Dagvaarding en termijnen (Afd. 4, Titel 2, Boek 1 Rv. niet-digitaal)

*NB de links naar de wettekst verwijzen naar de versie van de wet zoals die geldt voor NIET-digitaal procederen.
NB het onderstaande geldt alleen bij niet-digitaal procederen.

Inleiding dagvaarding en termijnen

De regels inzake dagvaarding en de daarbij geldende termijnen zijn opgenomen in de 4e Afdeling, Titel 2, Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (“Rv.”). Zie voor de eisen die aan de betekening van exploten gesteld worden de pagina Exploten (Afd. 6, Titel 1, Boek 1 Rv.).

Dagvaarding

Dagvaarding dient te geschieden door middel van een deurwaardersexploit (art. 111 Rv. niet-digitaal). Deze dient de gegevens te bevatten, omschreven in dit artikel.

Tussen de datum waartegen de gedaagde wordt opgeroepen en de dag van het uitbrengen van de dagvaarding dient tenminste een week te liggen (art. 114 Rv. niet-digitaal).

Gedaagde buiten Nederland in Europa

Als de gedaagde buiten Europa is gevestigd is de dagvaardingstermijn tenminste 4 weken (art. 115 lid 1 Rv.):

Indien de gedaagde een bekende woonplaats of een bekend werkelijk verblijf buiten Nederland heeft in een Staat waar de in artikel 56, eerste lid, bedoelde verordening van toepassing is, of in een Staat die in Europa is gelegen en die partij is bij het op 15 november 1965 te ‘s-Gravenhage tot stand gekomen Verdrag inzake de betekening en de kennisgeving in het buitenland van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en in handelszaken (Trb. 1966, 91), is de termijn van dagvaarding ten minste vier weken.

Gedaagde buiten Nederland (niet Europa)

Heeft de gedaagde geen bekende woonplaats in Nederland, dan is de termijn drie maanden (art. 115 lid 2 Rv.).

Termijn bij kantoorbetekening

Uitzondering is de kantoorbetekening c.q. het gekozen domicilie in Nederland: art. 115 lid 3 Rv.. Dan is de termijn een week.

Burgers digitaal oproepen

Het is al mogelijk om burgers zonder bekende woon- of verblijfplaats digitaal op te roepen. Bekendmakingen aan deze groep verschijnen in de online Staatscourant.

Nietigheid

De bepalingen van deze afdeling zijn dwingend recht. Onjuiste toepassing brengt nietigheid van het processtuk mee (art. 120 lid 1 Rv.).

Herstelexploot

Een gebrek in het exploot van dagvaarding dat tot nietigheid leidt, kan worden hersteld door middel van een zgn. “herstelexploot” (art. 120 lid 2 Rv.). Dit dient voor de dienende dag te worden uitgebracht. Het exploot met de fout moet daarbij gehandhaafd blijven. Het herstelexploot bouwt dus voort op het exploot met de fout.

Voor de voorschriften van art. 111 lid 3 Rv. geldt de noodzaak van een herstelexploot niet (art. 120 lid 3 Rv.): het verweer van de gedaagde, de opgaaf over welke bewijsmiddelen of welke getuigen de eiser beschikt.

Wanneer er geen termijn aan het oorspronkelijke exploot is verbonden (het is geen appèldagvaarding of cassatiedagvaarding, of het exploot hangt niet samen met een conservatoir beslag waaraan een termijn is verbonden voor het starten van de hoofdzaak, of het eerste exploot is niet essentieel in verband met verjaring- of vervaltermijnen), dan kan er ook een geheel nieuw exploot worden uitgebracht, zonder aanbrengen van het exploot met de fout.

Het is niet toegestaan exploten te “repareren” voor andere fouten dan welke met nietigheid bedreigd zijn: het wijzigen van de eis of andere aanpassingen die niet te maken hebben met het herstel van een fout leiden tot niet-ontvankelijkheid van het herstelexploot.

Verzuim aan te brengen

Het is ook mogelijk het verzuim om aan te brengen te herstellen. Binnen veertien dagen na de dienende dag dient met een herstelexploot tegen een latere datum alsnog te worden opgeroepen. Daarbij mag de inhoud van het eerste exploit niet gewijzigd worden.

