Exploten (Afd. 6, Titel 1, Boek 1 Rv.)

Inleiding exploten

Voor niet-digitale procedures geldt nog steeds, dat een procedure wordt ingeleid met een dagvaardingsexploot, dat aan de gedaagde moet worden uitgereikt. Daarmee wordt de gedaagde voor de rechtbank (of Hof enz.) opgeroepen om daar op een bepaalde datum (en tijd) te verschijnen in de procedure.

Uitzondering geldt voor procedures die worden ingeleid met een verzoekschrift (die zijn geregeld in Titel 3 van Boek 1 Rv.).

De wettelijke bepalingen over exploten zijn opgenomen in Afd. 6, Titel 1, Boek 1 Rv.. De afdeling omvat 22 bepalingen (art. 45 t/m 66 Rv.). De wet geeft een aantal regels voor de betekening van exploten. Kerngedachte is, dat de deurwaarder zich ervan moet vergewissen, dat het exploot de geadresseerde ook daadwerkelijk zal bereiken.

Voor de bij het uitbrengen van dagvaardingen te hanteren termijnenzie de pagina Dagvaarding en termijnen.

Domicilie, woonplaats, verblijfplaats en filiaal

Voor de bepaling van het begrip “woonplaats” (domicilie) zijn ook de bepalingen van Titel 3, Boek 1 B.W., en met name art. 1:10 B.W. en art. 1:14 B.W. van belang.

Art. 1:10 B.W. bepaalt:

“De woonplaats van een natuurlijk persoon bevindt zich te zijner woonstede, en bij gebreke van woonstede ter plaatse van zijn werkelijk verblijf”.

Oftewel zijn officieel adres volgens het bevolkingsregister, of als dat niet bekend is, zijn werkelijke verblijfplaats.

“Een rechtspersoon heeft zijn woonplaats ter plaatse waar hij volgens wettelijk voorschrift of volgens zijn statuten of reglementen zijn zetel heeft”.

Art. 1:14 B.W. bepaalt voor bedrijven voorts:

“Een persoon die een kantoor of een filiaal houdt, heeft ten aanzien van aangelegenheden die dit kantoor of dit filiaal betreffen mede aldaar woonplaats”.

Zie ook de speciale bepaling voor domiciliekeuze ten behoeve van de zgn. “kantoorbetekening” hierna.

De inhoud van exploten; de deurwaarder

Art. 45 lid 1 Rv. bepaalt, dat exploten worden uitgereikt door een daartoe bevoegde deurwaarder.

Gerechtsdeurwaarder is een openbaar ambtenaar, die zijn bevoegdheid ontleent aan de Gerechtsdeurwaarderswet.

Art. 2 Gerechtsdeurwaarderswet formuleert dit aldus:

“De gerechtsdeurwaarder is een openbaar ambtenaar, belast met de taken die bij of krachtens de wet, al dan niet bij uitsluiting van ieder ander, aan deurwaarders onderscheidenlijk gerechtsdeurwaarders zijn opgedragen of voorbehouden”.

Art. 45 lid 3 bepaalt, dat exploten tenminste moeten bevatten:

a. de datum van de betekening;

b. de naam, en in het geval van een natuurlijke persoon tevens de voornamen, en de woonplaats van degene op wiens verzoek de betekening geschiedt;

c. de voornamen, de naam en het kantooradres van de deurwaarder;

d. de naam en de woonplaats van degene voor wie het exploot is bestemd;

e. degene aan wie afschrift van het exploot is gelaten, onder vermelding van diens hoedanigheid of, indien het exploot elektronisch is gedaan als bedoeld in het tweede lid, het elektronisch adres waaraan afschrift van het exploot is gelaten.

De deurwaarder moet het exploot ondertekenen (lid 4). Het kan ook digitaal worden betekend (lid 2). Exploten worden uitgebracht tussen 7 uur ‘s ochtends en 8 uur ‘s avonds (art. 64 Rv.). En niet op zondagen of erkende feestdagen.

Wijze van betekenen

Betekening in persoon

De deurwaarder geeft een exemplaar van het exploot aan de geadresseerde of diens huisgenoot. Bij afgifte aan de geadresseerde geldt dit als betekening in persoon. Als deze weigert dit in ontvangst te nemen, dan tekent hij dit aan op het exploot (art. 46 Rv.).

