LawyrupFaillissementswetFaillissement (Titel 1 Fw.)Gevolgen van de faillietverklaring (Afd. 2, Titel 1 Fw.)Lopende overeenkomsten en faillissement (Par. 2, Afd. 2, Titel 1 Fw.)

Lopende overeenkomsten en faillissement (Par. 2, Afd. 2, Titel 1 Fw.)

Inleiding lopende overeenkomsten in faillissement

Een failliet verklaarde (rechts)persoon is doorgaans meerdere overeenkomsten aangegaan, die ten tijde van de faillietverklaring nog niet zijn voltooid. Dat kan gaan om duurovereenkomsten, of om eenmalige transacties, die nog niet geheel zijn voltooid. Bij voorbeeld een verkoopovereenkomst die wel al gesloten is, maar de koper heeft nog niet betaald of de verkoper heeft nog niet geleverd (of beide).

De vraag, wat er te doen staat met betrekking tot dergelijke overeenkomsten wordt in het algemeen beantwoord door art. 37 Fw.. Daarnaast zijn er specifieke bepalingen voor de huurovereenkomst (art. 39 Fw.) en de arbeidsovereenkomst (art. 40 Fw.). Deze specifieke duurovereenkomsten kennen een wettelijk regime waarin de zwakkere partij wordt beschermd tegen opzegging. Reden waarom ook in de Faillissementswet afwijkende regels voor die specifieke soorten overeenkomst zijn opgenomen. Daarin wordt de curator de mogelijkheid geboden deze duurovereenkomsten op te zeggen in afwijking van de normaal voor die overeenkomsten geldende opzeggingsregelingen.

Algemene regel lopende overeenkomsten (art. 37 Fw.)

De hoofdregel voor lopende of onvoltooide overeenkomsten is, dat de curator gebonden is aan de inhoud van de overeenkomst. De curator heeft – afgezien van de huurovereenkomst en de arbeidsovereenkomst – geen extra bevoegdheid de overeenkomst vanwege het faillissement op te zeggen. Alleen wanneer de overeenkomst daar zelf reeds in voorziet bestaat die mogelijkheid. Daarbij moet door de curator wel worden gelet op de gevolgen die de overeenkomst aan zo’n contractueel voorziene opzegging verbindt. Dit wordt door curatoren nogal eens over het hoofd gezien, die overeenkomsten op eigen initiatief met een standaardbrief opzeggen. Dat is in strijd met de wettelijke regeling van art. 37 Fw. (en kan zelfs tot boedelschulden leiden).

De systematiek van art. 37 Fw. wordt wel omschreven als “de bevoegdheid van de curator om te wanpresteren”. Wanneer een contractspartij bij een duurovereenkomst of niet volledig uitgevoerde overeenkomst failliet gaat, dan kan de andere partij de curator verzoeken om binnen een redelijke termijn te laten weten of hij de overeenkomst ondanks het faillissement toch wenst na te komen. De curator zal dit uiteraard slechts doen als dit voordelig is voor de boedel. In dat geval zal hij zekerheid moeten stellen voor de nakoming (art. 37 lid 2 Fw.).

Als een curator van een aannemingsbedrijf bij voorbeeld besluit de lopende aannemingsopdrachten na te komen, dan moet hij zich er terdege van vergewissen dat hij geen onverantwoorde risico’s op zich laadt. De wederpartij is bovendien niet verplicht een andere partij dan de failliet zelf (de boedel), die de curator naar voren schuift, te accepteren. Met die derde heeft de opdrachtgever immers niet gecontracteerd. Voor de curator kan bovendien de garantieverplichting een probleem vormen.

Vorderingen tegen de failliet wegens wanprestatie (art. 37a Fw.)

Vorderingen tot schadevergoeding of het inroepen van ontbinding wegens wanprestatie met betrekking tot een voor faillissement gesloten overeenkomst kan de wederpartij (slechts) ter verificatie indienen (art. 37a Fw.). De curator die derhalve op het verzoek van art. 37 lid 1 Fw. afwijzend reageert, zal slechts de vordering in de crediteurenlijst hoeven te noteren en behoeft niet na te komen.

De curator die een lopende overeenkomst (eigenlijk) wil opzeggen, maar die bevoegdheid niet heeft, kan de wederpartij wel een brief sturen met de mededeling dat de boedel niet in staat of van plan is de overeenkomst na te komen, met verzoek een eventuele vordering in te dienen ter verificatie.

Uitzondering voor nutsleveringen

In art. 37b Fw. heeft de wetgever in 2004 een bepaling opgenomen, die het de leverancier van nutsvoorzieningen verbiedt de leveringsovereenkomst te beëindigen wegens achterstand in betaling daterend van voor het faillissement. Wel is dit ingeperkt voor zover de levering nodig is voor de eerste levensbehoeften van de gefailleerde, of voor de voortzetting van diens onderneming.

De nutsleverancier zal dus een knip moeten maken per faillissementsdatum. Deze regeling is ingevoerd in het kader van de wetsherziening ter bevordering van de effectiviteit van surseances. Hiermee is het arrest van de HR d.d. 20 maart 1981 (NJ 1981, 640) (Veluwse Nutsbedrijven) achterhaald. In de praktijk vragen nutsleveranciers de curator doorgaans meteen om een depot te voldoen voor de verbruikskosten bij voortzetting van de onderneming van de gefailleerde. De curator zal een afweging moeten maken of het maken van die kosten vanaf faillissementsdatum verantwoord zijn, hetzij voor het afronden van werkzaamheden waarmee inkomsten voor de boedel kunnen worden verkregen, dan wel om de onderneming “going concern” te kunnen verkopen en zo een hogere opbrengst te kunnen realiseren. Voor het voortzetten van de onderneming heeft de curator overigens de toestemming van de rechter-commissaris nodig.

Huurkoop en faillissement

Art. 38a Fw. biedt verder de mogelijkheid huurkoopovereenkomsten te ontbinden.

Arbeidsovereenkomst en huurovereenkomst

Voor deze twee duurovereenkomsten bevat de wet als gezegd wel een bijzondere opzeggingsbevoegdheid van de curator. Art. 39 Fw.biedt de curator – maar ook de verhuurder – de mogelijkheid de huurovereenkomst op te zeggen met een termijn van drie maanden.

Art. 40 Fw. geeft de curator de mogelijkheid de arbeidsovereenkomsten met het personeel van failliet op te zeggen met een termijn van maximaal 6 weken. De werknemers kunnen ook opzeggen, maar dat zal minder vaak voorkomen. De werknemers kunnen op grond van art. 66 W.W. hun loonvordering indienen bij het UWV, die deze uitkeert en de vordering vervolgens ter verificatie bij de curator indient (loongarantieregeling).

Toestemming rechter-commissaris

De curator heeft voor al deze rechtshandelingen toestemming van de R-C nodig. Ontbreken daarvan tast echter niet de handeling aan.

Auteur & Last edit

[MdV, 7-07-2017]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.

Wat vond u van dit artikel ?

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.