LawyrupFaillissementswetSurseance (Titel 2 Fw.)Verlening en gevolgen van surseance (Afd. 1, Titel 2 Fw.)

Verlening en gevolgen van surseance (Afd. 1, Titel 2 Fw.)

Inleiding verlening van surseance van betaling

In Afd. 1 van Titel 2 Fw. is geregeld, hoe de surseance van betaling wordt aangevraagd en verleend. Ook zijn daar de (rechts)gevolgen van de surseance in geregeld. De surseance is een insolventieprocedure waarbij de verplichting tot betaling van de opeisbare schulden van de schuldenaar wordt opgeschort, teneinde vanuit die situatie tot een oplossing van de schuldenproblematiek te geraken. De procedure is uitsluitend voor ondernemers. De procedure is niet bedoeld voor natuurlijke personen zonder bedrijf (art. 214 lid 4 Fw.).

Aanvraag van de surseance; vereisten

De schuldenaar die voorziet dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden kan dit uitstel aanvragen (art. 214 lid 1 Fw.). De schuldenaar moet met hulp van een advocaat bij de rechtbank een gemotiveerd verzoek indienen voor het verlenen van de surseance (art. 214 lid 2 Fw.). De aanvrager moet het verzoek zelf ook ondertekenen.

Bij de aanvraag kan ook meteen een ontwerp van een akkoord worden ingediend (art. 214 lid 3 Fw.). Dit is overigens – indien goed voorbereid en mits het financiële probleem niet zit in de noodzaak tot een grote ontslagronde waar het geld voor ontbreekt – een mooie vorm van snelle sanering van een onderneming.

Verlening van de surseance

De surseance wordt op dezelfde dag voorlopig verleend en gaat direct in (art. 217 Fw.). De rechtbank wijst een bewindvoerder aan, die vanaf dat moment samen met de schuldenaar (“de sursiet”) diens vermogen zal beheren.  De bewindvoerder heeft een toezichthoudende rol. De sursiet heeft voor alle beschikkingshandelingen toestemming nodig van de bewindvoerder (art. 228 Fw.).

Tegelijk met de voorlopige verlening wordt een datum ca. zes weken bepaald voor een zitting waarop de definitieve verlening van de surseance zal worden behandeld. De (concurrente) schuldeisers mogen daarover stemmen. Wanneer een meerderheid voor is, wordt de definitieve surseance verleend (mits er zicht is op een oplossing, zie hierna). Wordt definitief surseance verleend, dan is dat doorgaans voor de duur van anderhalf jaar (art. 223 Fw.).

Wanneer hetzij meer dan een derde van de schuldeisers (crediteuren) tegen stemt, of een (kleiner) aantal schuldeisers die staan voor meer dan een kwart van de totale schuldenlast, dan wordt de definitieve surseance niet verleend (art. 218 lid 2 Fw.). De surseance kan dan meteen worden omgezet in faillissement.

De surseance is bedoeld om een oplossing voor de schuldenproblematiek te vinden. Wanneer die oplossing niet in zich is, dan mag de surseance niet definitief verleend worden (art. 218 lid 4 Fw.). Als er geen licht is aan het eind van de tunnel dan is dat ook een grond waarom de bewindvoerder omzetting in faillissement zal moeten vragen.

Gevolgen van de surseance

De surseance schort de opeisbaarheid op van alle schulden (art. 230 Fw.). Een belangrijke uitzondering daarop is echter voor vorderingen waaraan voorrang is verbonden, voor de goederen waarvoor die voorrang geldt (art. 230 lid 3 en art. 232 Fw.). Dat betekent, dat de bevoorrechte (preferente) schulden wel nog steeds betaald moeten worden, zoals de fiscale verplichtingen en de lonen van personeel. Ook kan er tegen de sursiet nog steeds geprocedeerd worden (art. 231 lid 1 Fw.).

Tussentijdse beëindiging en omzetting

De surseance kan tussentijds worden beëindigd. De gronden voor tussentijdse beëindiging van de surseance zijn opgenomen in art. 242 Fw..

De belangrijkste – en meest voorkomende – reden is die onder ten vijfde: dat het vooruitzicht dat de schuldenaar zijn schulden ooit zal kunnen voldoen ontbreekt. Of is komen te ontbreken, want als dit van aanvang af al zo was dan mocht de surseance niet verleend worden (zie het hiervoor vermelde art. 218 lid 4 Fw.). Voor een voorbeeld zie HR 19 december 2008 waarin de beslissing van het Hof wordt vermeld tot intrekking surseance omdat vooruitzicht op bevrediging schuldeisers ontbreekt.

Rechtspraak

HR 19 december 2008 – (beslissing Hof kenbaar uit) intrekking surseance omdat vooruitzicht op bevrediging schuldeisers ontbreekt

Auteur & Last edit

[MdV, 24-07-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.

Wat vond u van dit artikel ?

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.