Algemene bepalingen conservatoir beslag (Afd. 1, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Inleiding algemene bepalingen conservatoir beslag

Conservatoir beslag kan worden gelegd op verschillende beslagobjecten: aandelen, vorderingen op debiteuren, roerende en onroerende zaken.Voor ieder van deze specifieke vormen van conservatoir beslag is in de wet een afzonderlijke regeling opgenomen. In Afd. 1, Titel 4, Boek 3 Rv. zijn echter de algemene bepalingen opgenomen die op al deze vormen van toepassing zijn, tenzij daarin in de specifieke regeling van is afgeweken.

Waarheidsplicht

De algemene regels inzake procedures – zoals onder andere de waarheidsplicht van art. 21 Rv. – zijn ook hier van kracht. Zie in dit verband ook de pagina Algemene beginselen procedures en de hieronder opgenomen uitspraak van Rb. Midden Nederland 2019 (Tribus/TAM Europe).

De specifieke bepalingen moeten dus steeds worden gelezen tegen deze achtergrond. Ook moet de regeling van het conservatoir beslag worden bezien tegen de achtergrond van de regels over executoriaal beslag: het conservatoir beslag is immers een voorfase en is in beginsel bedoeld om uit te monden in een executoriaal beslag om nakoming van de te vragen executoriale titel af te dwingen, als de gedaagde blijft weigeren dit eigener beweging te doen.

Een belangrijke leidraad als je beslag wilt leggen is ook de Beslagsyllabus. Deze bevat de beleidsregels van de Voorzieningenrechters bij de beoordeling van beslagrekesten. Voor advocaten is dit dus een belangrijk document bij het opstellen van beslagrekesten.

NB De links naar de wettekst worden voortaan gemaakt naar niet-digitaal.

Algemene regels conservatoir beslag

De algemene regels voor conservatoir beslag staan in Afd. 1, Titel 4 van Boek 3 Rv. (art. 700 Rv. t/m 710a Rv.). Daarna volgen nadere regels voor een aantal specifieke conservatoire beslagen (zie hieronder). De algemene regels verwijzen op verschillende plaatsen naar de regeling voor executoriaal beslag (in Boek 1, art. 430 t/m 620 Rv.). Art. 702 Rv. bevat daartoe een schakelbepaling, die bepaalt dat de regels voor executoriaal beslag tot verhaal van een geldvordering overeenkomstig gelden voor iedere soort beslagobject. Tenzij de wet een uitzondering op die hoofdregel geeft.

De waarheidsplicht van art. 21 Rv. geldt voor alle procedures in Rv., en voor een conservatoir beslagrekest des te meer, omdat de beslissing daarop “ex parte” (zonder horen van de wederpartij) wordt gegeven en beslag vèrstrekkende gevolgen kan hebben. Zie ook de rechtspraak vermeld op de pagina Algemene beginselen procedures.

Verlof tot leggen conservatoir beslag

Een beslag grijpt vergaand in op de beschikkingsbevoegdheid van de schuldenaar over diens vermogen. Voordat er beslag  gelegd mag worden, moet er dus een rechter naar gekeken hebben. Executoriaal beslag vindt plaats op basis van een vonnis van de rechter. Bij conservatoir beslag is er nog geen vonnis. Daarom moet eerst verlof gevraagd worden (art. 700 lid 1 Rv.). Dit verlof moet bij alle conservatoire beslagen door middel van een verzoekschrift (zie ook: verzoekschriftprocedure) aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank worden gevraagd (art. 700 lid 2 Rv.). Tegen de weigering van het gevraagde verlof kan hoger beroep en cassatie worden aangetekend (zie bvb. Koraal Scheepvaartmij NV/Smit & Bolnes BV, NJ 1978, nr. 296).

Vrees voor verduistering

In een groot aantal gevallen zal degeen die conservatoir beslag wil laten leggen moeten stellen – en motiveren – dat er sprake is van “vrees voor verduistering”. Dit is het civielrechtelijke begrip verduistering, te weten: gevaar voor onttrekking aan het verhaal. Dit vereiste komen we als eerste tegen bij het verhaalsbeslag onder de schuldenaar (Afd. 2, Titel 4, Boek 3 Rv.) en wel in art. 711 Rv..

Dit vereiste geldt voor de volgende conservatoire beslagen: beslag onder de schuldenaar (art. 711 Rv.), voor beslag op aandelen (art. 714 Rv.), beslag op onroerend goed (art. 725 Rv.) en voor maritaal beslag (art. 768 Rv.).

De vrees voor verduistering kan bij voorbeeld blijken – bij een woonhuis – uit het feit dat het huis te koop staat, of kan blijken uit andere omstandigheden, zoals de proceshouding of handelingen van de debiteur waaruit kan worden afgeleid dat deze de voor verhaal vatbare zaken zal willen onttrekken aan verhaal (zie conclusie P-G bij arrest van de Hoge Raad d.d. 2002 hierna).

Het enkele onbetaald blijven van de vordering is niet voldoende om te kunnen spreken van vrees voor verduistering (zie Hof Amsterdam 10 januari 2012, hieronder vermeld). Ook het feit, dat de kans – in zijn algemeenheid – bestaat dat er verhaalsonttrekking zal plaatsvinden, is onvoldoende (zie r.o. 4.2 in het hieronder vermelde arrest van Hof Den Haag van 2 maart 2006).

Een contra-indicatie kan zijn dat de debiteur ruim voldoende verhaal biedt. Ook zal de aard van de in beslag te nemen zaken een rol kunnen spelen (en de mate waarin het beslag belastend kan zijn). Beslag op een woonhuis zal relatief minder belastend zijn – zo lang de debiteur het niet wil verkopen – dan beslag op handelsvoorraad waardoor die niet meer verhandeld mag worden, of beslag op een bankrekening waardoor de geldkraan wordt dichtgedraaid (of althans ernstige hinder wordt ondervonden doordat de bank de rekening blokkeert).

