Algemene regels tenuitvoerlegging (Titel 1, Boek 2 Rv.)

LawyrupBurgerlijke rechtsvorderingGerechtelijke tenuitvoerlegging (Boek 2 Rv.)Algemene regels tenuitvoerlegging (Titel 1, Boek 2 Rv.)

Algemene regels tenuitvoerlegging (Titel 1, Boek 2 Rv.)

Inleiding algemene regels executie

De algemene regels voor gerechtelijke tenuitvoerlegging zijn opgenomen in Titel 1 van Boek 2 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. Deze Titel bevat de inleidende bepalingen, die in beginsel van toepassing zijn op alle specifieke vormen van executie, voor zover daarvan in de nadere regeling niet van wordt afgeweken.

De Titel omvat 14 bepalingen (art. 430 Rv. tot en met art. 438c Rv.).

NB de link naar de wettelijke bepalingen verwijzen naar de versie van de wet zoals die geldt voor digitaal procederen. Zie voor niet-digitaal deze link.

Executiegeschil

Tegen de tenuitvoerlegging (of executie) kan degeen tegen wie de beslaglegging enz. zich richt ook verweren, door middel van een executiegeschil (art. 438 Rv.). Dit kan al dan niet via een kort geding (lid 2); in dat geval moet wel aan de vereisten van kort geding worden voldaan (zie de pagina Kort geding).

Ook een derde kan tegen de executie opkomen. Hij moet dan zowel de executant als de geëxecuteerde dagvaarden (lid 5).

Executiegeschil kan niet gaan over de titel die ten uitvoer gelegd wordt

In het executiegeschil kan de executie aan de orde gesteld worden, maar niet de executoriale titel waarop die gebaseerd is. Degeen die opkomt tegen de executoriale titel kan dus niet het inhoudelijke debat, dat tot de executoriale titel leidde, in een executiegeschil nog eens overdoen. Daarvoor is immers het hoger beroep (of bij een verstekvonnis: verzet) de aangewezen weg.

De achterliggende reden is het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.  Wanneer de rechter vonnis gewezen heeft, en dit bij voorraad uitvoerbaar geworden is of in kracht van gewijsde gegaan is, dan kan de veroordeelde partij niet van voren af aan het debat in de procedure heropenen. De enige weg daarvoor is een rechtsmiddel, wanneer dat nog kan worden ingesteld.

Welke mogelijkheden zijn er om toch tegen de executie op te komen?

De geëxecuteerde kan alleen tegen de executie opkomen, wanneer de executant misbruik maakt van zijn executiebevoegdheid (art. 3:13 B.W.). Zie ook de pagina misbruik van procesrecht.

Volgens de jurisprudentie kan zich dit in twee situaties voordoen:

1. indien het ten uitvoer te leggen vonnis klaarblijkelijk berust op een feitelijke of juridische misslag;

2. indien na het wijzen van het vonnis aan het licht gekomen (nieuwe) feiten bij voortzetten van de executie voor de geëxecuteerde klaarblijkelijk “een noodtoestand” doen ontstaan;

De term “klaarblijkelijk” impliceert dat dit direct duidelijk moet zijn, en brengt voor de rechter dus een marginale toetsingsbevoegdheid mee. Zie HR 22 april 1983, NJ 1984, 145 (Ritzen/Hoekstra).

Executie

De beslaglegger die een executoriale titel heeft, kan op basis daarvan tot uitwinning van het beslagene overgaan. De wijze van tenuitvoerlegging hangt af van de aard van het uit te winnen goed. Er zijn bvb. verschillende regels voor onroerende zaken, aandelen enz.

De regels met betrekking tot roerende zaken niet zijnde registergoederen vind je in boek 2, titel 2, afd. 1 Rv. (art. 439 e.v. Rv.). De executoriale beslaglegging leidt de executoriale verkoop in (art. 449 Rv.).

Wie neemt de executie ter hand?

Indien er sprake is van meerdere beslagen, dan zal de oudste beslaglegger (die een executoriale titel heeft) bevoegd zijn de executie ter hand te nemen (art. 458 Rv.). De opbrengst wordt gestort op een rekening van de deurwaarder, in afwachting van hetzij overeenstemming over de verdeling dan wel een rangregeling (art. 480 Rv.).

