Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding na scheiding (Par. 1, Afd. 2, Titel 6, Boek 3 Rv.)

Inleiding procedure echtscheiding en scheiding van tafel en bed

De procedure inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed (en de ontbinding na scheiding van tafel en bed) is geregeld in Par. 1 , Afd. 2, Titel 6, Boek 3 Rv.. De Par. is vrij kort, met effectief 6 bepalingen (art. 815 Rv. tot en met art. 820 Rv.). Art. 814 (de 1e bepaling) en art. 820a Rv. (de laatste van de paragraaf) zijn vervallen.

NB De links naar de online wettekst verwijzen naar de niet-digitale versie van Rv., maar het kan zijn dat er nog links voorkomen naar digitaal. Let dus op naar welke je wordt verwezen.

Nadere eisen inhoud verzoek echtscheiding of tafel en bed

Het verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed moet wel voldoen aan de gewone eisen van de verzoekschriftprocedure ex art. 278 Rv., zoals de vermelding van de gegevens van de verzoeker (zie de pagina Verloop verzoekschriftprocedure), maar art. 815 lid 1 Rv. stelt aanvullende eisen. Omdat in dit geval er een duidelijke ‘wederpartij’ is en verondersteld kan worden dat er minderjarige kinderen kunnen zijn die door de echtscheiding automatisch betrokkene zijn, moet het verzoekschrift ook omvatten:

a. de naam, de voornamen en voorzover bekend de woonplaats en de werkelijke verblijfplaats van de echtgenoot die niet de verzoeker is;

b. voorzover bekend de naam van diens raadsman;

c. de naam en de voornamen en voorzover bekend de woonplaats en de werkelijke verblijfplaats van ieder minderjarig kind van de echtgenoten te zamen of van een van hen.

Verzoekschrift echtscheiding moet een ouderschapsplan bevatten

Een zeer nuttige eis is, dat de ouders bij het echtscheidingsverzoek een ‘ouderschapsplan’ aan de rechter moeten overhandigen, waarin is vastgelegd hoe zijn na de scheiding hun taken als ouders zullen blijven vervullen, zij elkaar zullen informeren over de kinderen en hoe de alimentatie (de kosten van verzorging en opvoeding) geregeld wordt.

Art. 815 lid 2 Rv. schrijft voor, dat het verzoekschrift – als er minderjarige kinderen zijn – wordt vergezeld van een ‘ouderschapsplan’. Dit geldt zowel hun gezamenlijke minderjarige kinderen over wie de echtgenoten al dan niet gezamenlijk het gezag uitoefenen als eventuele minderjarige kinderen over wie de echtgenoten ingevolge artikel 253sa of 253t Rv. het gezag gezamenlijk uitoefenen.

Dit moet krachtens art. 815 lid 3 Rv. tenminste afspraken bevatten over:

a. de wijze waarop de echtgenoten de zorg- en opvoedingstaken, bedoeld in artikel 247 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, verdelen of het recht en de verplichting tot omgang, bedoeld in artikel 377a, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek vormgeven;

b. de wijze waarop de echtgenoten elkaar informatie verschaffen en raadplegen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van de minderjarige kinderen;

c. de kosten van de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen.

Het verzoekschrift vermeldt over welke van de gevraagde voorzieningen overeenstemming is bereikt en over welke van de gevraagde voorzieningen een verschil van mening bestaat met de gronden daarvoor. Tevens vermeldt het verzoekschrift op welke wijze de kinderen zijn betrokken bij het opstellen van het ouderschapsplan (art. 815 lid 4 Rv.).

Verdere documenten vereist bij het verzoek tot echtscheiding

Verder moeten de documenten met betrekking tot het huwelijk worden bijgevoegd (art. 815 lid 5 Rv.). Te weten afschrift of uittreksel van de huwelijksakte, bescheiden betreffende de gronden waarop de rechter ingevolge artikel 4 rechtsmacht heeft, een afschrift of uittreksel van de akte van geboorte van ieder minderjarig kind van de echtgenoten te zamen of van een van hen, de processtukken die betrekking hebben op de voorlopige voorzieningen, bedoeld in de artikelen 822 en 823, indien deze zijn gevraagd en indien het een verzoek tot ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed betreft: een authentiek afschrift van de rechterlijke uitspraak waarbij de scheiding van tafel en bed is uitgesproken.

Stukken kunnen niet worden overgelegd

De wet biedt wel een escape voor het geval de wettelijk vereiste bijlagen niet kunnen worden overgelegd (art. 815 lid 6 Rv.). Indien het ouderschapsplan, bedoeld in het tweede lid, of de stukken, bedoeld in het vijfde lid, onderdelen a tot en met c, redelijkerwijs niet kunnen worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere stukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien, een en ander ter beoordeling van de rechter.

Raad voor de Kinderbescherming

Indien ten behoeve van minderjarige kinderen voorzieningen moeten worden getroffen, zendt de griffier onverwijld een afschrift van het verzoekschrift aan de raad voor de kinderbescherming (art. 815 lid 7 Rv.).

Oproeping andere echtgenoot

Anders dan in een gewone verzoekschriftprocedure – waar de griffier een oproep voor de zitting aan de gerekwestreerde per post zendt – moet de echtgenoot, die het verzoekschrift zonder de andere echtgenoot indient, het verzoekschrift binnen 14 dagen aan de ander bij exploit betekenen (art. 816 lid 1 Rv.). De reden hiervoor laat zich eenvoudig raden: de ene echtgenoot (die immers op hetzelfde adres woont) zou de oproep van de griffier achterover kunnen drukken, waardoor de andere echtgenoot onwetend blijft van de echtscheidingsprocedure.

De ander kan een verweerschrift indienen. Dit moet bij advocaat, de procedure kan niet in persoon gevoerd worden. Het verweerschrift moet uiterlijk worden ingediend voor de in het exploit vermelde datum. Het origineel (tweede) afschrift van het exploit moet bij de griffie worden ingediend, net als het exploit van dagvaarding bij een dagvaardingsprocedure (maar de wet vermeldt hier niet op welk tijdstip).

De datum die in het exploit vermeld moet worden is tenminste zes weken. Woont de andere echtgenoot in het buitenland dan is dat drie maanden (art. 816 lid 2 Rv.).

Achterwege laten zitting echtscheidingsprocedure

In afwijking van art. 279 lid 1 Rv. (zie de pagina Verloop verzoekschriftprocedure) kan een behandeling ter terechtzitting achterwege blijven indien er geen minderjarige kinderen zijn die ingevolge art. 809 Rv. in de gelegenheid moeten worden gesteld hun mening kenbaar te maken en er, wanneer het een verzoek van een der echtgenoten betreft, niet tijdig verweer is gevoerd (art. 818 lid 1 Rv.)

De rechtbank verwacht van partijen, dat zij moeite doen om zaken onderling te regelen, en de rechtbank niet nodeloos belasten. Wanneer het ouderschapsplan in goed onderling overleg tot stand kan komen, en er geen minderjarigen ouder dan 12 jaar zijn die gehoord moeten worden, dan kunnen zij dat zelf, eventueel met een echtscheidingsbemiddelaar of mediator (art. 818 lid 2 Rv.). In de uitspraak van Rb. Oost-Brabant 14 december 2020 was de rechtbank ‘not amused’ dat tijdens de zitting bleek, dat de ouders (en hun advocaten) niet hadden gedaan en de zitting door hadden laten gaan.

Auteur & Last edit

[MdV, 6-07-2018; laatste bewerking 16-09-2021]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.