De eis van “gegronde vrees voor verduistering” geldt niet voor conservatoir beslag onder derden (incl. beslag op een bankrekening) en beslag onder de schuldeiser (“onder zichzelf”). En ook niet voor beslag op schepen en luchtvaartuigen en de waardepapieren genoemd in art. 711 lid 2 Rv..

Executiegeschil en aansprakelijkheid onrechtmatig beslag

Het conservatoir beslagverlof wordt in Nederland zeer gemakkelijk verleend. In principe (zie uitzondering: conservatoir loonbeslag) wordt dit verleend zonder dat de schuldenaar wordt gehoord. Het verlof in de regel wordt nog dezelfde dag verleend. De gedachte hierachter is, dat de schuldenaar alsnog bezwaar tegen het beslag kan maken door een executiegeschil te starten: hij kan in kort geding opheffing vorderen.

Opheffing beslag in kort geding

De Voorzieningenrechter die het verlof voor het beslag heeft gegeven, kan het beslag ook weer – op verzoek van de beslagene – opheffen (art. 705 lid 1 Rv.).

De opheffing wordt onder meer uitgesproken in de omstandigheden vermeld in art. 705 lid 2 Rv., te weten:

– bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen;
– indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of
– als het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.

Zekerheidstelling

De beslagene kan – wanneer het beslag is gelegd tot verzekering van de betaling van een geldvordering – dus ook opheffing van het beslag verkrijgen door zekerheid te stellen. De Voorzieningenrechter zal de vordering tot opheffing toewijzen, mits de geboden zekerheid toereikend is.

Proportionaliteit en subsidiariteit

Bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het beslag (en dus ook bij het bestrijden daarvan) moet ook worden gekeken of het beslag proportioneel is of niet. Een beslag op alles wat los en vast zit is eerder disproportioneel dan een beslag op een beperkt aantal vermogensbestanddelen.

Beslaglegger schadeplichtig bij onterecht beslag

Bovendien is de beslaglegger op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk voor de door de beslagene geleden schade, als het beslag – hetzij in het executiegeschil, of uiteindelijk na vonnis in de hoofdzaak – ten onrechte gelegd blijkt te zijn. Wel is het zo, dat er dan vaak al veel schade teweeg gebracht kan zijn. De Nederlandse rechter is ook niet erg scheutig met schadevergoeding, en wanneer het beslag deels (voor een lager bedrag) terecht gelegd is, beoordeelt de Hoge Raad het conservatoire beslag niet als onrechtmatig.

Overgang van conservatoir naar executoriaal

Wanneer de vordering wordt toegewezen verandert het conservatoir beslag in een executoriaal beslag en kan de schuldeiser zich verhalen op de in beslag genomen eigendommen van de schuldenaar.

De beslagleggende schuldeiser moet dan wel eerst de executoriale titel aan de beslagene betekenen, met bevel tot betaling (art. 704 Rv.). De standaard termijn om te betalen is twee dagen. De beslagen goederen kunnen dan openbaar (op een veiling) verkocht worden, of wanneer het een geldvordering op een derde betreft, bij de derde geïnd worden.

Wanneer beslag is gelegd onder een derde, moet het beslag ook aan deze derde betekend worden. Zie de pagina Conservatoir derdenbeslag.

Gerechtelijke bewaring

In het beslagrekest kan bij beslag op roerende zaken tevens verzocht worden deze in gerechtelijke bewaring te doen geven (art. 709 lid 1 Rv.). Dat impliceert dus ook dat de goederen worden afgevoerd, tenzij de beslagene (of de derde) als bewaarder wordt aangewezen. Zie ook de pagina Gerechtelijke bewaring. Het verzoek kan ook op een later tijdstip gedaan worden.

Op het verzoek tot gerechtelijke bewaring moet de beslagene steeds worden gehoord (lid 3). Dit tenzij bijzondere omstandigheden eisen dat het bevel terstond wordt gegeven.

Tegen het bevel tot gerechtelijke bewaring staat geen rechtsmiddel open.

Rechtspraak

Waarheidsplicht

Rb. Midden Nederland 2019 (Tribus/TAM Europe) – het achterhouden van relevante informatie (schending van de waarheidsplicht) in het verzoek om verlof tot beslag op een roerende zaak (zoals i.c. een bus) leidt ertoe, dat het beslag op vordering van de beslagene wordt opgeheven. In dat geval kunnen aan die opheffing geen nadere voorwaarden worden verbonden. Anders zou het schenden van de waarheidsplicht een “spel zonder nieten” worden.

Vrees voor verduistering

Conclusie P-G bij HR 13 mei 2002, nr. 2.14 (de opstelling van de debiteur als motivering voor de vrees voor verduistering)

Hof Den Bosch 11 november 2003 (beslag op handelsvoorraden)

Hof Den Haag 2 maart 2006 (beslag op onroerende zaak; onderbouwing van “gegrond”; de enkele kans op verhaalsonttrekking is niet voldoende, zie met name r.o. 4.2 laatste zin)

Hof Amsterdam 10 januari 2012 (het enkele onbetaald laten is onvoldoende reden)

Rechtbank Noord-Nederland 1 juni 2016 (de onderbouwing mag niet berusten op speculatie)

Rechtbank Overijssel 11 maart 2015 (beslag onroerende zaak)

Auteur & Last edit

[MdV, 27-01-2019; laatste bewerking 30-03-2020]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.