Het bewind van de voogd (Par. 10, Afd. 6, Titel 14, Boek 1 B.W.)

Inleiding bewind van de voogd

In Par. 10, Afd. 6, Titel 14 van Boek 1 B.W. wordt een zeer uitvoerige regeling gegeven inzake het bewind van de voogd over het vermogen van de minderjarige. Dit in tegenstelling tot Par. 9, waar het de persoon van de minderjarige zelf betreft. Zie de pagina Toezicht van de voogd over de persoon van de minderjarige.

De paragraaf omvat 37 artikelen (art. 1:337 B.W. tot en met art. art. 1:371a B.W.). Eén daarvan is vervallen (art. 1:368 B.W. – vervallen per 2 november 1995). In art. 1:345 B.W. worden twee lezingen gegeven in verband met digitaal procederen, maar die is niet meer relevant omdat het KEI project is ingetrokken.

Machtiging Kantonrechter voor beschikkingshandelingen voogd

Op grond van art. 1:345 lid 1 B.W. heeft de voogd voor een aantal beschikkingshandelingen over het vermogen van de minderjarige de machtiging van de Kantonrechter nodig. Deze kan bij eenvoudige brief worden gevraagd.

De Kantonrechter kan op grond van art. 1:345 lid 2 B.W. ook bepalen, dat de voogd ook toestemming van de Kantonrechter nodig heeft voor het innen van vorderingen van de minderjarige, inclusief het disponeren over saldi bij een bank als bedoeld in art. 1:1 Wet op het financieel toezicht.

Art. 1:345 lid 3 B.W. bepaalt, dat de machtiging niet vereist is bij bedragen tot EUR 700,= en ook niet voor het treffen van een minnelijke regeling in een procedure tijdens de mondelinge behandeling (als bedoeld in – afhankelijk van toepassing van het niet-digitale of het digitale procesrecht – art. 87 Rv. resp. art. 30k lid 1 sub c Rv. (digitaal). Zie voor de mondelinge behandeling de pagina Algemene bepalingen dagvaardingsprocedure.

Wanneer voor een minderjarige een zgn. BEM-bankrekening wordt geopend, dan geldt daarvoor wel dat de met het gezag belaste ouder daarover alleen kan beschikken met instemming van de Kantonrechter. BEM staat voor ‘Belegging erfenis en andere gelden Minderjarige’.

Op grond van de schakelbepaling van art. 1:253k B.W. zijn de regels die gelden voor de voogd inzake het beschikken over het vermogen van de minderjarige deels van overeenkomstige toepassing op het beheer van de met het gezag belaste ouder over het vermogen van de minderjarige. Zie hierover nader de pagina Ouderlijk gezag over minderjarige kinderen.

Deze bepalingen worden nog nader uitgewerkt.

Auteur & Last edit

[MdV, 1-04-2022; laatste bewerking 20-06-2022]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.