Algemene bepalingen overdracht Afd. 1, Titel 4, Boek 3 B.W.)

Inleiding overdracht van goederen

Overdracht van goederen houdt in de levering van een goed door iemand aan een ander. De wettelijke regeling van overdracht van goederen is te vinden in Boek 3 B.W., Titel 4 (Verkrijging en verlies van goederen).

In Afd. 1 van deze Titel vinden we drie algemene bepalingen, die (dus) gelden voor alle vormen van overdracht, verlies en afstand van goederen: art. 3:80 t/m 3:82 B.W..

Verkrijging onder algemene of bijzondere titel

Art. 3:80 lid 1 B.W. leert ons, dat we goederen kunnen verkrijgen hetzij “onder algemene titel”, of “onder bijzondere titel”. Hierin liggen twee juridische principes besloten.

Het begrip titel

In de eerste plaats moet goed worden onderscheiden tussen de verkrijging en de titel. Een “titel” houdt in de juridische grondslag op basis waarvan een goed wordt verkregen. De levering (of “overdracht”) van een goed vraagt dus om een titel. Anders vindt de levering plaats “zonder recht of titel” en is deze dus ongegrond. Dan kan het geleverde dus worden teruggevorderd. Dit is dus wat anders dan “Titel” als onderdeel van het wetboek, of “titel” in het woord aanspreektitel, of de “titel” van een boek of artikel.

In de praktijk – en zeker bij stoffelijke zaken – zijn de titel en de overdracht in een ondeelbaar moment verbonden. Je koopt een brood bij de bakker, en direct na betaling krijg je het overhandigd (de overdracht). De titel is dan dus een overeenkomst, in het bijzonder een koopovereenkomst. De overdracht is – omdat het om een stoffelijke zaak gaat – de feitelijke terhandstelling.

Algemene titel versus bijzondere titel

Het tweede principe is, dat de verkrijging hetzij onder “algemene titel” kan plaatsvinden, of onder “bijzondere titel”.

In lid 2 van art. 3:80 B.W. wordt opgesomd, in welke gevallen er sprake is van verkrijging onder algemene titel: daarbij moet worden gedacht aan bvb. erfopvolging. Door de overdracht onder algemene titel treedt de verkrijger in de schoenen van de vorige gerechtigde, ten aanzien van al diens vermogensrechtelijke rechten.

In lid 3 van art. 3:80 B.W. wordt opgesomd, in welke gevallen er sprake is van verkrijging onder bijzondere titel: naast een restcategorie (“de overige in de wet voor iedere soort aangegeven wijzen van rechtsverkrijging”) is dat door:

  • overdracht
  • verjaring en
  • onteigening

Verlies van goederen

Tegenover de verkrijging staat het spiegelbeeld, het verlies van de goederenrechtelijke aanspraak. Immers wordt door (geldige) levering de verkrijger de nieuwe eigenaar, en verlies de oude eigenaar diens eigendomsrecht. En zo geldt dit voor alle goederenrechtelijke rechten.

Art. 3:80 lid 4 B.W. bepaalt nog, dat het verlies van goederen plaatsvindt op de daarvoor in de wet aangegeven wijze.

Vestigen en overdragen van beperkte rechten

Art. 3:81 B.W. geeft aan, dat degeen die het volle recht met betrekking tot een bepaald goed heeft, daar deelrechten van kan afsplitsen, en deze kan overdragen. Dit zijn de zogenaamde “beperkte rechten”.

De overdracht van een beperkt recht moet plaatsvinden “overeenkomstig de voorschriften zowel voor overdracht van een zodanig goed, als voor vestiging van een zodanig beperkt recht” (art. 3:81 lid 1 B.W., laatste volzin).

Lid 2 van dat artikel bepaalt, op welke wijze beperkte rechten teniet gaan. In lid 3 wordt geregeld, wat er gebeurt in geval van vermenging van zaken, waarop een beperkt recht is gevestigd.

Afhankelijke rechten

Art. 3:82 B.W. tenslotte geeft aan, dat afhankelijke rechten het lot volgen van het recht, waaraan zij zijn verbonden.

Art. 3:7 B.W. geeft de definitie van afhankelijk recht:

Een afhankelijk recht is een recht dat aan een ander recht zodanig verbonden is, dat het niet zonder dat andere recht kan bestaan.

Zo is een hypotheekrecht (waarmee een onroerend goed als onderpand wordt gegeven ter verzekering van de nakoming van een geldlening of een andere op geld waardeerbare verplichting) een afhankelijk recht.

Het afhankelijke recht gaat bij de overdracht van het recht, waaraan dit is verbonden, automatisch mee over. Wanneer dus de vordering uit de geldlening wordt overgedragen, dan gaat de hypothecaire onderzetting (het afhankelijke recht) van rechtswege mee over, zonder dat daarvoor een akte nodig is. Ook hoeft er zelfs geen bijzonder beding te worden opgenomen om het afhankelijke recht mee over te dragen. Het is echter wel mogelijk daar een afzonderlijke akte van te maken, en dat kan soms ook wel praktisch zijn (zie art. 13:7 lid 1 aanhef en sub a B.W.).. Daardoor wordt immers bvb. bij een hypotheek ook voor derden kenbaar, wie de gerechtigde is (d.w.z. dat er een wijziging is opgetreden in wie de gerechtigde is).

Het afhankelijke recht gaat over bij alle vormen van overgang van het hoofdrecht. Dus ook bij rechtsopvolging onder algemene titel, zoals erflating enz.

[MdV, 29-11-2016; bijgewerkt 9-02-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.