LawyrupBurgerlijk wetboekBijzondere overeenkomsten (Boek 7 B.W.)Koop en ruil (Titel 1, Boek 7 B.W.)Algemene bepalingen koop (Afd. 1, Titel 1, Boek 7 B.W.)

Definitie koopovereenkomst

Art. 7:1 B.W. bepaalt, dat koop de overeenkomst is waarmee de verkoper zich verbindt een zaak te leveren en de koper om daarvoor een prijs in geld (koopsom) te betalen. De term “zaak” impliceert dat de koopovereenkomst alleen van toepassing is op stoffelijke objecten (roerend en onroerend). Wanneer er diensten geleverd worden, dan geldt de regeling van opdracht, of aanneming dan wel kan er sprake zijn van een arbeidsovereenkomst.

In art. 7:47 B.W. wordt echter bepaald, dat een koopovereenkomst ook vermogensrechten tot object kan hebben. In sommige gevallen kan er onduidelijkheid bestaan, of er sprake is van een koopovereenkomst of dat er sprake is van dienstverlening. Zie verder bvb. art. 7:5 lid 5 B.W., waarbij ook immateriële dingen als electra en digitale content als “zaak” worden beschouwd.

De prijs hoeft niet expliciet afgesproken te worden. Wel moet men het er over eens zijn, dat er betaald moet worden (anders is het een schenking). Art. 7:4 B.W. geeft een regeling voor de situatie dat de prijs niet specifiek is afgesproken: er moet dan een redelijke, marktconforme prijs worden betaald.

Op de totstandkoming van de koopovereenkomst zijn de algemene regels van aanbod en aanvaarding van toepassing (zie art. 6:217 B.W.).

Koop van onroerende zaken

Art. 7:2 B.W. bevat (sinds 2003) een speciale regeling voor de koopovereenkomst met betrekking tot onroerende zaken, die zijn bedoeld voor bewoning en waarbij de koper een natuurlijk persoon is (niet zijnde een handelaar). Deze moet op straffe van nietigheid schriftelijk worden aangegaan en de koper heeft een wettelijke bedenktijd van 3 dagen (lid 2). Deze bepaling is van dwingend recht.

De eis van een schriftelijke overeenkomst kan ook in het nadeel van de koper uitpakken. Als er immers een mondelinge overeenkomst is, maar de verkoper weigert (bvb. omdat hij alsnog een hoger bod heeft gekregen) een koopakte te verstrekken, dan is de koop niet tot stand gekomen. De vraag rijst dan, of er sprake is van een bindende voorovereenkomst, of de verkoper wellicht aansprakelijk is uit onrechtmatige daad. De omstandigheden van het geval zullen bepalend zijn. Zie ook het e-Book precontractuele goede trouw.

Op de bedenktijd is de Algemene Termijnenwet van toepassing. Zaterdagen, zondagen en feestdagen tellen dus niet mee.

De regeling geldt niet voor huurkoop, veilingkoop en de koopovereenkomst van Afd. 1A.

Art. 7:3 B.W. regelt de zgn. Vormerkung. De koper van een onroerende zaak kan de koopovereenkomst laten inschrijven in het Kadaster. Daarmee verkrijgt de koper een versterkte positie om de koop af te dwingen, zelfs bij faillissement van de verkoper.

Art. 7:8 B.W. verklaart op de verkoop van een nieuwbouw woning de art. 7:767 en 768 B.W. dwingendrechtelijk van toepassing. De koper hoeft niet meer te betalen dan naarmate de bouw is gevorderd en mag 5% van de koopsom met het oog op deugdelijke oplevering inhouden.

Consumentenkoop

Art. 7:5 B.W. geeft een definitie van de term “consumentenkoop” (lid 1): de koopovereenkomst met betrekking tot een roerende zaak tussen een bedrijfsmatig handelende verkoper en een niet-bedrijfsmatig handelende natuurlijk persoon als koper.

Samenloop van consumentenkoop en aanneming van werk

Als de zaak nog gemaakt moet worden en de overeenkomst voldoet aan de omschrijving van een aannemingsovereenkomst als opgenomen in art. 7:750 B.W., dan zijn de bepalingen van de overeenkomst van aanneming mede van toepassing (lid 4). Bij strijdigheid prevaleren de bepalingen inzake de consumentenkoop. Zie ook de pagina Aanneming van werk in het algemeen.

