Aanzegging voorafgaand aan de executie

Voordat de deurwaarder kan overgaan tot openbare verkoop (executie) moet de executie eerst worden aangezegd aan de geëxecuteerde  (art. 439 lid 1 Rv.). De termijn kan zo nodig – op verzoek van de deurwaarder – worden verkort, zelfs tot nul dagen. De aanzegging kan gelijktijdig met de betekening van de executoriale titel worden gedaan (lid 2).

In het bevel moet tot het einde van de executie domicilie gekozen worden bij de deurwaarder. Of bij een advocaat in Nederland (lid 3).

Wijze van beslag leggen op roerende zaken

Het beslag op roerende zaken moet worden gelegd met een proces-verbaal van de gerechtsdeurwaarder (art. 440 lid 1 Rv.). Bij de wetswijziging van 3 juni 2020 is het woord “exploot” in deze bepaling vervangen door “proces-verbaal”.

Dit exploot moet – op straffe van nietigheid – tenminste de volgende informatie bevatten (“naast de gebruikelijke formaliteiten”).

– de voornaam, naam en woonplaats van de executant;
– de naam en woonplaats van de geëxecuteerde;
– de executoriale titel uit hoofde waarvan het beslag wordt gelegd;
– indien het beslag niet wordt gelegd door een deurwaarder ten kantore van wie woonplaats is gekozen overeenkomstig artikel 439, derde lid, een keuze van woonplaats ten kantore van de deurwaarder die het beslag legt.

De deurwaarder kan zich laten bijstaan door een of twee getuigen. In dat geval moet hij hun naam en woonplaats in het proces-verbaal zal vermelden. Zij moeten het proces-verbaal dan ook mede ondertekenen (lid 2).

Inschrijving in het kentekenregister bij beslag op voertuigen

Bij de wetswijziging van 3 juni 2020 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt: “het proces-verbaal van inbeslagneming van een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, sub c, Wegenverkeerswet 1994 of een aanhangwagen als bedoeld in artikel 1, sub d, Wegenverkeerswet 1994 zal onverwijld in het kentekenregister, bedoeld in artikel 42 Wegenverkeerswet 1994, worden ingeschreven. De deurwaarder zorgt ervoor dat deze inschrijving wordt beëindigd zodra het beslag is opgeheven of vervallen.”

Dit beslag kan blijkens het nieuwe art. 442 Rv. ook administratief worden gelegd, zonder het voertuig fysiek te zien. Deze wijzigingen treden in werking per 1 april 2021.

Alleen voor vorderingen met bepaalbaar geldelijk beloop

Het executoriaal beslag op roerende goederen kan alleen worden gelegd voor een vordering waarvan het geldelijk beloop bepaalbaar is (art. 441 lid 1 Rv.). Luidt de vordering in buitenlandse valuta, dan kan die worden geïnd in Nederlands geld (oftewel Euro’s). Zie de pagina Verbintenissen tot betaling van een geldsom (en dan met name art. 6:123 lid 2 B.W.).

Wanneer de vordering niet is vereffend, worden alle verdere vervolgingen gestaakt totdat dit het geval is (lid 2). Zie ook art. 504a Rv., dat eenzelfde bepaling bevat voor Executoriaal beslag op onroerende zaken. Dit betekent, dat wanneer de vordering wel bepaalbaar is, maar nog niet vast staat hoe hoog deze is – bij voorbeeld als er nog een schadestaat procedure gevoerd moet worden – de daadwerkelijke executie wordt opgeschort totdat de vordering “vereffend” is. Het executoriaal beslag blijft dan nog een tijdje liggen, en heeft dan als het ware een bewarend karakter (hoewel het geen conservatoir beslag is). Zie Rb. Amsterdam 5 februari 2014 (optierecht huurder/RAM Properties).

In de wet van 3 juni 2020 (Stb. 2020, 117) tot Wijziging van het beslag- en executierecht wordt een lid 3 toegevoegd, dat executoriaal beslag op roerende zaken verbiedt als de executiekosten hoger zijn dan de waarde van de te executeren zaken. Dit tenzij de schuldeiser aannemelijk kan maken dat de schuldenaar door het beslag en de executie niet op onevenredig zware wijze in zijn belangen wordt getroffen.

Deurwaarder heeft ten behoeve van de executie toegang tot elke plaats

In art. 441 Rv. is bepaald, dat de deurwaarder voor de uitoefening van zijn taken in het kader van de executie toegang heeft tot elke plaats. De deurwaarder heeft dus het recht om binnen te treden, desnoods met hulp van de politie. Ter verduidelijking wordt hier ingevolge de wetswijziging van 3 juni 2020 (Stb. 2020, 117) aan toegevoegd dat deze bevoegdheid ziet op zijn taken ter inbeslagneming “en al hetgeen hieruit voortvloeit”.

