Maatschap (Titel 9, Boek 7A B.W.)

Inleiding maatschapsovereenkomst

De maatschapsovereenkomst is geregeld in Boek 7A, Titel 9, geheten “Van maatschap”, bestaande uit slechts 4 Afdelingen. De bepalingen geven een wettelijke regeling voor deze veel voorkomende en alledaagse samenwerkingsvorm. De regeling is vrij summier, en ook verouderd. Dat is ook te zien aan de ouderwetse taal, die stamt uit 1838. Ook staat de regeling van de verwante personenvennootschappen VOF en C.V. weer elders in de wet, nl. in Titel III van het Wetboek van Koophandel, en wel in art. 16 WvK. Dat maakt de wettelijke regeling van deze zogeheten “personenvennootschappen” onoverzichtelijk. De VOF is een lex specialis voor de maatschap. De VOF houdt zich bezig met de uitoefening van een bedrijf. De maatschap is de contractuele samenwerking tussen beroepsbeoefenaars, zoals artsen, advocaten, accountants enz. Dit sluit aan bij het onderscheid in de wet tussen beroep en bedrijf.

Net als bij alle benoemde contracten moet de wettelijke regeling van de maatschap worden bezien binnen het algemene kader van het verbintenissenrecht en het overeenkomstenrecht dat onverkort van toepassing blijft voor zover de bijzondere regeling daar niet van afwijkt. Dat geldt ook voor de VOF getuige art. 1 WvK. Veel van de bepalingen inzake de maatschap zijn regelend recht: de maten kunnen andersluidende afspraken maken en wettelijke bepalingen uitsluiten, zo lang deze dat niet verbieden.

Samenwerking

De maatschap is een contractuele vorm van samenwerking. Het valt immers onder het overeenkomstenrecht. De definitie van de maatschap vinden we in art. 7A:1655 B.W.:

“Maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te deelen.”

De deelgenoten in een maatschap (de maten, maatschapsleden of ook wel “vennoten” geheten) kunnen zowel natuurlijke personen zijn als rechtspersonen, zoals een besloten vennootschap.

Onderscheid maatschap met samenwerking in rechtspersoon (kapitaalvennootschap)

Er zijn enkele belangrijke verschillen tussen de maatschap en kapitaalvennootschappen zoals de besloten vennootschap (B.V.) en de naamloze vennootschap (N.V.).

Rechtspersoonlijkheid

De besloten vennootschap is “zelfstandig drager van rechten en verplichtingen” en staat als zodanig los van haar aandeelhouders (degenen die het kapitaal ingebracht hebben en de aandelen houden en stemgerechtigd en winstgerechtigd zijn in de rechtspersoon). Daardoor staat het vermogen van de rechtspersoon los van dat van de aandeelhouders.

In het hierna genoemde wetsvoorstel was één van de voorstellen, dat sommige maatschappen wel rechtspersoonlijkheid zouden krijgen. Dat maakt het makkelijker om de maatschap voort te laten bestaan bij wijzigingen in de samenstelling van de deelnemende maten. Nu is daar een verblijvensbeding en een voortzettingsbeding voor nodig (zie hierna).

Zeggenschap en vertegenwoordigingsbevoegdheid

Bij de maatschap is er in beginsel geen meerderheidsbesluitvorming mogelijk. De maatschap is een contract tussen de maten, en voor elke handeling en elke transactie is instemming van elke maat nodig. Een maat kan de besluitvorming dus blokkeren. Binnen de kapitaalvennootschap geldt dat niet. Daar kan met meerderheid van stemmen worden besloten.

Continuïteit

Wanneer een maat uit de maatschap treedt, of wanneer hij overlijdt, eindigt in principe de maatschap (art. 7A:1683 B.W.). In dat geval moet het gezamenlijke vermogen van de maatschap vereffend worden: de schulden moeten worden betaald, de bezittingen te gelde gemaakt en het overschot wordt verdeeld (of het tekort moet door de maten worden bijgepast). De rechtspersoon eindigt niet bij overlijden van de aandeelhouders. De aandelen vallen dan in de nalatenschap van de overleden aandeelhouder, maar de rechtspersoon blijft gewoon bestaan. Het vermogen van de rechtspersoon hoeft niet verdeeld te worden.

Maatschap als procespartij

Hoewel de maatschap zoals aangegeven juridisch bezien “niets” is, kan zij volgens het standaardarrest van de Hoge Raad d.d. 5 november 1976 inzake de accountantsmaatschap Moret Gudde Brinkman wel in rechte optreden en gedagvaard worden. De reden daarvan is, dat het voor een buitenstaander (bvb. een leverancier) geen doen is de afzonderlijke namen van de maten te achterhalen en deze in de dagvaarding te zetten. Om praktische redenen mag de maatschap dus als procespartij worden genoemd. Dat kan ook als de maatschap optreedt als eiser. Daarbij geldt die benaming als vervanging voor de namen van de afzonderlijke maatschapsleden. Dit kan tot aanzienlijke complicaties leiden, als de maatschap van samenstelling wijzigt. Want de maatschap is immers in de procedure niets meer dan “de maatschap X, zijnde de maten A, B en C” (als er drie maten zijn). Anderzijds vormt het vermogen van de (openbare) maatschap volgens de geldende leer wel een afgescheiden vermogen, waarop schuldeisers zich kunnen verhalen. Zie hierover en de complicaties bij het procederen tegen maatschappen en maten het Roham-arrest (ook wel bekend als Biek Holding-arrest).

