LawyrupBurgerlijke rechtsvordering

Burgerlijke rechtsvordering

Inleiding Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (“Rv.”)

Het burgerlijk procesrecht regelt de wijze van procederen in – zoals de term al zegt – burgerlijke (oftewel “civielrechtelijke“) zaken. Daarnaast vinden we hier het executierecht: daar is geregeld hoe vonnissen van de burgerlijke rechter ten uitvoer gelegd worden.

“Burgerlijk” of “civiel” wil zeggen: tussen burgers onderling. Onder “burgers” zijn behalve “natuurlijke personen” ook te verstaan rechtspersonen, zoals stichtingen, verenigingen, B.V.’s en N.V.’s.. Maar ook wanneer de overheid in het civiele domein optreedt – bvb. als eigenaar van een onroerend goed – dan is zij (ook al is zij een “publiekrechtelijk orgaan”) onderworpen aan het burgerlijk procesrecht. Sommige procedures tegen de Belastingdienst (bvb. het verzet tegen een dwangbevel) vallen onder het burgerlijk procesrecht.

De wettelijke regeling inzake civielrechtelijke procedures staat in het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (afgekort: “Rv.”). Dat wetboek bevat vier onderdelen (“Boeken”).

Internationaal procesrecht (“IPR”)

Rechtsmacht en toepasselijk recht

De eerste vraag die aan de orde komt als je wilt procederen bij de Nederlandse rechter is diens “rechtsmacht”. Als het een kwestie is met internationale aspecten, dan moet die vraag eerst beantwoord worden. Is het een puur in Nederland spelend geschil in principe natuurlijk ook, maar dan komt dit meestal niet expliciet aan de orde.

Deze voorvraag noemen we de rechtsmacht van de Nederlandse rechter: is de Nederlandse rechter bevoegd een procedure te behandelen? De andere belangrijke IPR-vraag is die naar het toepasselijk recht: welk recht is op de rechtsverhouding zelf van toepassing (Nederlands recht of het recht van een ander land).

Voor de vaststelling van de rechtsmacht spelen internationale verdragen en EU-Verordeningen een rol. De EU heeft meerdere verordeningen uitgevaardigd, om grensoverschrijdende procedures binnen EU voor de burger te vergemakkelijken. Daaronder de zgn. Europese Executieverordening (EEX-V0 herschikt). Die regelt de bevoegdheid van de rechter binnen de EU, en de erkenning van vonnissen. Ook staan er regels over betekening in, en over het toepasselijke recht. Zie ook de pagina Europese verordeningen.

Buiten de EU zijn verschillende andere verdragen van kracht. Zie de pagina Overige verdragen.

Wanneer geen van deze internationale regelingen van toepassing is, dan wordt de vraag naar de rechtsmacht van de Nederlandse rechter beantwoord aan de hand van het gewone “internationaal procesrecht”. Deze regels staan in het onderdeel Algemene bepalingen, Afd. 1, Titel 1, Boek 1 Rv. (art. 1 t/m 14 Rv.).

Als er geen verdragen van toepassing zijn, dan worden deze vragen dus beantwoord naar Nederlands IPR. De Nederlandse rechter hanteert immers – afgezien van verdragen – alleen Nederlands recht. Het is denkbaar dat dezelfde vraag, als die wordt voorgelegd aan een rechter in een ander land – bvb. Rusland of Amerika – tot een ander oordeel komt op basis van Russisch IPR of Amerikaans IPR. Dat kan tot tegenstrijdigheid leiden. Om die reden worden er verdragen afgesloten, zodat de uitkomst in gelijke gevallen hetzelfde is.

Hoe verloopt een procedure (Boek 1 Rv.)

In het Nederlands procesrecht zijn er in hoofdzaak twee soorten procedures. Boek 1 bevat de regels over het voeren van procedures. Daarnaast kennen veel gerechten eigen Procesreglementen voor verschillende soorten procedures, soms ook per rechtsgebied (faillissementsrecht, arbeidsrecht, familierecht).

1. procedures die met een dagvaarding worden ingeleid (art. 78 Rv.), en

2. procedures die met een verzoekschrift worden ingeleid (art. 261 Rv.).

Daarnaast behandelt het wetboek van Rv. de (internationale) rechtsmacht van de Nederlandse rechter: is de Nederlandse rechter bevoegd een procedure te behandelen? Dit komt aan de orde in de Algemene bepalingen (art. 1 t/m 14 Rv., Boek 1, titel 1, afd. 1).

Algemene procesregels

Belangrijk voor alle procedures zijn ook de algemene voorschriften voor procedures (art. 19 t/m 35 Rv., Boek 1, Titel 1, Afd. 3). Daar zijn onder meer opgenomen de zgn. “exhibitieplicht”: partijen mogen geen feiten voor de rechter verzwijgen en moeten alle relevante feiten zo volledig mogelijk aan hem presenteren.

Je hebt een vonnis. En nu? (Boek 2 Rv.)