Zaken niet vatbaar voor executie

De oubollige formulering van art. 447 Rv. waarin is opgesomd welke goederen niet voor executie vatbaar zijn, is met de wet van 3 juni 2020 gemoderniseerd. De bedoeling van de wetgever is de schuldenaar het minimale wat nodig is voor zijn levensonderhoud te laten behouden. In de wet van 3 juni 2020 (waarmee wetsvoorstel 35 225 tot Wijziging van het beslag- en executierecht is aangenomen) is deze lijst uitgebreid en gemoderniseerd. Daarbij wordt het bepaalde in art. 448 Rv. – dat zaken die nodig zijn voor studie, beroep of bedrijf niet geëxecuteerd mogen worden niet uitgewonnen mogen worden – in art. 447 Rv. opgenomen.

De nieuwe tekst van art. 447 Rv. komt te luiden:

“1. Op de volgende roerende zaken mag geen beslag worden gelegd:

a. zaken die behoren tot de inboedel, bedoeld in artikel 5 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, van de door de schuldenaar bewoonde woning;
b. de kleding van de schuldenaar en van de tot zijn gezin behorende huisgenoten;
c. de in de woning aanwezige voorraad levensmiddelen;
d. zaken die de schuldenaar en de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs nodig hebben voor de persoonlijke verzorging en de algemene dagelijkse levensbehoeften;
e. de in de woonruimte aanwezige zaken die de schuldenaar en de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs nodig hebben voor de verwerving van de noodzakelijke middelen van bestaan, dan wel voor hun scholing of studie;
f. zaken van hoogstpersoonlijke aard;
g. gezelschapsdieren van de schuldenaar en van de tot zijn gezin behorende huisgenoten, alsmede de voor de verzorging van deze dieren noodzakelijke zaken.

2. In afwijking van het eerste lid is beslag wel toegestaan op de in het lid onder a tot en met f genoemde zaken die in de gegeven omstandigheden bovenmatig zijn. Bij algemene maatregel van bestuur kan nader worden bepaald welke zaken, hetzij afzonderlijk, hetzij door de aanwezigheid van andere, al dan niet gelijksoortige zaken, als bovenmatig zijn aan te merken. Daarbij kan voor bepaalde zaken of categorieën van zaken worden bepaald tot welke waarde bovenmatigheid niet wordt aangenomen.

3. Indien beslag wordt gelegd op een bovenmatige zaak die de geëxecuteerde of de tot zijn gezin behorende huisgenoten redelijkerwijs niet kan missen, stelt de deurwaarder de geëxecuteerde in de gelegenheid om de bovenmatige zaak te vervangen door een niet als bovenmatig aan te merken vergelijkbare zaak.

4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan de in het eerste lid bedoelde roerende zaken worden aangewezen waarop geen beslag mag worden gelegd.”

Art. 448 Rv. nieuw zal bepalen, dat huisdieren en roerende zaken wel executoriaal in beslag genomen mogen worden voor vorderingen die hun oorzaak vinden in de verkoop, vervaardiging of het herstel van de zaak of de verkoop of verzorging van het gezelschapsdier.

Huisdieren mogen niet meer in beslag genomen worden. Ook wordt de mogelijkheid geschapen nadere regels te stellen bij algemene maatregel van bestuur (AMvB).

In de Wet van 3 juni 2020 tot Wijziging van het beslag- en executierecht wordt de mogelijkheid van een internetveiling toegevoegd. In een nieuw toegevoegd lid 2 van art. 449 Rv. wordt bepaald, dat bij internetveiling aan de geëxecuteerde moet worden betekend via welke website en gedurende welke periode er kan worden geboden.

Wie neemt de executie ter hand bij meerdere beslagen?

Indien er sprake is van meerdere beslagen, dan zal de oudste beslaglegger (die een executoriale titel heeft) bevoegd zijn de executie ter hand te nemen (art. 458 Rv.). De opbrengst wordt gestort op een rekening van de deurwaarder, in afwachting van hetzij overeenstemming over de verdeling dan wel een rangregeling (art. 480 Rv.) (zie de pagina Rangregeling).

Beslagleggers die later beslag hebben gelegd kunnen de oudste beslaglegger een termijn stellen, en indien deze niet aanvangt met de executie, deze overnemen (art. 459 Rv.). Ook kan een pandhouder de executie overnemen (art. 461a Rv.), mits hij bevoegd is (geworden) tot executie op basis van het pandrecht (ingevolge art. 3:248 B.W.). In dat geval dient hij het overschot te verdelen onder de andere rechthebbenden, dan wel dient dit onder een bewaarder gestort te worden bij geschil over de verdeling (zie art. 490b Rv.). Zie voor hypotheek art. 551 lid 2 Rv..

De conservatoire beslaglegger speelt bij de executie geen rol. Wel zal deze een rol hebben bij de verdeling van de opbrengst (art. 480 e.v. Rv.).

