Conservatoir beslag onder derden (Afd. 4, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Inleiding conservatoir derdenbeslag

Een schuldeiser kan zich verhalen op alle vermogensbestanddelen van de schuldenaar, zo zegt art. 3:276 B.W.. Dat betekent, dat hij ook verhaal kan zoeken op hetgeen de schuldenaar van een derde te vorderen heeft. Ter verzekering van zijn verhaal op de vordering die de schuldenaar op een derde heeft kan de schuldeiser dus ook beslag leggen “onder de derde”. Dat noemen we “derdenbeslag”.

De derde kan een gewone handelsdebiteur van de schuldenaar zijn, maar de schuldeiser kan ook beslag leggen op het banksaldo, dat zijn schuldenaar in verband met een bankrekening te vorderen heeft van een bank. Het conservatoir derdenbeslag is geregeld in Afd, 4, Titel 4, Boek 3 Rv.. De afdeling omvat 6 artikelen (art. 718 Rv. tot en met art. 723 Rv.).

Net als bij alle andere conservatoire beslagen moet deze regeling steeds ook worden bezien tegen de achtergrond van de algemene bepalingen inzake conservatoir beslag. Zie de pagina Algemene bepalingen conservatoir beslag.

NB vanwege het (mislukte) KEI-project digitaal procederen hebben we twee versies van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering: niet-digitaal en digitaal. De links worden voortaan gemaakt naar niet-digitaal, maar het kan zijn dat er nog links voorkomen naar digitaal. Let dus op naar welke je wordt verwezen.

Vorderingen op een derde uit hoofde van een bestaande rechtsverhouding

Het beslag kan volgens art. 718 Rv. worden gelegd op de goederen vermeld in art. 475 Rv. (waarin het executoriaal derdenbeslag is geregeld). Dit beslag kan blijkens die bepaling worden gelegd op:

vorderingen die de geëxecuteerde op derden heeft of uit een ten tijde van het beslag reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen, en

– op hem toebehorende roerende zaken die onder derden berusten en geen registergoederen zijn

Net als bij de regels krachtens pandrecht moet het dus gaan om een vordering op een derde, die op dat moment al bestaat, of op een toekomstige vordering, die rechtstreeks voortvloeit uit een rechtsverhouding, die op dat moment reeds bestaat.

Beslag op een bankrekening

Krachtens vaste jurisprudentie geldt daarom, dat het beslag “op een bankrekening” alleen het saldo treft, dat op dat moment op de rekening staat. De reden daarvan is, dat uit de rechtsverhouding tussen rekeninghouder en bank (de bankrekening) niet voortvloeit dat daar ook bedragen op zullen worden bijgeschreven. De bank kan bovendien verrekenen met vorderingen die zij (op dat moment) heeft op de rekeninghouder.

Formaliteiten verbonden aan derdenbeslag

Aan het derdenbeslag zijn een aantal formaliteiten verbonden, die als men erover nadenkt logisch zijn. Voor het conservatoire beslag is verlof van de Voorzieningenrechter nodig, en daarin moet het maximale bedrag van de vordering van de schuldeiser vermeld worden, waarvoor beslag gelegd mag worden. Gebruikelijk is voor de begroting van de vordering bovenop de vordering een opslag te doen van 30% voor rente en kosten.

In het beslagexploot moet verder – op straffe van nietigheid van het beslag – vermeld worden, of er al een procedure loopt (en waar dan), dan wel moet er een termijn worden opgenomen waarbinnen de hoofdzaak zal worden aangebracht (art. 719 Rv.). Voor derdenbeslag hoeft (anders dan bij beslag op roerende zaken onder de schuldenaar, zie art. 711 Rv.) geen vrees voor verduistering gesteld te worden.

Wanneer er een beslagexploot aan de derde wordt uitgebracht, dan weet de schuldenaar nog van niets. Het beslagexploot moet daarom ook aan de schuldenaar worden (over)betekend.

Op het conservatoir derdenbeslag zijn (een aantal van) de regels van executoriaal derdenbeslag overeenkomstig van toepassing, zie (art. 720 Rv.).

