LawyrupFaillissementswetFaillissement (Titel 1 Fw.)Vereffening van de boedel (Afd. 7, Titel 1 Fw.)

Vereffening van de boedel (Afd. 7, Titel 1 Fw.)

Inleiding vereffening van de boedel

Nadat het vermogen van de gefailleerde is geliquideerd (te gelde gemaakt), treedt de fase van vereffening in: de boedel wordt vereffend en de opbrengsten worden uitgedeeld. Volgens de wet vindt de feitelijke liquidatie (de verkoop) pas na het houden van de verificatievergadering plaats. In de praktijk wordt echter eerst geliquideerd en volgt dan de vereffeningsfase (uitdelingsfase). De reden is dat in de meerderheid van de faillissementen het nooit tot een verificatievergadering komt, omdat er niets valt uit te delen. De vereffeningsfase is geregeld in Afd. 7, Titel I Fw..

Deze belangrijke titel omvat 26 artikelen (art. 173 Fw. tot en met art. 194 Fw.).

Boedelschulden en systematiek van de wet

Voor een uitleg van het begrip boedelschulden en de systematiek van de wet, die aan de vereffening ten grondslag ligt, zie de (hoofd)pagina Faillissement.

Staat van insolventie

De wet gaat van oudsher ervan uit, dat in alle faillissementen een verificatievergadering plaatsvindt. Dat is in de meeste gevallen niet zo, maar als de verificatievergadering is afgesloten en er niet een akkoord tot stand is gekomen, treedt de “staat van insolventie” in, aldus art. 173 lid 1 Fw..

Uitdeling aan de schuldeisers en einde van het faillissement

De curator draagt er zorg voor, dat er na de vereffening een uitdeling aan de schuldeisers plaatsvindt. In art. 179 Fw. draagt de wet de curator op dit te doen, zodra er voldoende gelden beschikbaar zijn. In de praktijk voltooit de curator echter doorgaans eerst de vereffening, zodat helder is hoeveel er in de boedel zit na aftrek van de faillissementskosten (waaronder het salaris van de curator).

Wanneer de vereffening is voltooid, dan stelt de curator een uitdelingslijst op met inachtneming van ieders (voor)rang. Die deponeert de curator bij de rechtbank. Dit heet de slotuitdelingslijst.

De uitdelingslijst ligt enige tijd ter inzage en schuldeisers kunnen daar bezwaar tegen maken. Nadat die lijst definitief is geworden keert de curator de beschikbare middelen conform die lijst uit. Het faillissement komt daarmee krachtens art. 193 lid 1 Fw. tot een einde. Het werk van de curator zit er dan op.

Tussentijdse uitdeling

In uitzonderlijke gevallen – met name als er veel middelen in de boedel zitten en er dus kan worden uitgekeerd zonder dat er gevaar is dat de curator onbetaald werk moet verrichten – kan er echter ook tussentijds worden uitgedeeld. Dat is ook het uitgangspunt van de wet blijkens art. 179 Fw.. In het faillissement van bij voorbeeld DSB Bank hebben de curatoren meerdere tussentijdse uitdelingen gedaan.

De uitdelingslijsten voor tussentijdse uitkeringen zijn uit de aard der zaak dan geen slotuitdelingslijsten. Het faillissement is na die tussentijdse uitdeling nog niet ten einde.

Wanneer eindigt de taak van de curator

In het arrest HR 24 april 2020 (DGA 1 en DGA 2/curator) kwam de vraag aan de orde, wanneer de taak van de curator geeindigd is. Moet de curator doorgaan tot alle bezittingen en vorderingen van de failliet te gelde gemaakt zijn, of zit die taak er op als alle geverifieerde vorderingen zijn voldaan? Het laatste is het geval. Als er na de slotuitdeling aan de geverifieerde schuldeisers nog een saldo resteert, dan dient dit te worden vereffend door de gefailleerde zelf. Bij een rechtspersoon is dat het bestuur van de rechtspersoon, die – behoudens uitzonderingen – buiten faillissement krachtens de wet de vereffenaar is. Zie ook de pagina Algemene bepalingen rechtspersonen.

Lees meer over HR 24 april 2020 (DGA 1 en DGA 2/curator)

De Hoge Raad overweegt (r.o. 4.2.2):

“4.4.2 Het faillissement heeft ten doel het vermogen van de schuldenaar te verdelen onder diens gezamenlijke schuldeisers.3 Hiertoe is de curator op grond van art. 68 lid 1 Fw belast met het beheer en de vereffening van de failliete boedel.

