LawyrupBurgerlijk wetboekZakelijke rechten (Boek 5 B.W.)Burenrecht (Titel 4, Boek 5 B.W.)

Burenrecht (Titel 4, Boek 5 B.W.)

Inleiding burenrecht

Titel 4, Boek 5 B.W. is gewijd aan de rechten en verplichtingen van eigenaars van naburige erven, oftewel aan het burenrecht. De Titel omvat 24 artikelen (art. 5:37 B.W. tot en met art. 5:59 B.W.). Hierbij wordt ook teruggegrepen op de algemene bepalingen van het vermogensrecht in Boek 3 B.W. (zie o.a. de pagina Begripsbepalingen.

Beperkingen eigendomsrecht naburig erf

In het eigendomsrecht ligt besloten, dat dit mag naar eigen inzicht mag worden gebruikt (zie Titel 1, Boek 5 B.W.). In art. 5:37 B.W. is dit uitgewerkt: de eigenaar van een erf mag niet in een mate of op een wijze die volgens art. 6:162 B.W. onrechtmatig is, aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen, door het onthouden van licht of lucht of door het ontnemen van steun. Dit is een codificatie van de jurisprudentie over onder meer de Watertoren (zie ook de pagina Onrechtmatige daad).

Definitie muur

In art. 5:43 B.W. wordt de definitie van het begrip “muur” voor het burenrecht gegeven. Die definitie geldt ook voor de Titel Mandeligheid (zie de pagina Mandeligheid). Een muur is: “iedere van steen, hout of andere daartoe geschikte stof vervaardigde, ondoorzichtige afsluiting“.

Water van aangrenzend of naburig erf

Water van hoger gelegen erf

Lager gelegen erven moeten het water van hogere erven ontvangen (art. 5:38 B.W.). Mits dit van nature afloopt naar het lager gelegen erf.

Gebruik van water en wijziging in de loop daarvan

De eigenaar van een erf mag volgens (art. 5:39 B.W.) niet aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen door:

– wijziging te brengen in de loop, hoeveelheid of hoedanigheid van over zijn erf stromend water, of van het grondwater;

– dan wel door gebruik van water dat zich op zijn erf bevindt en in open gemeenschap staat met het water op eens anders erf,

in een mate of op een wijze die volgens art. 6:162 B.W. onrechtmatig is. Deze laatste voorwaarde verwijst naar de open norm van de onrechtmatige daad, die is geregeld in Boek 6, Titel 3 B.W. (zie boven). Het uitgangspunt is dus: het mag, als het maar niet onrechtmatig is jegens de eigenaar van het buurerf.

Gebruik van openbaar of stromend water naast eigen erf

In art. 5:40 B.W. worden regels gegeven voor het gebruik van openbaar of stromend water, dat langs iemands erf grenst:

– De eigenaar van een erf dat aan een openbaar of stromend water grenst, mag van het water gebruik maken tot bespoeling, tot drenking van vee of tot andere dergelijke doeleinden;

– gebruik van openbaar waterig slechts toegestaan voor zover de bestemming van het water zich er niet tegen verzet.

Ook voor deze wettelijke regel geldt de beperking, dat de wijze waarop dit gebruik plaats vindt niet onrechtmatig is. Zie hierboven art. 6:162 B.W..

Afwijking bij verordening

Van de bovenstaande artikelen kan bij verordening worden afgeweken (afgezien van art. 40 lid 2).

Afwatering en vuilnis

In art. 5:52 B.W. komt de wetgever nog even terug op de afwatering. Lid 1 bepaalt, dat een eigenaar is verplicht de afdekking van zijn gebouwen en werken zodanig in te richten, dat daarvan het water niet op eens anders erf afloopt. Hierin ligt dus een verschil ten opzichte van water dat natuurlijk afloopt van een hoger gelegen erf.

Een uitzondering geldt voor afwatering op de openbare weg. Dat is geoorloofd, tenzij bij de wet of verordening verboden is.

In art. 5:53 B.W. wordt nog bepaald, dat een eigenaar verplicht is er voor te zorgen dat geen water of vuilnis van zijn erf in de goot van eens anders erf komt.

Regels over beplanting (bomen en heesters)

In art. 5:41 B.W. tot en met art. 5:45 B.W. zijn enkele bepalingen opgenomen over de wijze waarop met het buurerf rekening gehouden moet worden wat betreft beplantingen. En welke rechten de buren hebben op het punt van (overlast van) beplanting in de tuin van de buren.

