Cassabiliteit (Afd. 1, Titel 11, Boek 1 Rv.)

Inleiding cassabiliteit

In Afd. 1, Titel 11, Boek I Rv., met de titel “Vorderingsprocedures aan cassatie onderworpen”, wordt geregeld of cassatie mogelijk is van een vonnis van een lagere (feiten)rechter. Oftewel of dit vonnis passabel is oftewel de cassabiliteit ervan. De wet spreekt van “vorderingsprocedures” als prelude op de invoering van het digitale procederen (“KEI”), waar de dagvaarding wordt afgeschaft en dagvaardingsprocedures dus vorderingsprocedures genoemd worden, als tegenvoeter van de verzoekschriftprocedure. De afdeling kent 7 artikelen.

NB de links verwijzen naar de versie van de wet voor digitaal procederen.

Wanneer is cassatie mogelijk?

Van welke uitspraken?

Cassatie kan worden ingesteld (art. 398 Rv.):

1. van een uitspraak die in 1e en hoogste ressort is gewezen;

2. van een uitspraak die in hoger beroep is gewezen;

3. van een uitspraak in 1e instantie, wanneer partijen overeen gekomen zijn om hoger beroep over te slaan (sprongcassatie)

Andere rechtsgang mogelijk

Cassatie is niet mogelijk, als de bezwaren tegen de uitspraak ook kunnen worden hersteld door de rechter die de bestreden uitspraak heeft gewezen (art. 399 Rv.). Zoals bij een herstelvonnis (zie de pagina Algemene voorschriften procedures), of herroeping van een vonnis of beschikking (zie de pagina Herroeping).

Berusting

Ook kan geen cassatie worden ingesteld door degeen, die in een uitspraak heeft berust (art. 400 Rv.). Zie voor jurisprudentie over berusting de pagina Verzet.

Cassatie van tussenbeslissingen

Cassatie van tussenvonnissen of tussenarresten is alleen mogelijk, wanneer de rechter tussentijdse cassatie heeft toegestaan (art. 401a lid 2 Rv.). Dit is gelijk aan de regel voor tussentijds hoger beroep. Zie de pagina Zaken onderworpen aan hoger beroep.

Cassatie is wel steeds voor de einduitspraak mogelijk tegen een voorlopige voorziening of het weigeren daarvan (lid 1). Vgl. HR 10-10-2003 (Griekse eiser/ECR), waarin wordt vastgesteld dat cassatieberoep hier niet betrof een beslissing houdende een voorlopige voorziening, maar een tussenvonnis, zodat cassatie niet was toegestaan zonder verlof van het Gerechtshof.

Cassatie verstekzaak

In een verstekzaak kan degeen die verstek liet gaan geen cassatie instellen (art. 401b lid 1 Rv.). Die partij kan in verzet (dat geldt zowel voor een vonnis in 1e instantie als voor een beslissing in hoger beroep). Zie de pagina Verzet. Wanneer de andere partij in cassatie gaat, kan de partij die verstek had laten gaan echter wel verweer voeren in cassatie, en zelfs incidenteel beroep in cassatie instellen (lid 2).

In dat geval verspeelt de partij die verstek had laten gaan de mogelijkheid om nog verzet aan te tekenen  (art. 401c lid 1 Rv.).

Wordt wel verzet aangetekend, dan vervalt de ingestelde cassatie. Partijen kunnen dan alsnog na de einduitspraak in cassatie gaan, waarbij de partij die eerst in cassatie wilde gaan en wel in de feitelijke instantie was verschenen, cassatie kan instellen tegen de onderdelen van het verstekvonnis die met het verzet niet zijn bestreden (lid 2).

Het verzet kan alsnog worden aangetekend, als de cassatie al is afgehandeld. De lagere rechter moet dan rekening houden met de beslissing van de Hoge Raad. Als de Hoge Raad de zaak ten principale heeft afgedaan, dan moet het verzet worden aangetekend bij de Hoge Raad (lid 3).

Auteur & Last edit

[MdV, 17-11-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.