Betekening in gesloten envelop

Als er niemand wordt aangetroffen aan wie het exploot kan worden gelaten, dan wordt het in een gesloten envelop achtergelaten (art. 47 Rv.). Als er kennelijk niemand op het adres woont, zal de deurwaarder kunnen weigeren te betekenen. De bedoeling van de wet is immers dat men er redelijkerwijs van uit kan gaan dat het exploot de geadresseerde zal bereiken.

Betekening aan anderen dan natuurlijk personen

Betekening aan de Koning of aan de Staat

Deze vindt plaats aan het Parket van de P-G bij de Hoge Raad (art. 48 Rv.).

Ontvanger Belastingdienst als procespartij

De Ontvanger van Belastingen kan voor wat betreft de uitoefening van de hem opgedragen taak zelfstandig in rechte optreden en ook in rechte worden betrokken.

Art. 3 lid 1 Invorderingswet 1990 bepaalt dat de Ontvanger is belast met de invordering van de rijksbelastingen. Lid 2 bepaalt:

“in alle rechtsgedingen voortvloeiende uit de uitoefening van zijn taak treedt de Ontvanger als zodanig in rechte op.”

Deze opdracht is exclusief: alleen de Ontvanger kan worden gedagvaard in kwesties betreffende die taak, en de Staat niet.  Wanneer je dus te maken hebt met een vordering tegen de Belastingdienst moet je goed opletten of je te maken hebt met de Ontvanger in diens hoedanigheid. Aldus ook HR 31 januari 2003 (Staat/verweerder), waarbij de Hoge Raad overwoog:

“3.3 Het middel klaagt dat de Rechtbank met deze overweging miskent dat vorderingen als de onderhavige die voortvloeien uit, althans betrekking hebben op de uitoefening door de ontvanger van zijn taak, uitsluitend tegen de ontvanger kunnen worden ingesteld.”

Artikel 3 lid 3 IW 1990 is als volgt toegelicht:

“Het derde lid geeft een algemene voorziening en is bedoeld om ondubbelzinnig te laten uitkomen dat de ontvanger in de uitoefening van zijn taak in rechte kan optreden en kan worden gedagvaard. In geschillen waarbij de ontvanger is betrokken zouden, bij gebreke aan zulk een bepaling, problemen kunnen rijzen omtrent de vraag wie moet worden gedagvaard: de Staat of de ontvanger.” (Kamerstukken II 1987/88, 20 588, nr. 3, blz. 31).

Gelet op de tekst van en de toelichting bij art. 3 lid 3 IW 1990 moet worden aangenomen dat in alle rechtsgedingen voortvloeiende uit de uitoefening door de ontvanger van zijn taak, uitsluitend de ontvanger kan worden gedagvaard. De klacht slaagt derhalve.”

Wanneer de Belastingdienst een onrechtmatige daad pleegt doordat deze handelt in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, dan moet echter niet de Ontvanger gedagvaard worden, maar de Staat. Het is dus opletten geblazen met de Belastingdienst wie je moet dagvaarden.

De Ontvanger kan anderzijds op basis van het open systeem van invordering ook civielrechtelijke invorderingsmaatregelen treffen, mits in het verlengde van zijn invorderingstaak (en met aanslagen als – bij een vordering uit onrechtmatige daad evt. slechts feitelijke – grondslag) HR 21 februari 2014 (fraudeur/Ontvanger Den Haag en Ontvanger Amsterdam).

Betekening aan de Ontvanger

Art. 2 lid 1 sub i IW 1990 bepaalt, dat onder “Ontvanger” wordt verstaan: de functionaris die als zodanig bij ministeriële regeling is aangewezen. De Ontvanger is dus een zelfstandig bestuursorgaan dat, ook als is hij geen rechtspersoon, toch zowel eisend als verwerend zelfstandig in rechte kan optreden waar het gaat om geschillen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak.

Wie als Ontvanger zijn aangewezen is vastgelegd in een ministeriële regeling (zie art. 5 lid 1 Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003).

De Ontvanger moet dus worden onderscheiden van de Staat. De Ontvanger is ook geen (andere) publiekrechtelijke rechtspersoon in de zin van art. 2:1 BW. De Ontvanger is ook geen (andere) rechtspersoon als bedoeld in art. 50 Rv. De artikelen 48, 49 en 50 Rv zijn op de Ontvanger dan ook niet van toepassing.