Beslagleggers die later beslag hebben gelegd kunnen de oudste beslaglegger een termijn stellen, en indien deze niet aanvangt met de executie, deze overnemen (art. 459 Rv.). Ook kan een pandhouder de executie overnemen (art. 461a Rv.), mits hij bevoegd is (geworden) tot executie op basis van het pandrecht (ingevolge art. 3:248 B.W.). In dat geval dient hij het overschot te verdelen onder de andere rechthebbenden, dan wel dient dit onder een bewaarder gestort te worden bij geschil over de verdeling (zie art. 490b Rv.). Zie voor hypotheek art. 551 lid 2 Rv.1.

De conservatoire beslaglegger speelt bij de executie geen rol. Wel zal deze een rol hebben bij de verdeling van de opbrengst (art. 480 e.v. Rv.).

Tot op het tijdstip van de openbare verkoop kunnen er nog (meer) beslagen gelegd worden (art. 457 Rv.). Deze beslagleggers delen alsdan (pro rato) mee in de opbrengst. Als een crediteur te laat is, kan hij nog wel beslag leggen op de opbrengst van de executie. In dat geval deelt hij niet mee in de rangregeling, maar kan hij zich (slechts) verhalen op het restant na verdeling onder de beslagleggers (HR Ontvanger/Eijking NJ 2011/372). Dit beslag moet overigens worden gelegd onder de deurwaarder, niet onder de bank waar het geld staat (art. 19 lid 5 Gerechtsdeurwaarderswet). En wel op de vordering van de geëxecuteerde tot afdracht van het surplus. De vordering waarvoor beslag wordt dan aangetekend in de staat van verdeling (art. 483 Rv.). Dit kan totdat de verdeling is komen vast te staan (art. 490 Rv.).

De executie mag niet eerder dan 4 weken na de betekening o.g.v. art. 443 Rv. van het proces-verbaal van beslaglegging plaatsvinden (art. 462 Rv.). Dit op straffe van schadevergoeding.

In geval van een vrijwillige onderhandse verkoop na beslag, waarbij er een hypotheekhouder is, zal de notaris de hypotheekhouder voldoen en vervolgens met inachtneming van het beslag moeten afrekenen.

Wijze van verkoop

De verkoop vindt in beginsel openbaar plaats (art. 463 lid 1 Rv.). Is de in beslag genomen zaak verkoopbaar op een markt of beurs, dan kan de verkoop via een tussenpersoon plaatsvinden op de voor die markt gebruikelijke regels voor een gewone verkoop (art. 463 lid 2 Rv.).

Dit in afwijking van de reguliere regels voor executieverkoop vervat in art. 464-466 en 469 Rv.. Deze laatste bepaling geeft een regeling voor de wijze van bieden.

De deurwaarder is (bij beide methoden van verkoop) verantwoordelijk voor de verkregen opbrengst, en voldoet daaruit de executiekosten (art. 474 Rv.).

Verdeling van de opbrengst

De deurwaarder draagt derhalve zorg voor de verdeling, nadat de kosten van executie uit de bruto opbrengst zijn voldaan. De Staat is naast de deurwaarder hoofdelijk aansprakelijk voor de goede uitoefening van diens taak voor zover die ziet op de verdeling (zie art. 480 lid 3 Rv.).

Dit overeenkomstig art. 3:270 lid 6 B.W. waar het betreft de aansprakelijkheid van de notaris in wiens handen de opbrengst van de verkoop van een onroerend goed wordt voldaan.

Deze aansprakelijkheid van de Staat naast deurwaarder en notaris ziet op de belangen van allen die bij de executie betrokken zijn (Parl. Gesch.). De Staat zal dus regres zoeken. Een voorbeeld van deze aansprakelijkheid is HR 29-01-2010, NJ 2011/236 Staat/Lehman. Daar werd de Staat aansprakelijk gehouden voor de marktconforme rente die de deurwaarder over de opbrengst had moeten bedingen.

