Voorlopige voorzieningen scheidingszaken (Par. 2, Afd. 2, Titel 6, Boek 3 Rv.)

Inleiding voorlopige voorzieningen scheidingszaken

Tijdens de echtscheidingsprocedure moeten dikwijls voorlopige voorzieningen worden getroffen. Wie blijft er in de echtelijke woning wonen, wie zorgt voor de kinderen enz.. Deze voorzieningen zijn geregeld in Par. 2, Afd. 2, Titel 6, Boek 3 Rv.. Deze Par. omvat 15 artikelen (art. 821 Rv. tot en met art. 826 Rv.).

NB de links naar de online wettekst verwijzen naar de niet-digitale versie van Rv., maar het kan zijn dat er nog links voorkomen naar digitaal. Let dus op naar welke je wordt verwezen.

Iedere echtgenoot kan voorlopige voorzieningen vragen

De echtscheidingsprocedure kent een eigen regeling voor voorlopige voorzieningen, naast de algemene regeling van  art. 223 Rv. voor andere procedures (zie de pagina Voorlopige voorzieningen). Ieder van de echtgenoten kan voorlopige voorzieningen vragen (art. 821 lid 1 Rv.). Deze gelden voor de duur van de echtscheidingsprocedure. Het verzoek kan worden gedaan zo lang de procedure loopt (art. 821 lid 1 Rv.).

Bij voorlopige voorzieningen is het belangrijk niet te vergeten die voorzieningen niet alleen te vragen als voorlopige voorziening, maar ook in het petitum van de hoofdzaak. Want na de eindbeschikking eindigen de voorlopige voorzieningen. Dan moet er dus een regeling in de eindbeschikking worden gevraagd waarmee de met de voorlopige voorziening gevraagde maatregel definitief geregeld wordt.

Behandeling voorlopige voorziening echtscheiding binnen 3 weken

Het verzoek voor het treffen van een voorlopige voorziening moet niet later dan 3 weken na het verzoek ter zitting worden behandeld (art. 821 lid 2 Rv.). De rechter beslist zo spoedig mogelijk na de behandeling ter zitting (art. 821 lid 3 Rv.).

Verzoek voorlopige voorzieningen echtscheiding voor begin van de echtscheidingsprocedure

Het verzoek om voorlopige voorzieningen kan ook al gedaan worden gedaan voordat de procedure tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is aangevangen. De daarop gegeven beschikking verliest haar kracht als er niet binnen 4 weken een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is ingediend (art. 821 lid 4 Rv.). Art. 810 Rv. (advies Raad voor de Kinderbescherming) en art. 812 Rv. (‘afgifte’ van de minderjarige aan de ouder aan wie het gezag is toegewezen) gelden ook hier. Zie ook de pagina Rechtspleging in andere dan scheidingszaken.

Voorzieningen kinderen, alimentatie en echtelijke woning tijdens echtscheidingsprocedure

De rechter kan voor de duur van de procedure voorlopige voorzieningen geven over (art. 822 lid 1 Rv.)

a. toewijzing van het gebruik van de echtelijke woning aan één van de echtgenoten;

b. het overhandigen van de spullen voor dagelijks gebruik van de andere echtgenoot en van de kinderen;

c. bepalen wie de minderjarige kinderen (die van hen beiden zijn) wordt toegewezen, met een onderhoudsbijdrage. Daarbij kan ook ‘afgifte’ van het kind gelast worden (vgl. art. 812 lid 1 Rv.);

d. een omgangsregeling met betrekking tot de minderjarige kinderen;

e. het bedrag van de alimentatie voor de andere echtgenoot.

Deze voorzieningen vangen aan op de dag van betekening van de beschikking aan de andere echtgenoot, tenzij de rechter een latere dag bepaalt (art. 822 lid 2 Rv.).

Ondertoezichtstelling kind tijdens echtscheidingsprocedure

De rechter kan ook beslissen een kind onder toezicht te stellen (‘OTS’) (art. 823 lid 1 Rv.).

Wijziging of intrekking voorlopige voorzieningen echtscheidingsprocedure

Tegen de beschikking tot het treffen van voorlopige voorzieningen in de echtscheidingsprocedure staat geen hoger beroep open (art. 824 lid 1 Rv.). Dit behoudens cassatie in het belang der wet, maar daarvoor ligt het initiatief niet bij partijen (zie de pagina Cassabiliteit). De wetgever acht het niet in het belang van de minderjarigen en/of de proceseconomie als hierover onderzekerheid over blijft bestaan tijdens de procedure.

Wel kan de rechter – op verzoek van één of beide echtgenoten – getroffen voorlopige voorzieningen intrekken of wijzigen (art. 824 lid 2 Rv.). Art. 821 lid 2 t/m 5 Rv. (zie boven) geldt dan ook hier. Er moet wel sprake zijn van een situatie, dat de omstandigheden na de dagtekening der beschikking in zodanige mate zijn gewijzigd of indien bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven.

Inzagerecht partijen voorlopige voorzieningen echtscheidingsprocedure

De wet bepaalt dat als belanghebbenden bij het recht op inzage en afschrift (ex art. 290 Rv.) in stukken met betrekking tot het verzoek voorlopige voorzieningen in ieder geval worden aangemerkt de echtgenoten (art. 824 lid 1 Rv.). Zie voor at. 290 Rv. de pagina Verloop verzoekschriftprocedure. In zaken betreffende minderjarigen is art. 811 Rv. van overeenkomstige toepassing.

Auteur & Last edit

[MdV, 6-07-2018; laatste bewerking 17-09-2021]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.