Zie verder over de aansprakelijkheid van de beherend vennoot het Carlande-arrest. En zie Rb. Rotterdam d.d. 9 september 2009 (NN/HM Group VOF & Salman Beheer B.V.), met name r.o. 2.16.

Regelend recht

Doordat de wettelijke regeling van de maatschap van regelend recht is, zijn er in de praktijk veel en uitvoerige vormen van maatschapscontracten ontwikkeld.

Wetsvoorstel Personenvennootschappen

De wettelijke regeling van de maatschapsovereenkomst is een sterk verouderde regeling, die dringend gemoderniseerd moet worden. In 2011 heeft de wetgever besloten het vanaf 2002 in voorbereiding geweest zijnde wetsvoorstel Personenvennootschappen alsnog in te trekken. De reden die de Minister Opstelten hiervoor gaf was, dat er in de praktijk geen behoefte aan zou zijn. Onduidelijk is waar de Minister dit op baseerde. Het lijkt er op, dat hij daarbij niet heeft geluisterd naar de vakjuristen.

In het rechtsverkeer geeft de maatschap juist aanleiding tot enorm veel problemen, die door het Wetsvoorstel zouden worden opgelost. De Hoge Raad heeft vervolgens wat lapwerk gedaan, om enkele nijpende problemen op te lossen.

Het FA Rendement schrijft hierover op 15 september 2011 het volgende:

Het kenmerk van een personenvennootschap is dat het gaat om een samenwerking tussen twee of meerdere personen. In Nederland kennen we op dit moment drie soorten personenvennootschappen: de maatschap, de vennootschap onder firma en de commanditaire vennootschap. Deze samenwerkingsverbanden beschikken anders dan bij een besloten vennootschap niet over rechtspersoonlijkheid. Het doel van de nieuwe wetgeving was om de nieuwe personenvennootschappen flexibeler, helderder en praktischer te maken. Het zou bijvoorbeeld eenvoudiger moeten worden om als vennoot uit het samenwerkingsverband te stappen of als nieuwe vennoot juist toe te treden.

Makkelijker toe- of uittreden

Om dit voor elkaar te krijgen zou in de nieuwe wet sprake zijn van vijf verschillende personenvennootschappen. U zou dan kunnen kiezen uit een:

  • stille vennootschap
  • openbare vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (OV)
  • openbare vennootschap met rechtspersoonlijkheid (OVR)
  • commanditaire vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid (CV) en
  • de commanditaire vennootschap met rechtspersoonlijkheid (CVR).

Bij dit wetsvoorstel kon u dus kiezen voor een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid. Voordeel hiervan is dat alle goederen eigendom zijn van het samenwerkingsverband, waardoor toe- of uittreding eenvoudiger zou zijn. De aansprakelijkheid zou hierbij niet wijzigen. De praktijk zat hier blijkbaar toch niet op te wachten, dus heeft de minister besloten om deze Wet personenvennootschappen in te trekken.

Voorbereiding nieuw wetsvoorstel (2016)

Het lijkt er op, dat er nu toch een herziening zal komen. De in 2012 door een aantal juristen en fiscalisten opgerichte Werkgroep Personenvennootschappen heeft onder voorzitterschap van prof. mr. M. van Olffen het Rapport Werkgroep Personenvennootschappen voorbereid, dat in 2016 is gepubliceerd. De Minister zal dit meenemen in een Beleidsnota over Vernieuwing Ondernemingsrecht, die dit jaar nog bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Dat is nog geen wetsvoorstel, maar in elk geval een eerste stap.

Dat er geen behoefte zou zijn aan de herziening van de wettelijke regeling van personenvennootschappen is onjuist gebleken. In het nieuwsitem d.d. 26 september 2016 op de website van het magazine Accountant over de presentatie van het Rapport staat:

Er zijn in Nederland circa 218.000 personenvennootschappen. De huidige wettelijke regeling voor de maatschap, vennootschap onder firma en commanditaire vennootschap dateert uit 1838. De regeling is verspreid uitgewerkt in verschillende wetten en verder ingevuld door de rechtspraak. Als gevolg daarvan is de regeling niet gemakkelijk toegankelijk. Ook is ze sterk verouderd ten opzichte van die in andere westerse landen, zowel binnen als buiten de EU.

Andere relevante pagina’s

Zakenrecht (Boek 5 B.W.)

Verbintenissenrecht (Boek 6 B.W.)

Wederkerige overeenkomsten (Titel 5, Boek 6 B.W.)

Benoemde overeenkomsten (Boek 7 B.W.)

Benoemde overeenkomsten (restgroep) Boek 7A B.W.

Algemene bepalingen maatschap (Afd. 1, Titel 9, Boek 7A B.W.)

Onderlinge verbintenissen maatschap (Afd. 2, Titel 9, Boek 7A B.W.)

Verbintenissen maatschap met derden (Afd. 3, Titel 9, Boek 7A B.W.)

Einde van de maatschap (Afd. 4, Titel 9, Boek 7A B.W.)

[MdV, 22-10-2016; bijgewerkt 20-10-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.