LawyrupBurgerlijke rechtsvorderingGerechtelijke tenuitvoerlegging (Boek 2 Rv.)Vereffening van schadevergoeding (Titel 6, Boek 2 Rv.)

Vereffening van schadevergoeding (Titel 6, Boek 2 Rv.)

Inleiding schadestaat procedure

Wanneer de rechter een partij veroordeelt tot het betalen van schadevergoeding, dan kan hij die in het vonnis opnemen op basis van een begroting van de schade. De zgn. schadestaatprocedure is geregeld in Titel 6, Boek 2 Rv. en omvat 6 artikelen (art. 612 Rv. tot en met art. 615b Rv.).

Is begroting niet mogelijk, dan spreekt hij een veroordeling uit tot “schadevergoeding op te maken bij staat”. Deze vordering kan dus alleen worden gevraagd voor te vergoeden schade, niet voor de begroting van een vordering tot nakoming. Zoals blijkt uit de plaats van de regeling in de wet beschouwt de wetgever de schadestaatprocedure als een specifieke vorm van tenuitvoerlegging. Deze regeling derogeert dus aan de algemene regels inzake tenuitvoerlegging (art. 430 t/m 438 Rv.).

De eisende partij zal in de dagvaarding in de hoofdprocedure meestal vragen om veroordeling van de gedaagde in het voldoen van een schadevergoeding “op te maken bij staat”. Samen met die vordering kan dan een verklaring voor recht worden gevraagd, waarin wordt vastgesteld wat de grondslag is van de verplichting tot het betalen van schadevergoeding. Op die manier is de vordering van onbepaalde waarde, zodat het griffierecht dan laag zal zijn.

Aan het instellen van de schadestaatprocedure is in beginsel geen termijn verbonden.

De wettelijke regeling inzake schadevergoeding is te vinden in art. 6:95 e.v. B.W. (zie de pagina Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding.

NB de links op deze pagina verwijzen naar niet-digitaal procederen. Klik hier voor digitaal (hoewel dit dus niet geldt voor de schadestaat, zie onder).

Schadestaatprocedure

De schadestaatprocedure wordt ingeleid nadat het eindvonnis is gewezen in de procedure, waarbij de verklaring voor recht is uitgesproken, met de veroordeling tot het vergoeden van schade, op te maken bij staat. De eisende partij maakt een schadestaat op, die aan de veroordeelde partij wordt betekend (bij deurwaardersexploit), en waarin de veroordeelde wordt opgeroepen in de schadestaatprocedure (art. 613 Rv.)

De eisende partij zal wel moeten stellen (en zo nodig bewijzen), dat er voorafgaand overleg over de schadebegroting (en betaling) heeft plaatsgevonden, maar dat dit niet tot een oplossing geleid heeft. Als de verweerder dit betwist en aangeeft dat er rauwelijks is gedagvaard, dan zal de eiser in de proceskosten veroordeeld worden als dat komt vast te staan.

Bevoegd tot kennisneming van de schadestaat vordering is de rechter die in eerste instantie over de hoofdzaak heeft geoordeeld (lid 2).

Begroting

De rechter heeft – zowel in de hoofdprocedure als in een evt. latere schadestaatprocedure – grote vrijheid in het begroten van de schade. Dat is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad.

De eisende partij heeft uiteraard de stelplicht en bewijsplicht van de in de schadestaat opgevoerde schade. De schadestaat is vormvrij. De schadestaat moet uiteraard wel duidelijk zijn (helder gespecificeerd), zodat de schadeplichtige partij zich daar deugdelijk tegen kan verweren.

In de conclusie van de P-G bij het arrest van de Hoge Raad d.d. 24 november 2006 inzake Maastricht School of Management geeft de P-G (onder verwijzing naar enkele al zeer oude arresten van de Hoge Raad, uit 1923 en 1926) weer hoe het stellen, verweren en bewijzen in de schadestaatprocedure verloopt:

“De gedaagde kan zich tegen de vordering verweren door de grondslag voor aansprakelijkheid, die tot schadevergoeding aanleiding geeft, te ontkennen en het bestaan van schade gemotiveerd te betwisten.

Als gedaagde het feit dat eiser schade heeft geleden gemotiveerd betwist, zal eiser nadere gegevens moeten verstrekken tot staving van dit feit en eventueel bewijs daarvan aanbieden.

Algemene, vage beweringen dat geen schade is geleden of dat de gedaagde zijn rechten voorbehoudt om de schadefactoren te bestrijden, zijn niet voldoende voor afwijzing van de vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure.”

De eisende partij kan ook nieuwe posten aan de schadestaat toevoegen, die in de bodemprocedure nog niet aan de orde gekomen waren (art. 615 Rv.). In het arrest van de Hoge Raad d.d. 25 januari 2013 (Gerberateler) komt dit duidelijk tot uitdrukking. De Hoge Raad overweegt in r.o. 3.4.2, dat de hoofdprocedure zich naar zijn aard toespitst op de discussie over de wanprestatie (i.c. dat kan ook een onrechtmatige daad zijn) en het causaal verband met de gestelde schade. In de schadestaatprocedure wordt de aandacht nader gericht op de schade, en daarbij kan ook schade aan de orde komen, die in de hoofdprocedure nog niet in het debat was betrokken. In casu over een periode voorafgaand aan het schadeveroorzakende voorval. Zie het arrest van de Hoge Raad d.d. 16 mei 2008 (Romein/Reimerswaal).

