LawyrupFaillissementswetFaillissement (Titel 1 Fw.)Gevolgen van de faillietverklaring (Afd. 2, Titel 1 Fw.)Gevolgen voor vermogen gefailleerde (art. 20 – 24 Fw.)

Gevolgen voor vermogen gefailleerde (art. 20 – 24 Fw.)

Inleiding gevolgen voor vermogen gefailleerde

Het faillissementsbeslag rust op het gehele vermogen van de failliet, maar komt daarnaast ook te rusten op hetgeen de failliet tijdens het faillissement verkrijgt (art. 20 Fw.). Als de gefailleerde een privépersoon is, dan valt zijn inkomen dus ook in de boedel. Hij mag dan een door de rechtbank te bepalen gedeelte behouden voor zijn levensonderhoud.

Maar ook op andere vermogensbestanddelen die om uiteenlopende reden na de faillietverklaring in het vermogen mochten vallen, rust het faillissementsbeslag te rusten.

Krijgt de failliet tijdens het faillissement een erfenis (die overigens beneficiair aanvaard moet worden (art. 41 Fw.), wint hij de loterij of verwerft hij inkomsten, dan valt dit in het faillissement. De curator vereffent het door het faillissementsbeslag getroffen vermogen ten behoeve van alle crediteuren, met inachtneming van ieders rang op basis van de regels van het verhaalsrecht (zie ook de pagina Verhaalsrecht op goederen).

Goederen waarop het faillissementsbeslag niet komt te rusten

Art. 21 Fw. somt een aantal vermogensbestanddelen op die niet in de boedel vallen, waarvan de meest voorkomende is tijdens het faillissement verkregen inkomsten (aanhef en onder 2e). De failliet mag daar een deel van behouden; welk deel wordt bepaald door de rechter-commissaris (de R-C). De curator maakt aan de hand van de informatie van de failliet over diens inkomsten een VTLB-berekening en legt de berekening te vaststelling van het aan de failliet te laten bedrag aan de R-C voor. Globaal is dit 90% van de bijstandsnorm.

Verder vallen ook de rechten (afkoop, wijzigen begunstiging of belenen) uit een levensverzekeringspolis niet in de boedel, voor zover dit onredelijk bezwarend zou zijn voor failliet (art. 22a Fw.).

Failliet niet langer beschikkingsbevoegd

Terugwerkend tot 00:00 uur van de dag van de faillietverklaring verliest de failliet de beschikkingsbevoegdheid over zijn vermogen (art. 23 Fw.). Deze bepaling heeft mede vanwege girale betalingen enige jurisprudentie met zich meegebracht.

Een richtinggevend arrest is HR 20 maart 2015 (JPR Advocaten/Gunning q.q.). De Hoge Raad besliste, dat de curator een betaling waarvoor gefailleerde de dag voor de faillietverklaring opdracht heeft gegeven via elektronisch bankieren, die echter pas de volgende dag bij de begunstigde is gecrediteerd, van deze crediteur kan terugvorderen op grond van art. 23 Fw.. De Hoge Raad paste de eerder geformuleerde maatstaf in het arrest HR 31 maart 1989 (Vis q.q./NMB, NJ 1990/1) aan, in die zin dat het er niet (meer) om gaat of de bank alle handelingen ter uitvoering van de betalingsopdracht heeft verricht, maar om de vraag of de creditering in de bankrekening van de begunstigde (crediteur van gefailleerde) na faillissement plaatsvond of daarvoor. Deze maatstaf is makkelijker toepasbaar, en bovendien in lijn met art. 6:114 lid 2 B.W., dat bepaalt dat het moment van creditering geldt als het moment van betaling door een schuldenaar. zie de pagina Verbintenissen tot betaling van een geldsom.

Art. 7:534 B.W. (zie de pagina Betalingstransactie) doet niet aan deze regel af, omdat het daarbij gaat om de vraag of de opdrachtgever de opdracht nog kan intrekken. Die regel kan echter niet de regeling van art. 23 Fw. doorkruisen, op grond waarvan de gefailleerde vanaf de faillietverklaring beschikkingsonbevoegd wordt. Dit is ook in lijn met art. art. 7:422 lid 1, aanhef en onder a, B.W. op grond waarvan de lastgeving eindigt door het faillissement van de lastgever. Zie ook de pagina Lastgeving.

In de zaak Rb. Den Haag 19 februari 2018 (Wittekamp q.q./Royal Flora Holland) oordeelde de rechtbank, dat dit beginsel niet opgaat wanneer de betaling is gedaan van een bankrekening van gefailleerde met een negatief saldo. De boedel zou door die betaling niet benadeeld zijn. In JOR 2018, 163 bekritiseert mr. B.A. Schuijling die beslissing, omdat de regel van JPR Advocaten/Gunning q.q. naar zijn mening ook in dat geval geldt. Dat klinkt ook logischer, want – hoewel abstract – wordt de boedel wel benadeeld want door de betaling is het negatieve saldo bij de bank toegenomen. Bovendien wordt de paritas creditorum en het fixatiebeginsel doorkruist: de betaalde schuldeiser krijgt zijn geld nog terwijl de bel al gegaan is. Zeker als de bank zekerheden heeft heeft dat ook in de praktijk merkbaar effect op de boedel.

Rechtshandelingen van de failliet na de faillietverklaring kunnen het vermogen van de failliet niet meer binden (art. 24 Fw.). Dit tenzij de boedel daardoor is gebaat.

Rechtspraak

Verlies beschikkingsbevoegdheid gefailleerde

HR 20 maart 2015 (JPR Advocaten/Gunning q.q.) – curator kan betaling waarvoor gefailleerde de dag voor de faillietverklaring opdracht heeft gegeven via elektronisch bankieren, die echter pas de volgende dag bij de begunstigde is gecrediteerd, van deze terugvorderen op grond van art. 23 Fw..

Auteur & Last edit

[MdV, 9-01-2020]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.

Wat vond u van dit artikel ?

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.