Intrekken dagvaarding

De eiser kan ook besluiten de dagvaarding niet aan te brengen. In dat geval kan de gedaagde partij er toch belang bij hebben dat deze wel wordt aangebracht. De Hoge Raad heeft in het arrest d.d. 16 december 2005 (Scientology/Dataweb cs.) ten aanzien van de intrekking (gedurende de procedure) van het cassatieberoep overwogen:

“Indien het geding in cassatie tijdig en door een aan de wettelijke vereisten beantwoordende dagvaarding aanhangig is gemaakt, moet bij het vaststellen van de rechtsgevolgen van intrekken van het cassatieberoep mede rekening worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de verweerder, waaronder begrepen diens belang bij het kunnen instellen, ook na berusting of na het verstrijken van de cassatietermijn, van incidenteel beroep in cassatie. De verweerder zal erop mogen vertrouwen dat hij gelegenheid zal hebben incidenteel beroep in te stellen (vgl. HR 18 februari 1994, nr. 15378, NJ 1994, 606).”

Dit geldt dus ook voor bvb. het niet aanbrengen of zelfs expliciet (met een exploot) intrekken van een dagvaarding in eerste instantie. De gedaagde zou er immers belang bij kunnen hebben om van de dagvaarding gebruik te maken door een reconventionele vordering in te stellen. Bij het intrekken van een dagvaarding waarmee een rechtsmiddel (verzet, hoger beroep, cassatie) wordt ingesteld heeft de gedaagde partij te meer belang omdat er termijnen in het spel kunnen zijn. Bvb. als de appellant na het verstrijken van de termijn voor hoger beroep de appèldagvaarding intrekt, zou daarmee anders de mogelijkheid om zelf ook te appelleren bij incidenteel beroep aan de geïntimeerde komen te ontvallen. Dat kan niet de bedoeling zijn, aldus de Hoge Raad.

Zie ook de pagina Verloop van de procedure, waar ook het aanbrengen van de procedure door de gedaagde (op de voet van art. 127 lid 1 Rv.) aan de orde komt. Een ingetrokken vordering verliest haar stuitende werking ten aanzien van de verjaring ( art. 3:316 lid 2, laatste volzin B.W.). Zie ook de pagina Verjaring en stuiting.

Rechtspraak

Verzuim aan te brengen en (niet) ontvankelijkheid

HR 26 februari 2010, NJ 2010, 129 – Procesrecht. Zaak niet ter rolle ingeschreven. Art. 120 lid 2 Rv. Tijdig uitgebracht exploot niet ingeschreven, wel ingeschreven exploot niet tijdig uitgebracht. Niet-ontvankelijkheid (vgl. HR 25 januari 2008, NJ 2008, 67).

HR 25 januari 2008, NJ 2008, 67 – niet (tijdig) inschrijven ter rolle, aanhangigheid; herstelexploot, gebrek als bedoeld in art. 120 lid 2 Rv., geldig herstelexploot ex art. 125 lid 4 Rv.

HR 16 december 2005, NJ 2006, 8 – cassatie, rechtsgeldigheid van de intrekking en inhoudelijke wijziging van middelen bij wege van een eiswijziging bij “akte aanpassing cassatiedagvaarding”.

HR 4 maart 2003, NJ 2003, 418 (eiser/Paperclip) – Nu het exploit van 8 oktober 2000 waarbij Paperclip in hoger beroep is gedagvaard tegen 18 oktober 2000, niet ter rolle van die datum is ingeschreven, is van doorslaggevende betekenis, of het herstelexploot met bekwame spoed is uitgebracht (r.o. 2.4). Een geldig herstelexploot dient binnen veertien dagen na de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag te worden uitgebracht. Dat is hier niet gebeurd, zodat er sprake is van niet-ontvankelijkheid van de herstelexploten. Het oordeel van de Rechtbank, dat eiser niet binnen de appeltermijn opnieuw een appèldagvaarding heeft kunnen uitbrengen, geeft echter blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Intrekking dagvaarding

HR 16 december 2005 (Scientology/Dataweb cs.) – bij het vaststellen van de rechtsgevolgen van intrekken van het cassatieberoep moet mede rekening worden gehouden met de gerechtvaardigde belangen van de verweerder (zie ook HR 18 februari 1994, NJ 1994, 606).

Andere relevante pagina’s

Dagvaardingsprocedures (Titel 2, Boek 1 Rv.)

Algemene bepalingen dagvaardingsprocedure (Afd. 1, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Kantonzaken (Afd. 2, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Relatieve bevoegdheid (Afd. 3, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Verloop van de procedure (Afd. 5, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Reconventie (Afd. 6, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Verstek (Afd. 7, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Verzet (Afd. 8, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Bewijs (Afd. 9, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Incidentele vorderingen (Afd. 10, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Schorsing en hervatting (Afd. 11, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Vonnis (Afd. 12, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Afbreking van instantie (Afd. 13, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Kort geding (Afd. 14, Titel 2, Boek 1 Rv.)

[MdV 2-11-2016]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.