Gedwongen ontruiming (Afd. 6, Titel 3, Boek 2 Rv.)

Inleiding gedwongen ontruiming

De gedwongen ontruiming van een onroerende zaak is geregeld in Afd. 6, Titel 3, Boek 2 Rv.. Deze afdeling omvat 5 bepalingen (art. 555 Rv. tot en met art. 558 Rv.). De laatste 4 artikelen zijn niet van kracht.

NB: omdat de invoering van digitaal procederen is afgelast, maar er wel twee versies van de wet zijn (digitaal en niet-digitaal) moet je goed opletten in welke versie je zit. In het onderdeel executierecht wordt verwezen naar de niet-digitale versie.

Aanzegging ontruiming

Voordat ontruiming kan plaatsvinden, moet de schuldenaar een aanzegging krijgen per deurwaardersexploot, houdende bevel om binnen drie dagen aan de executoriale titel te voldoen (art. 555 Rv). Art 502 Rv. en art 502 Rv. zijn hier ook van toepassing (zoals de mogelijkheid tot termijnverkorting).

Deurwaarder voert ontruiming uit

De gedwongen ontruiming wordt uitgevoerd door een deurwaarder (art. 556 lid 1 Rv). De deurwaarder kan zich laten bijstaan door een of twee getuigen. Hun naam en woonplaats zal hij in dat geval in zijn proces-verbaal vermelden. Zij moeten dit stuk dan mede ondertekenen (lid 2).

Bevoegdheid tot binnentreden

De deurwaarder heeft – als er niet wordt open gedaan – de bevoegdheid zich toegang te verschaffen tot elke plaats, voor zover nodig om de ontruiming uit te voeren (art. 557 Rv). Daarbij is art. 444 Rv. hier ook van toepassing. De deurwaarder kan via de burgemeester van de gemeente waar het onroerend goed ligt om binnen te treden. De burgemeester kan zich doen vertegenwoordigen door een ambtenaar van politie die tevens hulpofficier van justitie is.

Van de tegenwoordigheid van deze ambtenaar en van hetgeen in zijn bijzijn, uit kracht van dit en de volgende drie artikelen, is verricht, zal melding gemaakt worden in het proces-verbaal van beslag (zegt art. 444 Rv.; in dit geval het p-v van ontruiming).

Opschorting tenuitvoerlegging tegen derden

Wanneer de ontruiming (mede) is gericht tegen andere gebruikers dan de zakelijk (eigendom) of persoonlijk (huur) gerechtigden, dan kan de rechter in zijn vonnis, waarbij de ontruiming wordt bevolen, bepalen dat dit binnen een door hem te bepalen termijn niet ten uitvoer kan worden gelegd (art. 557a lid 1 Rv).

Dit tenzij die opschorting onverenigbaar zou zijn met het belang van degene op wiens vordering het bevel wordt gedaan. Wordt de opschorting gelast, dan is dat onverminderd het recht van de executant op vergoeding van alle geleden of te lijden schade.

Ambtsbericht burgemeester of politie

De rechter kan daarbij ook bepalen dat wordt opgeschort totdat het openbaar gezag een bericht aan hem heeft uitgebracht over de situatie ter plaatse (art. 557a lid 2 Rv). Deze bepaling ziet uiteraard met name op het ontruimen van gekraakte panden. Ook hier mits het belang van de executant hierdoor niet onevenredig geschaad wordt.

De P-G in diens conclusie van 9 oktober 2009 merkt op: “Het kraken van een pand is naar regels van burgerlijk recht een onrechtmatige daad jegens de rechthebbende, ongeacht hoelang het pand al leeg staat. De eigenaar of andere rechthebbende kan bij de burgerlijke rechter een vordering tot ontruiming tegen de krakers instellen”. Die kwestie was echter ingestoken op het strafrecht. In voetnoot 5 merkt de P-G verder op: “Het vroeger bestaande praktijkprobleem dat de eigenaar geen vordering kon instellen omdat krakers zich in anonimiteit hulden, wordt nu tegengegaan door de mogelijkheid hen collectief te dagvaarden: zie het huidige art. 45 lid 3 Rv en, voor de ontruiming, art. 555 – 558 Rv.“. De P-G verwijst naar Hof Leeuwarden 24 januari 2007 (eigenaar/krakers).

Uitvoerbaarheid gedurende een jaar

Anderzijds kan de rechter in een dergelijke situatie in het vonnis bepalen, dat de ontruiming (indien nodig) gedurende maximaal een jaar herhaald kan worden (art. 557a lid 3 Rv). Wordt de tenuitvoerlegging opgeschort op grond van lid 1, dan vangt die termijn aan na verstrijken van de termijn van opschorting.

Tijdelijke ontruiming voor werkzaamheden

De regeling is ook van toepassing wanneer gehele of gedeeltelijke ontruiming nodig is omdat de executant gerechtigd is werkzaamheden uit te voeren aan het onroerend goed waarvoor (tijdelijke) ontruiming nodig is (art. 558 Rv). Dit geldt ook in het geval van art. 3:299 B.W. (zie de pagina Rechtsvordering).

Rechtspraak

Art. 557a Rv.

HR 17 januari 2003 (ontruiming bedrijfspand Amsterdam) – voor een voorbeeld van een ontruiming op de voet van art. 557a Rv.

Hof Leeuwarden 24 januari 2007 (eigenaar/krakers) – ontruiming krakers ex art. 557a Rv.

Art. 558 Rv. Tijdelijke ontruiming t.b.v. werkzaamheden

Voorzieningenrechter Rb. Midden Nederland 17 oktober 2018 (Viveste/huurder) – “klare taal”-uitspraak met machtiging de woning desnoods te ontruimen als de huurder niet meewerkt/gelegenheid geeft voor werkzaamheden door woningbouwcorporatie.

Auteur & Last edit

[MdV, 29-01-2020]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.