In het arrest Hof Leeuwarden 2 december 2012 (consument/Apart Bouw) deed zich bij de inning van een openstaande factuur de vraag voor, of de aannemingsovereenkomst prevaleerde, of de regels van de consumentenkoop. Uitkomst was, dat deze laatste prevaleerden, waardoor de vordering was verjaard op grond van de dwingendrechtelijke verkorte verjaringstermijn van twee jaar die geldt voor consumentenkoop (art. 7:28 B.W.).

Het Hof wijst er op, dat art. 7:5 lid 4 BW bij wet van 6 maart 2003, Stb 2003, 110 is ingevoerd als aanvulling op de reeds bestaande tekst van art. 7:5 BW. Zij vormt de neerslag van art. 1 lid 4 van de Richtlijn betreffende bepaalde aspecten van de verkoop en de garanties voor consumptiegoederen (Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999, PbEG L 171) welke bepaling luidt: ‘Overeenkomsten tot levering van te vervaardigen of voort te brengen consumptiegoederen vallen eveneens onder deze richtlijn.’ Het Hof gaat hierbij ook in op de MvT bij deze implementatiewet.

Lees de geciteerde passages uit de MvT bij de Wet van 6 maart 2003 (Stb. 2003, 110)

Het Hof overweegt in (r.o. 4.3 en 4.4):

“4.3 In de memorie van toelichting op art. 7:5 lid 4 BW is onder meer overwogen:

‘Indien evenwel de materialen geheel of ten dele afkomstig zijn van degene die het werk moet opleveren en het bij het vervaardigen van de zaak van belang is dat deze op een bepaalde wijze tot stand wordt gebracht, kan dit afhankelijk van de omstandigheden als een koopovereenkomst, als aanneming van werk, danwel als een gemengde overeenkomst worden beschouwd. Men denke bijvoorbeeld aan de vervaardiging en levering van een kunstgebit of maatpak. Het zal dan van de omstandigheden afhangen hoe de overeenkomst moet worden getypeerd.’ (TK, 2000 – 2001, 27809, nr. 3, p. 13).

4.4 De wetgever heeft hier kennelijk het oog gehad op afgrenzingsproblemen waarin de overeenkomst zowel eigenschappen van koop als van aanneming van werk vertoont. Die situatie doet zich hier voor. Hoewel partijen nadrukkelijk hebben gesteld dat sprake is van aanneming van werk bevat de onderhavige overeenkomst ook eigenschappen van koop. Als sprake is van aanneming van werk, waarbij sprake is van de levering van een consumptiegoed is in de memorie van toelichting (TK, 2000 – 2001, 27809, nr. 3, p. 13) overwogen:

‘De richtlijn vereist in ieder geval dat indien het een consumptiegoed betreft de regels van koop van toepassing zijn. Dit betekent dat indien sprake zou zijn van aanneming van werk, toch ook de regels van consumentenkoop van toepassing zijn, en deze zo nodig de regels van aanneming van werk moeten verdringen. Dit is in het nieuw voorgestelde artikel 5 lid 4 tot uitdrukking gebracht. Zou evenwel sprake zijn van een gemengde overeenkomst, dan zijn ingevolge artikel 215 van Boek 6 BW de bepalingen van beide soorten overeenkomsten naast elkaar van toepassing. Indien evenwel deze bepalingen voor een specifieke rechtsvraag niet verenigbaar zijn, moet gekozen worden tussen de regels van koop of van aanneming van werk. De richtlijn vereist echter ook voor dat geval dat de regels van consumentenkoop prevaleren, zodat voor deze situatie een van artikel 215 van Boek 6 BW afwijkende regel moet worden gecreëerd. Ook dit is in het nieuw voorgestelde artikel 5 lid 4 tot uitdrukking gebracht’.”

Art. 7:2 B.W. niet van toepassing op consumentenkoop roerende zaak in combinatie met aanneming

In het arrest Hof Arnhem 8 december 2008 (Keukenconcurrent) wijst het de stelling van de consument van de hand, dat art. 7:2 B.W. op de overeenkomst met betrekking tot de levering van een keuken van toepassing is. Het schriftelijkheidsvereiste en de bedenktijd die in dat artikel zijn opgenomen, gelden in die situatie dus niet.

