Kantonzaken (Afd. 2, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Inleiding Kantonzaken

De Kantonrechter behandelt als alleenzittende rechter “eenvoudige” zaken, met een belang tot EUR 25.000,= dan wel als die een bepaald in de wet genoemd onderwerp betreffen (de zgn. aardzaken). Dit zijn arbeidszaken, huurzaken en enkele andere specifiek in de wet genoemde zaken. In die procedures is geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat voorgeschreven.

De procesgang in dagvaardingszaken voor de Kantonrechter heeft een eigen regeling gevonden in Afd. 2, Titel 2, Boek 1 Rv.. De afdeling kent 6 artikelen.

Bevoegdheid Kantonrechter

Maximum bedrag: EUR 25.000,=

Bij de Kantonrechter dienen zaken te worden aangebracht (art. 93 Rv.):

– met een financieel belang van niet meer dan EUR 25.000,= (incl. de rente tot de dagvaarding);

– met een onbepaald belang, als er duidelijke aanwijzing is dat het belang EUR 25.000 niet overschrijdt.

Deze bovengrens voor de bevoegdheid (of competentie) van de Kantonrechter was aanvankelijk lager (het maximum was tot 2011 EUR 5.000,=, daarvoor was het nog lager). Om de toegang tot de rechter laagdrempeliger te maken (immers is bij de Kantonrechter niet vereist dat partijen worden vertegenwoordigd door een advocaat) is die competentiegrens verhoogd. Daardoor kunnen niet alleen partijen zelf, maar ook gemachtigden (zoals juristen die geen advocaat zijn, medewerkers van incassobureaus enz.) als gemachtigde voor een partij in de procedure bij de rechtbank (Afd. Kanton) optreden.

Wanneer de rechtstitel waarover gestreden wordt – ongeacht dat de vordering minder bedraagt dan EUR 25.000,= – een hoger belang heeft dan EUR 25.000,=, dan moet de zaak worden verwezen naar de rechtbank (afd. handelszaken) indien de rechtstitel betwist wordt.

Aardzaken

En voorts worden voor de Kantonrechter gebracht – ongeacht het beloop of de waarde van de vordering – zaken die een betrekking hebben op een aantal in de wet genoemde specifieke overeenkomsten, de zgn. “aardzaken”:

– een arbeidsovereenkomst

– een CAO

– een VUT-overeenkomst

– een agentuurovereenkomst

– een huurovereenkomst

– een huurkoopovereenkomst

– een consumentenkoopovereenkomst

– een consumentenkrediet overeenkomst tot een bedrag van € 40.000,=

En tot slot nog: (andere) zaken waarvan de wet dit voorschrijft (lid 4).

De gedachte achter de competentie van de Kantonrechter in aardzaken is dat de wetgever wil dat de rechter in die zaken laagdrempelig kan worden benaderd, zonder dat per se een advocaat nodig is.

Meerdere vorderingen en samenhang

Worden meerdere vorderingen bij dezelfde dagvaarding ingesteld, dan geldt de cumulatieve waarde (art. 94 lid 1 Rv.).

Worden meerdere vorderingen bij dezelfde dagvaarding ingesteld, en is daarbij sprake van aardzaken, dan worden deze tezamen door de Kantonrechter behandeld, als de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet (art. 94 lid 2 Rv.).

Ook een conventie en reconventie, en een hoofdzaak en vrijwaring worden tezamen door de Kantonrechter behandeld, als één van de vorderingen een aardzaak betreft.

Wordt de eis gewijzigd en daarmee het maximale bedrag waarover de Kantonrechter mag oordelen overschreden, dan moet ook worden verwezen naar de rechtbank afd. handelszaken (art. 95 Rv.).

Omgekeerde prorogatie

Wanneer partijen “agree to disagree” en het een rechtsbetrekking betreft, die te hunner vrije beschikking staat, dan kunnen zij hun geschil bij gezamenlijk verzoekschrift voorleggen aan de Kantonrechter op de voet van art. 96 lid 1 Rv. (onder het oude recht was deze mogelijkheid opgenomen in art. 43 Wet R.O. oud) Dit wordt ook wel “omgekeerde prorogatie”  genoemd, omdat er niet een instantie wordt overgeslagen zoals bij prorogatie, maar in feite een niveau lager wordt ingestoken (hoewel tegenwoordig de Kantonrechter dus ook tot de rechtbank behoort).

De procesgang wordt door de Kantonrechter bepaald. Deze procedure is in wezen een soort arbitrage door de overheidsrechter.

Partijen kunnen overeenkomen, dat hoger beroep mogelijk is. Wordt dit verzuimd, dan is dit de enige instantie, aldus art. 333 Rv. (tweede volzin). Een dergelijk beding moet expliciet worden overeengekomen. Zie HR 8 november 2002 (Olislagers/Otib) waarin verwarring was ontstaan omdat de Kantonrechter in een proces-verbaal had vermeld dat partijen zich wel de mogelijkheid van hoger beroep (destijds nog op de rechtbank) hadden voorbehouden. De Hoge Raad overweegt:

3.5 Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat blijkens het bepaalde in het te dezen nog toepasselijke art. 43 lid 2 (oud) RO, thans art. 333 Rv., de kantonrechter in een dergelijk geval altijd beslist in het hoogste ressort, tenzij partijen die zich op de voet van dit artikel tot de kantonrechter hebben gewend, zich de mogelijkheid van hoger beroep, voor zover mogelijk, hebben voorbehouden. Hieruit volgt dat partijen, als zij zich op de voet van voormelde bepaling tot de kantonrechter wenden en zich de mogelijkheid van hoger beroep willen voorbehouden, zulks uitdrukkelijk en eensluidend moeten verklaren.