Wanneer vervolgens de hoofdzaak aanhangig gemaakt wordt, moet ook de derde-beslagene daarvan binnen 8 dagen in kennis gesteld worden, opnieuw op straffe van nietigheid (art. 721 Rv.). Zo is iedereen op de hoogte van het beslag en van het feit, dat er een hoofdzaak loopt en waar. Wordt de hoofdzaak niet tijdig aanhangig gemaakt, dan vervalt het beslag. Dat is ook de reden waarom de derde in kennis gesteld moet worden. Hoort hij binnen de termijn niets, dan kan hij er van uitgaan dat het beslag niet langer van kracht is, en kan hij bevrijdend aan de schuldenaar betalen. De beslaglegger kan wel verlenging van deze termijn vragen, maar zal die dan ook weer tijdig per exploot aan de derde-beslagene moeten mededelen.

Overgang van conservatoir naar executoriaal

Met het conservatoir beslag is de schuldeiser er nog niet. Hij moet goed opletten wat de vervolgstappen zijn, nadat hij een executoriale titel heeft verkregen. Meestal is dat een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad verklaard is.

Op grond van de Algemene regels inzake conservatoir beslag moet de beslaglegger het vonnis aan de beslagene laten betekenen, waarna het conservatoire beslag executoriaal wordt (art. 704 Rv.). Eerder kan de executie (openbare verkoop of uitwinning) niet plaatsvinden (zie ook art. 430 lid 3 Rv.).

Wanneer beslag gelegd is onder een derde, dan moet ook aan de derde betekend worden. Art. 722 Rv. bepaalt, dat dit binnen een maand moet gebeuren:

“De betekening aan de derde, in het eerste lid van artikel 704 voorgeschreven, dient te geschieden binnen één maand nadat ter zake van de hoofdvordering een executoriale titel is verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden; blijft betekening binnen deze termijn uit, dan zullen de betalingen door de derde gedaan, van waarde zijn.”

Gebeurt dit niet tijdig, dan zijn betalingen door de derde aan de schuldenaar gedaan geldig. Uit de jurisprudentie (zie Hoge Raad d.d. 9 mei 2003, WEL Accountancy/Anova, waarin de Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten) blijkt, dat deze regel inhoudt, dat:

– de derde vanaf het moment dat (alsnog) betekend wordt niet meer mag betalen, en dat

– betalingen in weerwil van het beslag gedaan gedurende de conservatoire fase (dus totdat er een uitvoerbaar vonnis was) ook strijdig zijn met het beslag.

Daarvoor kan de derde aansprakelijk gehouden worden. Bovendien is onttrekking van goederen aan een beslag een strafbaar feit.

Verklaring van de derde

De derde onder wie beslag gelegd is, zal een verklaring moeten afleggen over hetgeen hij voor de schuldenaar onder zich houdt. De regels inzake de verklaring zijn pas aan de orde, nadat het beslag executoriaal geworden is.

De verplichting voor de derde om verklaring af te leggen gaat pas in nadat er vier weken verstreken zijn sinds de betekening van het vonnis aan de derde op grond van art. 721 Rv. (aldus art. 722 Rv.). Dat betekent, dat de verklaring moet worden afgelegd nadat (1) de termijn voor de schuldenaar om het vonnis na te komen is verstreken (tenminste 2 dagen), en (2) het vonnis vervolgens binnen een maand daarna aan de  derde is betekend en nadat vervolgens daarna (3) nog eens vier weken zijn verstreken.

In een recente uitspraak van rechtbank Limburg d.d. 21 juni 2017 heeft de rechtbank beslist, dat de beslaglegger er in de conservatoire fase belang bij kan hebben, dat de derde-beslagene wel reeds in de conservatoire fase verklaart wat het beslag getroffen heeft. De eiser in die zaak had de vordering gebaseerd op onrechtmatige daad. Of die uitspraak stand zal houden is niet zeker, maar het is wel een opmerkelijke en interessante beslissing. Dat het mogelijk is om in kort geding al in de conservatoire fase een (onderbouwde) verklaring te eisen komt o.a. aan de orde in het arrest van Gerechtshof Amsterdam d.d. 15-08-2008 inzake Fortis Bank/Alba Aktiengesellschaft.

Een strafrechtelijk conservatoir beslag ex art. 94a Sv. heeft ook te gelden als een beslag waarop de regels van conservatoir beslag van toepassing zijn (aldus arrest HR d.d. 13-09-2005).

Zie voor meer informatie over de aan de verklaring te stellen eisen en de gang van zaken rond de verklaringsprocedure de pagina executoriaal derdenbeslag.

Auteur & Last edit

[MdV, 22-06-2017; bijgewerkt 23-04-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.