Het Hof overwoog (r.o. 4.6):

“Keukenonderdelen, ook als zij samen gedacht zouden kunnen worden als één keukenuitrusting, zijn geen bestanddeel van de onroerende zaak waarvan de keukenruimte uitmaakt, als zij nog niet in die ruimte geplaatst zijn. Reeds hierom mist artikel 7:2 BW toepassing op de onderhavige koopovereenkomst. Daarnaast dwingt ook de strekking van artikel 7:2 BW – te weten het bieden van bijzondere bescherming aan consument-kopers van woningen – niet tot een extensieve interpretatie als door [appellant] voorgestaan. In dat licht bezien moet worden aangenomen dat de tekst van artikel 7:2 BW (en ook van artikel 7:765 BW, op welke bepaling de tekst van artikel 7:2 bij genoemde nota van wijziging werd afgestemd) met “bestanddeel” iets anders voor ogen heeft (te weten een als afzonderlijke woning te kwalificeren deel van een onroerende zaak) dan wat [appellant] hier voorstaat (te weten een bestanddeel als bedoeld in artikel 3:4 BW).” 

Ook volgens Hof Den Haag 18 december 2018 (Mandemakers/consument) is art. 7:2 B.W. – waaronder het schriftelijkheidsvereiste en de ontbindingstermijn van drie dagen – niet van toepassing op een consumentenkoop voor een keuken. Het Hof overwoog (r.o. 4.17):

“De consumenten hebben aangevoerd dat de koper van een keuken op grond van artikel 7:2 BW het recht heeft de koopovereenkomst te ontbinden binnen drie dagen na het sluiten van het schriftelijke koopcontract. De stelling dat artikel 7:2 BW ook ziet op een zaak die bestanddeel wordt van een tot bewoning bestemde onroerende zaak, berust op een onjuiste lezing van deze wetsbepaling.”

Algemene bepalingen overeenkomst tussen handelaar en consument

Het is echter de vraag, of hiermee niet wordt voorbijgezien aan de bepalingen inzake de overeenkomst tussen handelaren en consumenten, die in 2014 zijn ingevoerd (zie de pagina Overeenkomsten tussen handelaren en consumenten). Onder omstandigheden kan de consument de overeenkomst nog gedurende 14 dagen ontbinden, bij voorbeeld wanneer deze buiten de verkoopruimte van de keukenleverancier tot stand is gekomen (bij de consument thuis bvb.). Dit ontbindingsrecht bestaat echter niet, wanneer het op maat gemaakte zaken betreft (art. 6:230p lid 1 aanhef en sub f, 1e B.W.) Omdat de aankoop van roerende zaken die geïnstalleerd moeten worden, onder de consumentenkoop valt, is het altijd zaak die bepalingen in de gaten te houden.

Nutsgoederen

De regeling geldt niet voor leidingwater (lid 3). Wel voor gas en electra en digitale content die niet op een drager staat (lid 5).

Wanneer er sprake is van een combinatie van levering van roerende zaak en bijkomende diensten zijn art. 7:9, 7:11 en 7:19a B.W. inzake de consumentenkoop van toepassing (lid 6).

Behouden zaken die zijn toegezonden om tot aankoop te verleiden

Wanneer zaken ongevraagd worden toegezonden, dan mag de ontvanger deze gratis behouden. Retourzending komt voor rekening van de verzender die trachtte de ontvanger door ongevraagde toezending te bewegen om de zaak te kopen (art. 7:7 B.W.). Art. 7:8 B.W. beschermt zoals hiervoor vermeld de consument die een nieuwbouw woning koopt.

Regeling consumentenkoop dwingend recht

Art. 7:6 B.W. verklaart in lid 1 de bepalingen inzake de consumentenkoop van dwingend recht. Uitgezonderd zijn in lid 2 echter art. 7:12, en 7:13 lid 1 en 2, en art. 7:26 en 7:35 B.W.. Maar wanneer deze bepalingen in algemene voorwaarden worden uitgesloten wordt dat beding geacht onredelijk bezwarend te zijn.

Art. 7:6 lid 3 B.W. beschermt de koper tegen verlies van consumentenbescherming die Richtlijn 99/44/EG biedt. De wetgever is verplicht deze bescherming op te nemen. Daarmee wordt toepasselijkheid (bvb. door rechtskeuze) van ander recht met minder bescherming doorbroken. Art. 7:6a B.W. regelt de garantie en het garantiebewijs bij consumentenkoop.

Auteur & Last edit

[MdV, 3-09-2018; laatste bewerking 7-09-2020]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.