificatie) onderscheid tussen “algemene” overeenkomst van opdracht en agentuurovereenkomst; bescherming van de zwakkere partij bij kwalificatie.

Zorgplicht opdrachtnemer

Rb. Dordrecht d.d. 21 september 2011 (De Hypotheker Dordrecht/NN) – (art. 7:401 B.W.) de tussenpersoon dient de zorg van een redelijk handelend tussenpersoon in acht te nemen.

Loon opdrachtnemer

HR 17 november 2017 (Famed/Kreikamp q.q.) – de wetgever heeft geen algemene regeling willen geven voor het loon van de opdrachtnemer, omdat dit sterk afhangt van het soort dienstverlening. Bij de een wordt gewerkt op commissiebasis en is het resultaat bepalend, bij de andere opdrachtnemer is het loon niet afhankelijk van een bepaald resultaat. De invulling van het verschuldigde loon is overgelaten aan partijen voor het concrete geval. Ontbreekt die, dan geeft art. 7:405 B.W. een algemeen vangnet.

Vergoeding van kosten (en evt. schade) aan de opdrachtnemer

Rb. Rotterdam 11 juni 2008 (Eurotransit) – (art. 7:406 lid 2 B.W.) aansprakelijkheid opdrachtgever voor kosten expediteur.

Rb. Den Bosch 27 september 2012 (cursist/Best Alert) – (art. 408 B.W.en art. 4:413 B.W.) opzegging cursus beveiliger; overeenkomst van opdracht steeds opzegbaar; rechtbank zal redelijke vergoeding onkosten ex art. 7:406 B.W. en vergoeding art. 7:411 B.W. bepalen.

Opzegging overeenkomst van opdracht

Rb. Amsterdam 1 augustus 2014 (Tio Teach/cursist) – (art. 408 B.W.en art. 4:413 B.W.) opleiding is vorm van opdracht en is altijd opzegbaar, bedingen in overeenkomst niet van toepassing (dwingend recht).

Auteur & Last edit

[MdV, 19-10-2018; laatste bewerking 27-02-2020]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.