Indien bij meerdere gerechtigden overeenstemming bereikt kan worden over de verdeling, kan op basis daarvan worden uitgekeerd. Bestaat er geschil van mening, dan zal een rangregeling nodig zijn (art. 480 lid 2 Rv.). Bij de beslissing over de verdeling is de geëxecuteerde zelf ook partij, en hij zal dus bij het overleg betrokken moeten worden en in moeten stemmen met een onderlinge afspraak over de verdeling.

Positie van de conservatoir beslaglegger

Degeen die hetzij conservatoir beslag gelegd heeft op de geëxecuteerde zaak, dan wel op de executie-opbrengst, deelt mee in de opbrengst. Als zijn vordering echter niet vaststaat, dan zal die betwist worden hetzij door de geëxecuteerde en/of door de andere gerechtigden.

In dat geval zal de meest gerede partij zich tot de Voorzieningenrechter moeten wenden met verzoek een R-C aan te wijzen die de rangregeling zal treffen (art. 481 Rv.).

De R-C maakt binnen 14 dagen na einde van de termijn waarbinnen belanghebbenden hun vordering dienen op te geven (zie art. 482 Rv.) een staat van verdeling, waarbij hij zich met name zal kunnen baseren op de regeling in art. 129-131 en 133 Fw. (art. 483 Rv.).

De art. 483a tot en met 483f Rv. geven regels voor voorwaardelijke vorderingen, vorderingen tot het doen van betalingen in termijnen, vorderingen verzekerd door hypotheek of pandrecht enz.
Voor de conservatoire beslaglegger is met name van belang art. 483f Rv., die gaat over vorderingen die betwist worden.

De R-C kan de betwiste vordering voorwaardelijk opnemen in de staat van verdeling, tot een door hem te bepalen bedrag (art. 483f Rv.). Daarmee wordt de mogelijkheid geschapen om wel tot uit- deling te komen. Het voorwaardelijk begrote bedrag wordt gereserveerd, totdat duidelijk is of dit inderdaad aan de conservatoir beslaglegger toekomt (zie art. 485 Rv.). Zo niet, dan wordt dit ver- deeld onder de andere gerechtigden (waaronder, bij een surplus, de geëxecuteerde) (art. 490a Rv.).

De R-C kan ook een termijn stellen, waarbinnen duidelijk moet zijn of de betwiste crediteur een vordering heeft en zo ja, tot welk bedrag (zie art. 490a Rv.). De regeling sluit aan bij art. 125 Fw..

De staat van verdeling wordt gedeponeerd en de rechthebbenden worden in kennis gesteld (art. 484 Rv.). Indien geen tegenspraak wordt gedaan, zal bevelschrift worden gegeven tot uitdeling. Deze heeft de status van executoriale titel (art. 485 lid 2 Rv.).

Krachtens art. 485a Rv. kan tegenspraak gedaan worden. Als de crediteur de termijnen van art. 482 en 484 Rv. (tijdig reageren en indienen) niet in acht heeft genomen, heeft hij een probleem (soort hardheidsverhaal, zie art. 485a lid 2 Rv.).

Wanneer de partijen niet door de R-C verenigd kunnen worden, vindt renvooi plaats (art. 486 Rv.). Daarvoor is geen dagvaarding vereist (art. 486 lid 1 Rv.).

Bij de procedure zijn uitsluitend betrokken de partijen, die tegenspraak hebben gedaan (lid 4). Dit kunnen ook zijn de geëxecuteerde en de niet-geëxecuteerde schuldenaar (484 lid 2).

Hoger beroep tegen de beschikkingen van de R-C is niet mogelijk (art. 490d Rv.).

Beslagsyllabus

Een belangrijke leidraad als je beslag wilt leggen is ook de Beslagsyllabus. Deze bevat de beleidsregels van de Voorzieningenrechters bij de beoordeling van beslagrekesten. Voor advocaten is dit dus een belangrijk document bij het opstellen van beslagrekesten.

Naast het conservatoir beslag binnen Nederland is er ook het Europees bankbeslag. Zie hierover Europees bankbeslag (EAPO).

Rechtspraak

Executiegeschil

Rb. Rotterdam 21 november 2018 – een executiegeschil kan ook in reconventie worden ingesteld, ook wanneer de conventie een niet-ontvankelijk verzet blijkt.

Auteur & Last edit

[MdV, 19-01-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.