4.2.3 Op grond van art. 193 lid 1 Fw eindigt het faillissement, voor zover in cassatie van belang, van rechtswege zodra aan de geverifieerde schuldeisers het volle bedrag van hun vorderingen is uitgekeerd. De ratio van deze bepaling is dat wanneer de curator voldoende opbrengst heeft gerealiseerd om (na voldoening van de boedelkosten), de geverifieerde vorderingen te voldoen, het doel van het faillissement is bereikt. Zodra de geverifieerde schuldeisers zijn voldaan, eindigt dus het faillissement en daarmee de beheers- en vereffeningstaak van de curator.

4.2.4 De regel van art. 193 lid 1 Fw roept de vraag op wanneer tot uitkering aan de geverifieerde schuldeisers moet worden overgegaan. Art. 179 Fw bepaalt dat de rechter-commissaris tijdens het faillissement een uitdeling aan de geverifieerde schuldeisers beveelt zo dikwijls er voldoende gerede penningen aanwezig zijn. In de wetsgeschiedenis valt daarover te lezen dat wanneer 100% kan worden uitbetaald, de rechter-commissaris daarvan de uitdeling zal bevelen, waarmee het faillissement ten einde zal zijn.5 Hoewel art. 179 Fw geen termijn bevat waarbinnen de rechter-commissaris, nadat is gebleken dat voldoende uitkeerbare gelden aanwezig zijn, genoemd bevel moet geven, volgt zowel uit de tekst en de totstandkomingsgeschiedenis van deze bepaling, als uit het doel van het faillissement (zie hiervoor in 4.2.2), dat de uitdeling in ieder geval moet worden bevolen zodra blijkt dat voldoende gelden aanwezig zijn om alle geverifieerde schuldeisers volledig te voldoen.

4.2.5 Hetgeen hiervoor in 4.2.2-4.2.4 is overwogen, leidt ertoe dat indien de boedel toereikend is om de geverifieerde schuldeisers te voldoen, het de curator niet vrijstaat de vereffening voort te zetten en overige activa te gelde te maken ten behoeve van andere, niet geverifieerde schuldeisers of, in geval van een vennootschap, de aandeelhouders. Daaraan doet niet af dat de curator bij de wijze waarop hij zijn beheers- en vereffeningstaak uitoefent, ook rekening moet houden met andere bij het beheer en de vereffening van de failliete boedel betrokken belangen dan die van de gezamenlijke schuldeisers.6 Die taak komt immers tot een einde zodra de vereffening voldoende heeft opgeleverd om alle geverifieerde schuldeisers te kunnen voldoen.

4.2.6 Opmerking verdient nog dat de curator in het kader van de vereffening van het vermogen van een door insolventie ontbonden rechtspersoon, slechts een taak heeft zo lang het faillissement duurt. Na het einde van het faillissement zijn, indien de rechter geen andere vereffenaars benoemt en de statuten geen andere vereffenaars aanwijzen, de bestuurders van de rechtspersoon met de vereffening van het resterende vennootschapsvermogen belast (art. 2:23 lid 1 BW).”

In het faillissement van DBS Bank resteerde na de slotuitdeling een overschot. Er waren echter nog wel vorderingen, maar die konden niet geverifieerd worden, in het bijzonder de na faillissement verschenen rente over de ingediende vorderingen, die als gevolg van art. 128 Fw. niet geverifieerd kan worden. Dit betekent echter niet, dat die niet voldaan moeten worden, alleen blijven die in het kader van het faillissement – vanaf datum faillissement – buiten beschouwing. Na de opheffing van het faillissement kwamen die vorderingen derhalve alsnog aan bod.

Hetzelfde geldt voor andere niet verifieerbare vorderingen. Wanneer er na vereffening van een rechtspersoon door de curator nog geld overblijft, dan komt dit toe aan de aandeelhouders.

Nagekomen baten

Soms blijkt na de (slot)uitdeling, dat er nagekomen baten opkomen. De curator draagt er dan zorg voor, dat daarvan een uitdeling aan de schuldeisers plaatsvindt, conform art. 194 Fw. .

Rechtspraak

HR 3 november 2017 betwisting vordering kan niet via bezwaar tegen de uitdelingslijst o.g.v. art. 184 Fw., maar moet o.g.v. art. 67 Fw. worden gedaan tegen de beslissing tot erkenning (en wel binnen 5 dagen).

Auteur & Last edit

[MdV, 15-06-2017; laatste bewerking 8-12-2020]

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.

Wat vond u van dit artikel ?

Vond je deze content nuttig? Steun Lawyrup met een donatie naar keuze.

Doneren