LawyrupBurgerlijk wetboekVerbintenissenrecht (Boek 6 B.W.)Verbintenissen in het algemeen (Titel 1, Boek 6 B.W.)Pluraliteit en hoofdelijkheid van schuldenaren (Afd. 2, Titel 1, Boek 6 B.W.)

Pluraliteit en hoofdelijkheid van schuldenaren (Afd. 2, Titel 1, Boek 6 B.W.)

Inleiding hoofdelijkheid en pluraliteit

Hoofdelijkheid wil zeggen dat meerdere (rechts)personen voor dezelfde verbintenis als schuldenaar verbonden zijn. Omgekeerd kan het ook voorkomen, dat meerdere partijen schuldeiser van een verbintenis kunnen zijn: pluraliteit van schuldeisers.

Hoofdelijke aansprakelijkheid kan meebrengen, dat wanneer een van de schuldenaren betaalt, hij zich kan verhalen op zijn mede schuldenaar of schuldenaren. Dat heet “regres”. De onderwerpen hoofdelijkheid en regres kunnen tot behoorlijk gecompliceerde vraagstukken leiden.

In de praktijk komt hoofdelijke aansprakelijkheid veel voor. Bij bankfinanciering aan een groep vennootschappen is dit eerder regel dan uitzondering. Daarnaast zijn er specifieke vormen van hoofdelijkheid, zoals de aansprakelijkheid van de holding voor dochtervennootschappen ex art. 2:403 B.W.. In dat geval kiest de Holding voor hoofdelijkheid, die wel in een aparte wettelijke regeling is neergelegd. Er zijn ook vormen van hoofdelijkheid krachtens de wet. Bij appartementsrechten zijn de eigenaren hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden van de VvE (zie de pagina algemene bepalingen appartementsrechten).

Hoofdelijkheid en pluraliteit zijn geregeld in het algemene deel van het verbintenissenrecht. Voor hoofdelijkheid van schuldenaren in Afd. 2 van Titel 1 van Boek 6 B.W..

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Wanneer meerdere schuldenaren voor dezelfde schuld kunnen worden aangesproken, zijn zij hoofdelijk schuldenaren. Het uitgangspunt van de wet is, dat schuldenaren die voor dezelfde schuld verbonden zijn, voor gelijke delen aansprakelijk zijn (art. 6:6 lid 1 B.W.).

Uit de wet, gewoonte of rechtshandeling kan voortvloeien dat zij hetzij voor gelijke delen, dan wel naast elkaar voor het geheel aansprakelijk zijn. In het laatste geval zijn zij hoofdelijk aansprakelijk.

Wanneer een verbintenis ondeelbaar is, dan vloeit daaruit reeds voort dat  zij hoofdelijk aansprakelijk zijn (lid 2). Gevolg van de hoofdelijke aansprakelijkheid is, dat de hoofdelijk verbonden schuldenaren ieder voor het geheel kunnen worden aangesproken (art. 6:7 lid 1 B.W.). Omgekeerd leidt (gehele of gedeeltelijke) nakoming door de een ook tot (navenante) voldoening door de ander (lid 2).

De borgtocht overeenkomst (art. 7:850-870 B.W.) is een bijzondere vorm van hoofdelijkheid. De regeling van de borgtocht brengt inperkingen van de aansprakelijkheid met zich mee.

Onderlinge verhouding schuldenaren

Op de onderlinge verhouding van de schuldenaren geldt dat zij jegens elkaar “overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid” moeten handelen (art. 6:8 B.W.).

Zij mogen ieder mede namens de andere schuldenaren een aanbod van afstand van de aanspraken van de schuldeiser aanvaarden, maar dan wel als hiermee allen gekweten zijn (art. 6:9 lid 1 B.W.). Een jegens een van hen verleend uitstel van betaling geldt in beginsel voor alle schuldenaren (art. 6:9 lid 2 B.W.). Tenzij de schuldeiser alleen deze ene medeschuldenaar uitstel wil verlenen.

De hoofdelijk verbonden schuldenaren hebben onderling in beginsel dezelfde verweermiddelen als zij jegens de schuldeiser hebben (art. 6:11 lid 1 B.W.).

Regres

Wanneer een van hen de schuld voor een groter deel heeft voldaan dan hem in de onderlinge verhouding aangaat, dan kan hij hetgeen hij heeft voldaan op hen verhalen (art. 6:12 B.W.). Het kan ook zo zijn dat in de interne draagplicht nul was en degeen die betaalde dus 100% op de andere schuldenaren mag verhalen. Logischerwijs moeten ze ook ieder meedragen in de hoofdverplichting als de kosten (art. 6:10 B.W.).

Wanneer het niet mogelijk blijkt regres te halen, dan wordt het tekort omgeslagen over de hoofdelijke schuldenaren (art. 6:13 B.W.). In eerste instantie over degenen, die de schuld intern aanging (lid 1). Blijkt ook dat niet mogelijk, dan ook over hen die de schuld intern niet aanging.

Kwijting van een medeschuldenaar

Wanneer een medeschuldenaar door de schuldeiser gekweten wordt doordat jegens die schuldenaar afstand gedaan wordt van de vordering, dan ontslaat dit de medeschuldenaar intern niet van diens draagplicht (art. 6:14 lid 1 B.W.). Wanneer de schuldeiser echter een overeenkomstig deel van de vordering vermindert, dan is de schuldenaar intern wel gekweten (art. 6:14 lid 2 B.W.). Dit is bij het treffen van een minnelijke regeling met afkoop van belang, omdat daarmee de medeschuldenaar die een schikking treft ook intern wordt gekweten.

Auteur & Last edit

[MdV, 7-09-2016]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.