Tot op het tijdstip van de openbare verkoop kunnen er nog (meer) beslagen gelegd worden (art. 457 Rv.). Deze beslagleggers delen alsdan (pro rato) mee in de opbrengst. Als een crediteur te laat is, kan hij nog wel beslag leggen op de opbrengst van de executie. In dat geval deelt hij niet mee in de rangregeling, maar kan hij zich (slechts) verhalen op het restant na verdeling onder de beslagleggers (HR Ontvanger/Eijking NJ 2011/372). Dit beslag moet overigens worden gelegd onder de deurwaarder, niet onder de bank waar het geld staat (art. 19 lid 5 Gerechtsdeurwaarderswet). En wel op de vordering van de geëxecuteerde tot afdracht van het surplus. De vordering waarvoor beslag wordt dan aangetekend in de staat van verdeling (art. 483 Rv.). Dit kan totdat de verdeling is komen vast te staan (art. 490 Rv.).

Verdere gang van zaken bij beslag

Wanneer beslag is gelegd op een goed, waarvan een derde aangeeft dit niet te dulden in verband met rechten die hij daarop stelt te hebben, wordt het beslag verder afgewikkeld als beslag onder derden (zie de pagina Executoriaal beslag onder derden). In dat geval moet binnen drie dagen nadat de derde bezwaar gemaakt heeft de verklaring aan de derde worden betekend art. 461d Rv. nieuw).

De executie mag niet eerder dan 4 weken na de betekening o.g.v. art. 443 Rv. van het proces-verbaal van beslaglegging plaatsvinden (art. 462 Rv.). Dit op straffe van schadeplichtigheid.

De verkoop moet openbaar geschieden op een door de deurwaarder te bepalen plaats, Bij de wetswijziging van 3 juni 2020 is het vereiste dat dit binnen zijn ambtsgebied moet gebeuren vervallen (art. 463 lid 1 Rv.). Daarbij is in de ingevoegde leden 2 en 3 ook de internetveiling in de wet opgenomen als wijze van executie. Deze moet aan “passende technische maatregelen” zijn omgeven om de veiligheid en betrouwbaarheid te waarborgen. Daarover kunnen bij AmvB nadere regels worden gegeven.

In geval van een vrijwillige onderhandse verkoop na beslag, waarbij er een hypotheekhouder is, zal de notaris de hypotheekhouder voldoen en vervolgens met inachtneming van het beslag moeten afrekenen.

Wijze van verkoop

De verkoop vindt in beginsel openbaar plaats (art. 463 lid 1 Rv.). Is de in beslag genomen zaak verkoopbaar op een markt of beurs, dan kan de verkoop via een tussenpersoon plaatsvinden op de voor die markt gebruikelijke regels voor een gewone verkoop (art. 463 lid 2 Rv.). Dit in afwijking van de reguliere regels voor executieverkoop.

Geschillen over de wijze van verkoop worden beslecht door de Voorzieningenrechter van de rechtbank (art. 463a Rv.). Die kunnen ook de internetveiling betreffen zoals ingevoerd met de wet van 3 juni 2020. Tegen de beslissing van de Voorzieningenrechter staat geen rechtsmiddel open (art. 463b Rv.).

Afschaffing van de aanplakbiljetten

De openbare verkoop (of internetveiling wordt aangekondigd op internet. In art. 464 Rv. wordt de oude tekst – die uitging van het aanplakken van de openbare verkoop – hiertoe vervangen. Ook art. 465 Rv. en art. 467 Rv. worden hierop aangepast en art. 466 Rv. dat advertenties in de krant voorschreef, vervalt.

Biedmethode en betaling

Art. 469 Rv. geeft een regeling voor de wijze van bieden. Met de wetswijziging van 3 juni 2020 wordt toegevoegd, dat de koper naast het “in handen van de deurwaarder” betaalt het bedrag ook mag “storten”. Kennelijk wordt hiermee bedoeld betaling op een bankrekening.

De deurwaarder is (bij alle methoden van verkoop) verantwoordelijk voor de verkregen opbrengst, en voldoet daaruit de executiekosten (art. 474 Rv.). Aan deze bepaling is met de wet van 3 juni 2020 toegevoegd: “Indien artikel 480, tweede lid, van toepassing is, maakt de deurwaarder aan de voet van zijn proces-verbaal aantekening van de namen van de schuldeisers die beslag hebben gelegd op goederen of de opbrengst van de tenuitvoerlegging en van de beperkt gerechtigden van wie het recht door de tenuitvoerlegging is vervallen”.

Auteur & Last edit

[MdV, 19-01-2018; laatste bewerking 29-09-2020]

1 stem, gemiddeld: 4,00 van de 51 stem, gemiddeld: 4,00 van de 51 stem, gemiddeld: 4,00 van de 51 stem, gemiddeld: 4,00 van de 51 stem, gemiddeld: 4,00 van de 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.