Zoals de Hoge Raad het omschrijft is de Ontvanger een “in functionele hoedanigheid aangewezen natuurlijke persoon”. Betekening aan de Ontvanger “in persoon” op de wijze van art. 49 Rv. is dus niet mogelijk. Ook het laten van een afschrift aan “een ten parkette <mutatis mutandis te lezen als: op het Belastingkantoor> aanwezig persoon” zoals in art. 48 Rv. mogelijk is voor betekening aan de Staat is niet mogelijk.

In zijn arrest HR 12 augustus 2016 (Continental Automaten B.V./Ontvanger) (zie ook de aangrenzende ECLI nrs. 2016:1927 en 2016:1929) heeft de Hoge Raad over “betekening in persoon” (in casu van een exploit inzake een verzetdagvaarding) aan de Ontvanger overwogen:

“Ten aanzien van de ontvanger kan slechts sprake zijn van betekening ‘in persoon’, als bedoeld in art. 143 lid 2 Rv, indien de deurwaarder afschrift van zijn exploot laat aan de daartoe aangewezen functionaris persoonlijk (of, in voorkomend geval, aan de waarnemend ontvanger persoonlijk). De strekking van art. 143 lid 2 Rv (zie hiervoor in 3.4.2) verzet zich ertegen om aan te nemen dat sprake is van betekening van het exploot aan de ontvanger ‘in persoon’ indien de deurwaarder ermee heeft volstaan afschrift van het stuk te laten aan een medewerker als een receptionist, ook indien de ontvanger de desbetreffende persoon heeft gemachtigd om stukken in ontvangst te nemen.”

Betekening aan publieke rechtspersonen

Aan de publieke rechtspersonen (m.u.v. de Staat dus, zie hierboven) bedoeld in art. 2:1 B.W. wordt betekend “ter plaatse waar het bestuur zitting heeft” (art. 49 Rv.).

Betekening aan private rechtspersonen

Betekening aan niet-publieke rechtspersonen vindt plaats aan hun vestigingsadres, dan wel aan de persoon of de woonplaats van een bestuurder. Na ontbinding aan (de woonplaats van) de vereffenaar. (art. 50 Rv.).

Betekening aan vennootschappen onder firma en maatschappen

Betekening aan een VOF of C.V. vindt eveneens plaats aan hun kantoor of aan een (beherend) vennoot of diens woonplaats (art. 51 Rv.). Bij maatschappen alleen, als deze openbaar zijn (aan het rechtsverkeer deelnemen onder een gemeenschappelijke naam) (lid 2).

Betekening aan curatoren en aan erfgenamen

De art. 52 en 53 Rv. geven een regeling voor betekening in geval van insolventieprocedures of aan erfgenamen.

Betekening aan huisgenoten: in persoon

Betekening namens iemand aan diens huisgenoot moet in persoon worden gedaan (art. 57 Rv.).

Betekening in enkele andere bijzondere gevallen

Voor de eigenaar of rederij van een schip, of de opvarenden daarvan, voor de eigenaar van een vliegtuig en geven art. 59 Rv. en 60 Rv. bijzondere regels.

Betekening t.b.v. ontruiming aan (onbekende) krakers

Art. 61 Rv. geeft een speciale regeling voor een ontruimingsexploot aan krakers.

Openbare betekening

Art. 54 Rv. geeft een regeling voor de situatie, dat de geadresseerde van het exploot geen bekende woonplaats heeft.

In dat geval wordt eerst gekeken of er een werkelijk verblijf is (lid 1). Ontbreekt ook dat, dan wordt volgens lid 2 betekend aan het Parket van het Openbaar Ministerie bij het gerecht, waar de procedure gevoerd zal worden. Tegelijkertijd wordt de oproep in de Staatscourant geplaatst. Hetzelfde gebeurt, wanneer het aandeelhouders betreft van aandelen niet op naam.

Bij ontbonden rechtspersonen zonder bekende bestuurders of vereffenaars (of wanneer hun adres onbekend is) wordt eveneens openbaar betekend (lid 3).

Gaat het niet om een procedure, dan wordt er openbaar betekend aan het parket van het OM van het gerecht waar de rekwirant woont (lid 4).

Betekening aan iemand die in het buitenland woont

Een andere situatie treedt op, wanneer de gedaagde niet in Nederland woont. Daarvoor geven art. 55 Rv. en art. 56 Rv. een regeling.

