LawyrupBurgerlijk wetboekAlgemeen deel vermogensrecht (Boek 3 B.W.)Verkrijging en verlies van goederen (Titel 4, Boek 3 B.W.)Verkrijging en verlies door verjaring (Afd. 3, Titel 4, Boek 3 B.W.)

Verkrijging en verlies door verjaring (Afd. 3, Titel 4, Boek 3 B.W.)

Inleiding verkrijging en verlies door verjaring

In Afd. 3, Titel 4 Boek 3 B.W. is de verkrijging en het verlies van goederen door verjaring geregeld (art. 3:99 t/m 3:106 B.W.).

Art. 3:99 lid 1 B.W. bepaalt, dat rechten op roerende zaken die niet-registergoederen zijn, en rechten aan toonder of order, respectievelijk andere goederen, door een bezitter te goeder trouw worden verkregen door een onafgebroken bezit van 3 jaren, respectievelijk 10 jaren.

Daarmee zijn de 3 vereisten voor deze verjaring gegeven:

  • de gebruiker moet de grond (onafgebroken) in bezit hebben genomen;
  • deze bezitter dient te goeder trouw te zijn;
  • de wettelijke termijn van tien jaar moet zijn voltooid.

Voor inbezitname geldt (zie ook: Bezit en houderschap):

  • de feitelijke situatie is doorslaggevend;
  • houderschap (houden voor een ander i.p.v. voor zichzelf) is niet voldoende;
  • de gebruiker moet de grond voor zichzelf zijn gaan houden; (zie ook art. 3:113 BW)

Bij een overdracht eindigt in beginsel de goede trouw tenzij de nieuwe partij achteraf kan aantonen dat ook hij te goeder trouw was. Die nieuwe partij had namelijk een onderzoeksplicht op het moment dat hij de grond verkreeg.

Verkrijging door extinctieve verjaring

Verkrijging van grond is ook mogelijk door extinctieve verjaring (ook wel: bevrijdende verjaring) volgens art. 3:105 BW:

Lid 1: Hij die een goed bezit op het tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, verkrijgt dat goed, ook al was zijn bezit niet te goeder trouw.

Daarmee zijn de vereisten voor deze verjaring gegeven:

De gebruiker moet de grond bezitten;

op het moment dat de verjaring is voltooid (volgens art. 3:306 BW na 20 jaar);

en volgens lid 2. Leidt onvrijwillig verlies van dat bezit niet tot bezitsverlies indien, dat bezit binnen 1 jaar, of uit hoofde van een binnen dat jaar ingestelde rechtsvordering, terug verkregen is.

Goede trouw maakt het verschil

Het voornaamste verschil tussen Art. 3:99 B.W. en art. 3:105 BW is de aan- of afwezigheid van goede trouw. De goede trouw dient aan de hand van de omstandigheden van het geval te worden aangetoond. Indien te goeder trouw geldt een verjaringstermijn van tien jaar; indien niet te goeder trouw een verjaringstermijn van twintig jaar.

Auteur & Last edit

[MJN, 28-06-2017]

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.