LawyrupBurgerlijke rechtsvorderingWijze van procederen (Boek 1 Rv.)Cassatie (Titel 11, Boek 1 Rv.)Rechtspleging cassatie vorderingsprocedures (Afd. 3, Titel 11, Boek 1 Rv.)

Rechtspleging cassatie vorderingsprocedures (Afd. 3, Titel 11, Boek 1 Rv.)

Inleiding Rechtspleging in cassatie

Afd. 3, Titel 11, Boek I Rv. behandelt de procedurele regels van de cassatie in “vorderingsprocedures” (oftewel dagvaardingszaken). De afdeling omvat 14 artikelen (art. 407 Rv. tot en met art. 418a Rv.).

Zoals vermeld op de (hoofd)pagina Cassatie verloopt de procedure in cassatie – anders dan de meeste andere vorderingszaken (behalve bij de rechtbanken Midden Nederland en Gelderland) – sinds 1 maart 2017 wel langs digitale weg.

NB de links verwijzen naar de versie van de wet voor digitaal procederen.

Procesinleiding

Het beroep in cassatie wordt ingesteld door het indienen van een procesinleiding in dezelfde vorm en met dezelfde vereisten als in eerste aanleg, behoudens de volgende uitzonderingen (art. 407 lid 1 Rv.).

De procesinleiding behelst, in afwijking van art. 30a, derde lid, onder d Rv. (digitaal!), de omschrijving van de middelen, waarop het beroep in cassatie steunt. Art. 30a, derde lid, onder f en g Rv. (digitaal!) is niet van toepassing. De “middelen” van een beroep in cassatie zijn vergelijkbaar met de “grieven” bij hoger beroep.

De cassatie-advocaat zal in diens cassatiemiddelen alle relevante stellingen moeten opnemen. Verzuimt hij (of zij) dit, dan is dat een beroepsfout. Zie in dit verband ook het hieronder vermelde arrest van de Hoge Raad d.d. 10-03-2017 (zieke analiste NAK/advocaat) dat uitvoeriger wordt besproken op de pagina Algemene bepalingen dagvaardingsprocedure.

De eiser wordt geacht woonplaats te hebben gekozen bij die advocaat, tenzij de procesinleiding een andere gekozen woonplaats in Nederland uitdrukt.

Op het oproepingsbericht van de griffier is art. 111, tweede lid, onder d Rv. (digitaal!), niet van toepassing. Dat kan in de praktijk niet verkeerd gaan, omdat het digitale systeem de juiste oproep automatisch aanmaakt. In aanvulling op art. 111, tweede lid Rv. (digitaal!), vermeldt het oproepingsbericht wel de gevolgen van niet tijdige betaling van het griffierecht.

Enkelvoudige of meervoudige kamer

Alle zaken worden eerst door de enkelvoudige kamer in behandeling genomen (art. 408a Rv.). Deze verwijst in de volgende gevallen naar de meervoudige kamer:

– wanneer pleidooi wordt gevraagd, tenzij volstaan zal worden met het overleggen van schriftelijke toelichtingen,

– wanneer uitspraak zal worden gedaan,

– steeds wanneer zij verwijzing wenselijk acht.

Is volstaan met het overleggen van schriftelijke toelichtingen, dan vindt verwijzing plaats.

Verplichte procesvertegenwoordiging

De eiser is gehouden in de procesinleiding een advocaat bij de Hoge Raad aan te wijzen, die hem in het geding zal vertegenwoordigen, op straffe van nietigheid (art. 407 lid 3 Rv.). Sinds een aantal jaren is er een speciale balie van een beperkt aantal cassatie-advocaten.

De verweerder moet zich ook door een aan de Hoge Raad verbonden advocaat laten vertegenwoordigen (art. 409 Rv.). Ook de verweerder wordt geacht bij die advocaat woonplaats te hebben gekozen, tenzij expliciet een andere woonplaats wordt opgegeven.

Incidenteel beroep in cassatie

De verweerder kan ook zelf beroep in cassatie instellen. Deze moet dan een verweerschrift indienen met de incidentele middelen waarop dit beroep in cassatie berust (art. 410 Rv.).

Verdere procesgang en incidenten

De verdere procesgang wordt uiteengezet in de art. 411 Rv. (indienen verweerschrift) tot en met art. 417 Rv. (pleidooi). Er kunnen ook incidenten worden opgeworpen (art. 412 Rv.).

Conclusie van de procureur-generaal

De P-G bij de Hoge Raad neemt zijn conclusie na de pleidooien, of op een nader door de Raad te bepalen dag (art. 418 Rv.).

De Hoge Raad bepaalt de dag voor arrest, tenzij hij direct uitspraak doet.

Rechtspraak

HR 10 maart 2017 (zieke analiste NAK/advocaat) – een partij die zich op stukken beroept en deze als productie in het geding brengt moet in de stellingen (of grieven in hoger beroep) helder aangeven welk feit daaruit is af te leiden en uit welke passage dit blijkt, mede gelet op de eisen van hoor en wederhoor. De cassatie-advocaat handelt niet overeenkomstig de eisen die kunnen worden gesteld aan een redelijk handelend en redelijk bekwaam (cassatie)advocaat, wanneer in het cassatiemiddel niet wordt verwezen naar een relevante passage in de memorie van grieven in de eerste procedure, waardoor het middel niet voldeed aan de vereisten ingevolge art. 407 lid 2 Rv..

Auteur & Last edit

[MdV, 19-11-2018; bijgewerkt 08-04-2019]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.