3.6 In overeenstemming met het hiervóór in 3.5 overwogene heeft de Rechtbank geoordeeld dat een dergelijk voorbehoud niet kan worden aangenomen op grond van een stilzwijgend beding. In het licht van hetgeen in het proces-verbaal van de comparitie was vermeld, kan de hiervóór in 3.2.1 weergegeven overweging van de Kantonrechter niet anders worden verstaan dan zoals de Rechtbank heeft gedaan, namelijk als de vaststelling van een stilzwijgend voorbehoud van het hoger beroep. Op grond van dit een en ander heeft de Rechtbank dus terecht geoordeeld dat uit hetgeen de Kantonrechter in rov. 5.3 heeft overwogen, niet blijkt dat partijen, wat er zij van hetgeen verder ter comparitie is besproken, in dit geval zich hoger beroep hebben voorbehouden. Uit het vorenstaande volgt dat de bestreden overwegingen van de Rechtbank niet innerlijk tegenstrijdig zijn en dat het oordeel van de Rechtbank ook niet onbegrijpelijk is.”

Wanneer het voorbehoud in een overeenkomst is opgenomen, moet deze op dit punt geen ruimte voor misverstand open laten. Zie in dit kader Hof Den Bosch 9 september 2014 (samenlevingscontract). Het Hof overweegt:

“Blijkens het bepaalde in artikel 333 Rv staat in zaken als bedoeld in artikel 96 Rv hoger beroep slechts open indien partijen zich dat beroep, binnen de grenzen van artikel 332 Rv, uitdrukkelijk hebben voorbehouden (HR 8 november 2002 (Olislagers/Otib), NJ 2003, 15). Anders dan de vrouw meent, brengt de enkele omstandigheid dat partijen in (artikel 10 van) de samenlevingsovereenkomst op generlei wijze hebben opgenomen dat geen hoger beroep openstaat derhalve niet mee dat hoger beroep open staat; een uitdrukkelijk voorbehoud is daarvoor vereist, waarbij het hof nog opmerkt dat niet alleen bij het aangaan van de samenlevingsovereenkomst, maar ook later, bijvoorbeeld in de inleidende dagvaarding of bij de mondelinge behandeling bij de kantonrechter, niet is gebleken van het bedoelde uitdrukkelijke voorbehoud.”

Voordeel van negatieve prorogatie is dat de procesregels eenvoudiger zijn en partijen zelf kunnen procederen. Ook is een lager griffierecht verschuldigd. Het is dan ook zeker te overwegen negatieve prorogatie standaard op te nemen als wijze van geschillenbeslechting in overeenkomsten of algemene voorwaarden, in plaats van de vaak opgenomen, maar veel duurdere oplossing door arbitrage.

Gezamenlijke behandeling reconventie en vrijwaring “rechtbankvorderingen” door Kantonrechter als samenhang dit gebiedt

Ook wanneer niet een van de zaken een aardzaak is, kan de Kantonrechter de reconventie of de vrijwaring in afwijking van art. 94 lid 3 c.q. lid 4 tezamen met de Kantonzaak behandelen, als de samenhang van de vorderingen dit gebiedt (art. 97 Rv.).

Verwijzing naar de meervoudige kamer

De Kantonrechter kan de zaak – als hij vindt dat de zaak niet leent voor behandeling door slechts een rechter – verwijzen naar de meervoudige kamer van de rechtbank (art. 98 Rv.).

Forumkeuze voor andere rechter dan Kantonrechter of andere woonplaats

In art. 108 lid 2 Rv. wordt in Kantonzaken een forumkeuze terzijde geschoven, tenzij de overeenkomst is gesloten nadat het geschil is gerezen of de zwakkere partij de procedure aanspant. De particulier zal dus gedaagd moeten worden voor de rechter van zijn woonplaats, een forumkeuze voor een andere rechter (bvb. in algemene voorwaarden of overeenkomst) gaat niet op.

Geschiedenis Kantongerecht

Voor de herziening van de rechterlijke organisatie was de Kantonrechter een afzonderlijke rechterlijke instantie, die onder de rechtbank stond in hiërarchie. Er waren voor de reorganisatie decentraal 60 Kantongerechten, binnen de 18 arrondissementen van rechtbanken. Dit aantal is gereduceerd naar 32, waarbij de gehandhaafde decentrale zittingslocaties worden aangeduid als “nevenzittingsplaats” van de rechtbank waarin het Kantongerecht is geïntegreerd. De organisatie van het Kantongerecht is ineen geschoven met die van de rechtbank, en vormt daarin een -enkelvoudige – Kamer voor Kantonzaken. De functie is dezelfde gebleven.

Zie artikel III van de Evaluatiewet modernisering rechterlijke organisatie d.d. 19 mei 2011 (i.w.tr. 1 juli 2011, zie Besluit van 27 juni 2011) en de MvA 1e Kamer Wet reorganisatie rechterlijke organisatie. De verhoging van de competentiegrens in art. 93 Rv. is te vinden in artikel III, sub C (die krachtens het Besluit ook effect heeft vanaf 1 juli 2011).

De wetswijziging gaat uit van zgn. “eerbiedigende werking”. Dat houdt in, dat krachtens het overgangsrecht de regels zoals die golden voor zaken, aanhangig voor de reorganisatie/wetswijziging, van kracht blijven.

Rechtspraak

Negatieve prorogatie

Hof Den Bosch 9 september 2014 (beding geschillen samenlevingscontract) – de vrouw is niet-ontvankelijk nu sprake is van een zaak als bedoeld in artikel 96 Rv en hoger beroep niet is voorbehouden.

Auteur & Last edit

[MdV, 21-07-2018; 31-12-2019]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.