Voeging en tussenkomst (Par. 3, Afd. 10, Boek 1 Rv.)

Inleiding voeging en tussenkomst

In een procedure tussen twee (of meer) partijen kan een derde zich willen mengen, omdat hij de eisende of de verwerende partij wil steunen. Of omdat de derde een eigen recht heeft, dat direct of indirect in de procedure aan de orde is.

In het eerste geval kan deze “derde” partij zich voegen aan de kant van de eiser of de gedaagde. In het tweede geval kan hij tussenkomen. Deze incidenten in de procedure zijn geregeld in Titel 2, 10e Afd. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Om precies te zijn in art. 217 t/m 219a Rv..

*NB de links op deze pagina verwijzen naar de versie van de wet zoals die geldt voor digitaal procederen. Zie voor niet-digitaal deze link.

Wijze en tijdstip van voegen/tussenkomen

Dit moet door middel van een incidentele conclusie (art. 218 Rv.). Deze moet worden ingediend vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen. Deze conclusie moet op straffe van nietigheid aan een aantal eisen voldoen (zie art. 219 Rv.). O.a. moet deze de eis die de derde instelt bevatten (art. 219 lid 1 aanhef en sub b Rv.). De derde moet ook het griffierecht voldoen, op straffe van niet-ontvankelijkheid (art. 219a Rv.).

De derde kan zich ook pas in tweede instantie (dus in hoger beroep) in de procedure mengen. Wanneer een partij zich pas op het allerlaatste moment in de procedure mengt, kan de rechter de voeging of tussenkomst weigeren, omdat de procedure door het toestaan van voeging onredelijk zou worden vertraagd. Dit zal eerder gelden voor een partij die zich voegt dan voor een partij die wil tussenkomen. Vgl. de conclusie van de PG in het arrest FIAR c.s./Thuiskopie (sub 2.5).

Geen tussenkomst in cassatie

Het is niet mogelijk om pas voor het eerst in cassatie een vordering tot tussenkomst in te stellen (HR 16 juni 2000, nr. C98/333, NJ 2000, 516). De Hoge Raad zou dan immers moeten oordelen over een door een derde in cassatie voor het eerst tegen de procederende partijen ingestelde vordering. De Hoge Raad zou de bestreden uitspraak dan mede moeten beoordelen op basis van een nieuwe feitelijke grondslag. Dat is in strijd met art. 419 Rv..

Voeging en tussenkomst in kort geding

Ook in kort geding is het mogelijk zich te voegen of tussen te komen. In dat geval zal rekening gehouden moeten worden met het procesreglement kort gedingen (zie bvb. procesreglement kort geding handelszaken rechtbanken). Met name art. 7.2, dat luidt:

“Een partij die een eis in reconventie of een incidentele vordering wenst in te stellen, deelt de eis respectievelijk de vordering en de gronden daarvan zo spoedig mogelijk, uiterlijk 24 uur vóór de terechtzitting schriftelijk mee aan de wederpartij, aan eventuele overige partijen en aan de voorzieningenrechter.”

Voeging

Bij voeging schaart de derde zich aan de zijde van één van de strijdende partijen. Hij steunt dus diens eis, resp. diens verweer. Daarbij kan bvb. worden gedacht aan een borg, of een pandhouder. Of een verhuurder die de huurder steunt in een procedure tegen inbreuk op het woongenot. Er zijn legio voorbeelden te verzinnen.

De derde die zich voegt aan de zijde van een partij is wel beperkt door (gebonden aan) de omvang van de rechtsstrijd, zoals die door de partijen door hun vorderingen is bepaald. Verder kan een gevoegde partij de stellingen van de hoofdpartij wel aanvullen, maar de rechter kan stellingen die strijden met die van de hoofdpartij niet in zijn beoordeling betrekken. Zie het arrest van de Hoge Raad d.d. 14-03-2008.

Anderzijds kan hetgeen door een gevoegde partij is aangevoerd, mede dienen als grondslag voor de beoordeling van het geschil, ook als die partij in hoger beroep niet meer meedoet.