Afstand tot de erfgrens

De afstand van bomen, heesters of heggen tot het aangrenzende erf wordt in art. 5:41 leden 1 en 2 B.W. geregeld. De wettelijke afstand is:

– voor bomen twee meter te rekenen vanaf het midden van de voet van de boom en

– voor de heesters en heggen een halve meter,

Bij verordening of een plaatselijke gewoonte kan een kleinere afstand zijn toegelaten. Een kortere afstand is niet toegestaan, tenzij de eigenaar van het aangrenzende erf daartoe toestemming heeft gegeven, òf dat erf een openbare weg of een openbaar water is.

Het is niet geoorloofd binnen de in lid 2 bepaalde afstand van de grenslijn van eens anders erf te hebben, tenzij de eigenaar daartoe toestemming heeft gegeven of dat erf een openbare weg of een openbaar water is.

De nabuur kan zich niet verzetten tegen de aanwezigheid van bomen, heesters of heggen die niet hoger reiken dan de scheidsmuur tussen de erven (lid 3).

Schadevergoeding pas na (en vanaf) aanmaning

Ter zake van een volgens dit artikel ongeoorloofde toestand is slechts vergoeding verschuldigd van de schade, ontstaan na het tijdstip waartegen tot opheffing van die toestand is aangemaand (lid 4).

Overhangende takken en doorschietende wortels

In art. 5:44 B.W. is bepaald, dat de buurman (of buurvrouw) overhangende takken en beplantingen mag afsnijden, mits de buur eerst gemaand is om dit zelf te doen. Wat is afgesneden mag – als verwijderd na aanmaning – worden behouden (lid 1).

Voor doorschietende wortels hoeft niet aangemaand te worden: deze mogen direct worden afgesneden en de wortels mogen worden behouden (lid 2).

Vruchten die in de aangrenzende tuin vallen

Deze mogen worden behouden (art. 5:45 B.W.).

Erfscheiding

De wet gaat vervolgens in art. 5:46 B.W. tot en met art. 5:51 B.W. in op de erfscheiding, en op onder meer het aanbrengen van een hek of andere erfscheidingen. De definitie van muur was al gegeven voor de bepalingen over beplantingen.

Nadere bepalingen over erfgrens en grensoverschrijdende bouwwerken

De wet geeft in art. 5:54 B.W. tot en met art. 5:59 B.W. nog enkele nadere bepalingen over bouwwerken die op de grond van een ander zijn gebouwd, en bepalingen over leidingen etc..

Wanneer een eigenaar van een erf bouwwerken aanbrengt die per ongeluk deels op, boven of onder het aangrenzende erf zijn gebouwd, dan heeft die op grond van art. 5:54 B.W. het recht te vorderen dat hem tegen schadeloosstelling een erfdienstbaarheid tot het handhaven van de bestaande toestand wordt verleend of, ter keuze van de eigenaar van het erf, een daartoe benodigd gedeelte van het erf wordt overgedragen. Voorwaarde is wel dat de eigenaar van het gebouw of werk door wegneming van het uitstekende gedeelte onevenredig veel zwaarder benadeeld zou worden dan de eigenaar van het erf door handhaving daarvan.

In lid 3 wordt deze vordering ontzegd aan degeen die opzettelijk op of over de grond van de buren gebouwd heeft of aan wie grove nalatigheid kan worden verweten van die situatie.

In de rechtspraak komt die situatie regelmatig voor. Een standaardarrest is “De grensoverschrijdende garage” (HR 17 april 1970 Kuipers/De Jongh). Art. 5:54 B.W. is te beschouwen als de codificatie van dit arrest. Recent is dit weer aan de orde gekomen in een arrest van Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 17 april 2019 (Lantinga/Veldpape). De grensoverschrijdende bouwer werd veroordeeld het gebouwde te verwijderen (“amotie”), omdat hem grove schuld kan worden verweten omdat hij lukraak bomen en struiken is gaan rooien zonder zich er van te vergewissen waar de erfgrens liep. Hij had het Kadaster moeten raadplegen zodat hij wist waar de erfgrens precies lag.

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Rechtspraak

Hof Arnhem-Leeuwarden 17-04-2019 (Lantinga/Veldpape). De grensoverschrijdende bouwer werd veroordeeld het gebouwde te verwijderen, omdat hem grove schuld kan worden verweten omdat hij lukraak bomen en struiken is gaan rooien zonder zich er van te vergewissen waar de erfgrens liep. Hij had in het Kadaster moeten raadplegen zodat hij wist waar de erfgrens precies lag. Beroep op art. 5:54 B.W. door rechtbank en Hof afgewezen.

Auteur & Last edit

[MdV, 9-08-2018; bijgewerkt 23-06-2019]

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.