Voor deze bepalingen is een aantal internationale verdragen van belang. Welk verdrag hangt af van het land waar de geadresseerde woont.

Kantoorbetekening

Art. 63 Rv. geeft nog een extra mogelijkheid voor betekening van exploten inzake een rechtsmiddel in een procedure, wanneer de geadresseerde reeds eerder in die kwestie in een procedure betrokken was. In dat geval kan ook aan de deurwaarder of advocaat, die deze partij in de procedure vertegenwoordigde, worden betekend.

De wet formuleert dit aldus: “aan het kantoor van de advocaat of deurwaarder bij wie degene voor wie het exploot is bestemd, laatstelijk ter zake woonplaats heeft gekozen”.

Art. 79 lid 2, 2e volzin Rv. (i.g.v. verplichte procesvertegenwoordiging) en art. 80 lid 4 Rv. (voor Kantonzaken) bepalen, dat een partij tot aan het eindvonnis “geacht wordt” domicilie gekozen te hebben bij de advocaat of gemachtigde, die namens hem in een procedure optreedt (zich voor deze partij “gesteld” heeft). Tenzij deze expliciet een ander domicilie gekozen heeft.

Dat geldt dus niet alleen voor de eisende partij, die een domiciliekeuze bij diens advocaat (of gemachtigde) in de dagvaarding heeft laten vermelden, maar ook voor de gedaagde, hoewel in de conclusie van antwoord en verdere conclusies normaliter geen domiciliekeuze wordt opgenomen.

Lid 2 bepaalt verder met betrekking tot executiemaatregelen: “Aan een in verband met executie volgens wettelijk voorschrift gekozen woonplaats kunnen alle exploten worden gedaan, zelfs van verzet, hoger beroep en cassatie”.

Zie verder de onderstaande arresten inzake kantoorbetekening.

Nietigheid door een gebrek in het exploot

Art. 66 Rv. bepaalt, dat niet-naleving van de bepalingen in deze afd. slechts nietigheid meebrengt, als aannemelijk is dat degene voor wie het exploot is bestemd, door het gebrek onredelijk is benadeeld (lid 1).

Herstelexploot

Een gebrek in een exploot dat nietigheid meebrengt, kan, tenzij uit de wet anders voortvloeit, bij exploot worden hersteld (lid 2). Zie voor herstelexploten voor een gebrek in een dagvaarding ook de pagina dagvaarding.

Een voorbeeld waarin de Wet van Murphy flink had toegeslagen is het arrest in de zaak die leidde tot Hof Den Bosch 28 juni 2016. Hierbij speelde ook het verzuim om in het petitum tegen het eindvonnis op te komen. Zie ook de pagina hoger beroep.

Rechtspraak

betekening aan de Ontvanger van de Belastingdienst

HR 12 augustus 2016 (Continental Automaten B.V./Ontvanger) – de Ontvanger is een zelfstandig bevoegd in rechte op te treden; exploten aan de Ontvanger in persoon moeten daadwerkelijk aan hem in persoon worden betekend;

kantoorbetekening

HR d.d. 16 maart 2018 (NN te Curaçao/Carigna) betekening in Nederland aan wederpartij die in Curacao woont o.g.v. art. 63 Rv. aan kantooradres advocaat vorige instantie is rechtsgeldig (zie ook HR 7 juli 2017 hieronder);

HR 7 juli 2017 (HRC N.V./NN te België) art. 63 Rv. (kantoorbetekening) is eveneens van toepassing in KEI-zaken;

HR 13 februari 2015 (Oracle NL/Westinvest GmbH te Duitsland)  kantoorbetekening is ook geldig binnen BetVo II, nu de Verordening deze vorm van betekenen niet uitsluit;

HR 18 december 2009 (Demarara/NN te Duitsland) kantoorbetekening is ook mogelijk binnen de EU, omdat BetVo II dit niet uitsluit;

Herstelexploot

Hof Den Bosch 28 juni 2016 – herstelexploot verkeerde roldatum, verkeerd Hof, verkeerde wijze van betekenen aan Duitse gedaagde en verzuim deel van het petitum (namelijk vernietiging van het eindvonnis) in appèldagvaarding op te nemen.

Auteur & Last edit

[MdV, 17-03-2018; bijgewerkt 7-01-2019]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.