Tussenkomst

Bij tussenkomst stelt de derde in de procedure een eigen vorderingin. Bij voorbeeld in een geschil over de eigendom van een huis of ander voorwerp van eigendom, kan de derde stellen zelf de eigenaar te zijn en niet de twee strijdende partijen. De ratio van tussenkomst is naar algemene opvatting dat tegenstrijdige beslissingen moeten worden voorkomen en dat het daarom wenselijk is dat op de verschillende vorderingen, waaronder die van de tussengekomen partij, in één procedure worden beslist, aldus de PG in diens conclusie in de zaak FIAR c.s./Thuiskopie.

Belang

De derde die zich in de rechtsstrijd wil mengen, moet uiteraard net als iedere procespartij een (eigen) belang hebben (art. 3:303 BW; zie Rechtsvorderingen).

Daarvoor is voldoende, dat de uitkomst van de procedure van invloed kan zijn op de rechtspositie van de derde die aan de procedure wil deelnemen. Er moet zoals de Hoge Raad het omschrijft: “sprake zijn van een belang van de verzoeker om benadeling of verlies van een hem toekomend recht te voorkomen” (HR 14 maart 2003 commissie transactie AVCB Holding). De Hoge Raad oordeelde daarbij, dat de tussenkomende partij (“C”) er ook belang bij kan hebben tussen te komen, als A van B eist, wat C van B te vorderen heeft. Het oordeel van het Hof, dat er geen belang bij tussenkomst is, omdat het recht van C om B zelf in rechte te betrekken niet wordt aangetast, is niet juist. Het kan immers efficiënt zijn tussen te komen in de reeds lopende procedure. Dat is voldoende om belang aan te nemen.

Het belang kan er ook in gelegen zijn, dat de derde bij toewijzing geconfronteerd kan worden met een regresvordering van de veroordeelde partij. Zie op dit punt overigens ook de mogelijkheid van een incident tot vrijwaring (zie de pagina vrijwaring).

De tussenkomst of voeging belemmert de voortgang in de procedure. Daarom is bij de beslissing van de rechter om de interventie door de derde toe te staan enige terughoudendheid op zijn plaats. Van de eiser tot tussenkomst (en van de voegende partij) mag voldoende motivering van het belang bij diens vordering worden verlangd.

Belang cessionaris bij tussenkomst

In zijn arrest d.d. 14-03-2008 overweegt de Hoge Raad ten aanzien van het belang van de cessionaris bij tussenkomst dan wel voeging:

“Hoewel voor de cessionaris die in het geding wenst op te komen in een dergelijk geval in de feitelijke instanties in het algemeen ook tussenkomst mogelijk – en bij tegenspraak van de cessie door de beweerdelijke cedent geboden – is, nu de cessionaris een eigen vorderingsrecht jegens de debiteur kan uitoefenen, staat dat op zichzelf er niet aan in de weg dat de cessionaris een voldoende belang heeft bij voeging aan de zijde van zijn rechtsvoorganger – op wiens naam de procedure ondanks de cessie is aangevangen of in een volgende instantie voortgezet – teneinde toewijzing van de vordering te verzekeren”.

Hoger beroep in het incident

Wanneer de incidentele vordering wordt afgewezen, kan de derde meteen hoger beroep instellen. In de overige gevallen kan dit – net als ten aanzien van andere tussenvonnissen – pas wanneer hoger beroep tegen de einduitspraak mogelijk is (art. 337 lid 2 Rv.).

KEI

Het incident van voeging of tussenkomst is ook bij digitaal procederen KEI mogelijk. Er is in het portal een knop “ik wil tussenkomen/voegen“. Je moet wel weten wat het zaaknummer is, want anders kun je de zaak niet vinden en dus ook niet tussenbeide komen.

Rechtspraak

Auteur & Last edit

[MdV, 17-02-2017, bijgewerkt 29-01-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.