Wanneer de verweerder van oordeel is, dat dit een ongeoorloofde vermeerdering van eis in de zin van art. 130 Rv. inhoudt, dan kan hij daartegen eventueel verweer voeren (zie de pagina Verloop van de procedure).

De verweerder kan eveneens nieuwe weren aanvoeren, die in de hoofdprocedure nog niet gevoerd waren, zoals een verweer ten aanzien van de omvang van de schade ontleend aan algemene voorwaarden.

Rente als schadevergoeding

De eisende partij kan uiteraard rente vorderen. Voor meer informatie over het vorderen van contractuele of wettelijke rente zie de pagina Wettelijke verplichtingen tot schadevergoeding.

Vergoeding van eigen tijdsbesteding (manuren)

Een lastig te begroten schadepost is de schade geleden door de tijd, die men heeft moeten besteden als gevolg van de geleden schade. Dit kan zowel in de privésfeer zijn als bedrijfsmatig (dan zullen zgn. “manuren” worden opgevoerd).

Een voorbeeld van de begroting van de te vergoeden tijdsbesteding in de privésfeer geeft het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden d.d. 14 januari 2014 (Stichting St. Antonius Ziekenhuis, RAV 2014, 41). Deze casus ging over letsel dat een bejaarde vrouw was overkomen als gevolg van een medische fout. Haar twee dochters namen de zorg voor hun moeder op zich, waarbij zij bij toerbeurt door de ene en de andere dochter werd verzorgd.

De kosten voor verpleging en verzorging dienen volgens het Hof (die zich daarbij baseert op vaste jurisprudentie) vergoed te worden, voor zover dit kosten betreft die zijn ontstaan doordat zij deze werkzaamheden niet meer zelf kan verrichten als gevolg van het ongeval. Daarbij komen met name de verzorgingskosten voor vergoeding in aanmerking, die in deze situatie door een professionele hulpverleners, die daarvoor betaald dient te worden. Ook wanneer die kosten feitelijk worden verricht door de dochters, dan dienen die kosten vergoed te worden. Daarbij moet worden onderscheiden tussen wat normaal door hen in het kader van gewone mantelzorg ook gedaan zou worden en de zorg die daar als gevolg van de medische fout  bovenop gekomen is. Deze laatste komt voor vergoeding in aanmerking, waarbij het Hof die tijd begroot op een aantal uren aan de hand van het indicatierapport tegen een tarief van 25 Euro. Ook begroot het Hof de toekomstige schade aan de hand van de geschatte resterende levensduur van de moeder (en wel op 95 jaar).

Zie ook het arrest van de Hoge Raad d.d. 5 december 2009 inzake een medische fout gemaakt in Ziekenhuis Rijnstaete (RAV 2009, 15).

Immateriële schade

Naast materiële schade kan ook immateriële schade worden gevorderd (ook kan alleen immateriële schade worden gevorderd). Deze zal steeds begroot worden op basis van een schatting naar redelijkheid en billijkheid. Er hoeft dus niet gemotiveerd gesteld of onderbouwd te worden, waarom een bepaald bedrag voor immateriële schade wordt gevorderd (vgl. arrest Hoge Raad d.d. 27 november 2009 NN/AFM waarin de Hoge Raad het Hof corrigeert, die de vordering had afgewezen omdat “het beloop van de schade niet was opgegeven”).

Er is een uitgave, waarin de uitspraken inzake smartegeld worden geïnventariseerd (de zgn. “Smartengeld Gids”).  Aan de hand daarvan kan bezien worden, wat in de jurisprudentie voor een bepaalde immateriële schade als een redelijke vergoeding beschouwd wordt. De Nederlandse rechter kent in het algemeen aanzienlijk minder hoge immateriële schadevergoedingen toe dan men in het Engelse en Amerikaanse recht ziet. Er is echter wel een stijgende trend te ontwaren. In het hiervoor vermelde arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden d.d. 14 januari 2014 verwijst het Hof uitdrukkelijk naar deze Gids, en doet er vanwege de maatschappelijke discussie over de hoogte van smartegeld nog 10% bovenop het bedrag dat uit de Gids zou voortvloeien.

Achtereenvolgende schadestaatprocedures

De schade hoeft niet ineens gevorderd te worden, er kunnen achtereenvolgens meerdere schadestaatprocedures worden gevoerd. De ratio hiervan is dat de gelaedeerde niet te lang hoeft te wachten op vergoeding, en anderzijds de mogelijkheid blijft bestaan in nadere procedures schadevergoeding te vorderen van schadeposten, die eerder nog niet konden worden vastgesteld. Aldus het arrest van de Hoge Raad d.d. 28 november 1969, NJ 1970, 172. Dit strookt ook met art. 615b Rv., waarin de mogelijkheid geboden wordt schadeposten afzonderlijk toe te wijzen.

KEI en overgangsrecht KEI

De schadestaatprocedure wordt in het nieuwe systeem niet aanhangig door de bezorging of betekening van de schadestaat bij de verweerder, maar door de indiening daarvan via het digitale systeem en aansluitende oproeping conform art. 112 Rv. (aldus de Memorie van Toelichting in de 1e Kamer bij KEI).

Op de website van Rechtspraak is de schadestaatprocedure vermeld als een van de procedures, die nog niet volgens KEI behoeven te worden ingeleid (kopje “Uitzonderingen verplicht digitaal procederen”). Overigens gaat KEI uiteindelijk helemaal niet meer door, maar in de twee pilot arrondissementen speelt deze vraag nu nog wel.

Auteur & Last edit

[MdV, 07-12-2017; bijgewerkt 27-01-2019]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.