In dit boek wordt geregeld hoe rechterlijke vonnissen in civiele procedures ten uitvoer gelegd kunnen worden (“executie” van vonnissen). Kerngedachte is dat dit gebeurt met gebruikmaking van de bevoegde instanties (zoals de gerechtsdeurwaarder). De burger mag immers geen eigenrichting plegen.

Met de regeling van het executierecht in Boek 2 Rv. is Titel 4, Boek 3 nauw verbonden: “De middelen tot bewaring van zijn recht”. In veel gevallen wordt namelijk al voorafgaand aan of tijdens de procedure conservatoir (dat is hetzelfde als “bewarend”) beslag gelegd. Daarmee kan de schuldeiser voorkomen, dat hij na lang procederen een mooi vonnis heeft, maar alle vermogensbestanddelen waarop hij verhaal had kunnen nemen zijn gevlogen.

De regels inzake conservatoir beslag van art. 700 e.v. Rv. staan dan ook in nauw verband met die van het executoriaal beslag (art. 430 e.v. Rv.).

Bijzondere procedures (Boek 3)

Het Boek 3 Rv. bevat zoals de titel luidt “Rechtspleging van onderscheiden aard” (art. 621 t/m 1019dd Rv.). Het bevat 18 Titels over allerlei specifieke procedures (NB titel 3 en 8 ontbreken):

te weten regels over rechtspleging inzake:

– verkeersmiddelen en vervoer (titel 1)

– een nalatenschap of gemeenschap (titel 2)

– middelen tot bewaring van zijn recht (titel 4) (!)

– rekenprocedure (titel 5)

– personen- en familierecht (titel 6)

– enige bijzondere rechtsplegingen (titel 7)

– formaliteiten voor de tenuitvoerlegging van in vreemde staten tot stand gekomen executoriale titels (titel 9)

– rechtspersonen (titel 10)

– jaarrekeningen en jaarverslagen (titel 11)

– onredelijk bezwarende bedingen en algemene voorwaarden (titel 12)

– de teruggave van cultuurgoederen (titel 13)

– de verbindend verklaring van overeenkomsten inzake massaschade (titel 14)

– intellectuele eigendom (titel 15)

– pachtzaken (titel 16)

– deelgeschillen inzake letsel- en overlijdensschade (titel 17)

– arbeidsovereenkomsten waarbij de arbeid verricht wordt op het continentaal plat (titel 18)

Arbitrage (Boek 4 Rv.)

Dit relatief kleine onderdeel van het wetboek is helemaal gewijd aan arbitrageproceduresArt. 1020 t/m 1077 Rv.. Arbitrage is een procedure waarbij het geschil wordt beslist door “arbiters” en niet door de overheidsrechter. Partijen kunnen bij het aangaan van een overeenkomst of later, wanneer er een geschil is gerezen, afspreken dat ze de zaak aan arbiters zullen voorleggen. Het voordeel daarvan kan zijn, dat deze arbiters een bepaalde deskundigheid hebben over het onderwerp van geschil. Nadeel is dat arbitrage erg duur kan zijn, omdat partijen de arbiters helemaal zelf moeten betalen.

De eerste titel gaat over Nederlandse arbitrages en titel 2 gaat over internationale arbitrage.

Project digitalisering van de rechtspraak

Een belangrijke ontwikkeling is het zgn. KEI project, waarmee de rechtspraak geleidelijk over zal stappen op digitale procesvoering en afstapt van papieren stukkenwisseling. Overigens zal de burger die zelf mag procederen (in procedures waarvoor geen verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat geldt) nog steeds schriftelijk (op papier) mogen procederen.

Digitaal procederen is per 1 september 2017 in twee arrondissementen ingevoerd in procedures waarbij een advocaat verplicht is. De rechtbanken in de arrondissementen Midden Nederland en Gelderland hebben de eer als eerste gebruik te maken van digitale procesvoering. Overigens geldt digitaal procederen sinds 1 maart 2017 ook bij de Hoge Raad.

Het plan was dit verder landelijk uit te rollen tot per 1 januari 2020 alle procedures langs digitale weg gevoerd zouden worden. Het KEI-project is echter begin 2018 bevroren. De kosten zijn uit de hand gelopen en de beoogde uitrol zal niet plaatsvinden. De Minister beraadt zich hoe nu verder.

De invoering van KEI bracht ook inhoudelijke wijzigingen van het procesrecht met zich mee. Het procesrecht is ook al daadwerkelijk al gewijzigd. Er zijn daardoor nu twee wetboeken naast elkaar, één voor digitaal procederen (KEI-procedures) en één voor niet-digitaal procederen. In Lawyrup wordt in beginsel verwezen naar de niet-digitale versie. De wetgever zal deze twee regelsystemen weer tot één moeten samensmelten.

Een deel van de wetswijziging is echter wel in beide doorgevoerd. Zie over digitaal procederen ook de pagina KEI.

3 votes, average: 3,33 out of 53 votes, average: 3,33 out of 53 votes, average: 3,33 out of 53 votes, average: 3,33 out of 53 votes, average: 3,33 out of 5 (3 votes, average: 3,33 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.