LawyrupBurgerlijke rechtsvorderingOverige wetten burgerlijk procesrechtWet op de Rechterlijke organisatie

Wet op de Rechterlijke organisatie

Inleiding rechterlijke organisatie

De rechterlijke organisatie is geregeld in de gelijknamige Wet Rechterlijke Organisatie (afgekort als “Wet R.O.” of gewoon “R.O.”, niet te verwarren met de Wet op de Ruimtelijke Ordening). De regels over de wijze van het voeren van een procedure staan in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (afgekort als “Rv.”). Een paar procedureregels staan echter ook in de Wet R.O.. We kennen in Nederland een gelaagde opbouw van de rechterlijke macht, bestaande uit 3 lagen (zie art. 2 R.O.). Vroeger bestond die uit 4 lagen, met de Kantongerechten als onderste laag.

Er zijn thans 11 rechtbanken (voorheen waren dit er 18, en er waren 64 Kantongerechten). Sommige hebben nevenlocaties. Er zijn in Nederland 4 gerechtshoven. Daarnaast is er het Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor de Nederlandse Antillen. En er is natuurlijk maar één Hoge Raad.

Zie ook de website van de rechtspraak, pagina Organisatie.

Gerecht in eerste instantie: Kantonrechter en rechtbank

Bij de reorganisatie van de rechterlijke macht in 2013 zijn de Kantongerechten onderdeel geworden van de rechtbanken, wat wel logisch is want dit zijn beide de gerechten “in eerste instantie”. Binnen de rechtbanken is er nu dus een “Sector Kanton”, waarin nog min of meer als voorheen geprocedeerd wordt. Er zijn specifieke procesregels voor het Kantongerecht. Zie ook de pagina Kantonzaken.

De Kantonrechter is laagdrempeliger, en het is niet verplicht daar via een advocaat te procederen (geen “verplichte procesvertegenwoordiging”). Die geldt wel bij de andere sectoren van de rechtbank (in civiele zaken althans) en bij de gerechtshoven en de Hoge Raad.

In de Nederlandse Antillen kennen we vier gerechten in 1e aanleg: het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba, het Gerecht in Eerste Aanleg van Curaçao en het Gerecht in Eerste Aanleg van Sint Maarten en het Gerecht in Eerste Aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Hoger beroep

De tweede instantie zijn de Gerechtshoven. Bij de hoven kan hoger beroep ingesteld worden tegen de beslissingen van de gerechten in eerste instantie. In Nederland zijn er 4 gerechtshoven, en voor de Nederlandse Antillen is er één Gemeenschappelijk Hof van Justitie voor de Nederlandse Antillen. Zie ook de pagina Hoger beroep.

Openbaarheid

Belangrijk zijn ook art. 4 R.O., dat bepaalt dat zittingen (uitzonderingen daargelaten) openbaar zijn. En art. 5 R.O., dat bepaalt dat vonnissen openbaar zijn en van een deugdelijke onderbouwing moeten worden voorzien. Een bekende uitzondering hierop in cassatie is art. 80 R.O. door de Hoge Raad.

Twee feitelijke instanties

Een procedure (zowel dagvaardingszaken als verzoekschriftprocedures) begint dus altijd bij de rechtbank. Dat is de “eerste instantie”. Wanneer een partij het niet eens is met de beslissing van de rechtbank, dan kan die in hoger beroep gaan bij het gerechtshof (of kortweg “Hof”). Dat is de “tweede instantie”. Is men het ook met de beslissing van het Hof in hoger beroep niet eens, dan kan er nog cassatie ingesteld worden bij de Hoge Raad in Den Haag.

Belangrijk te weten is, dat de rechtbanken en de Hoven de zgn. “feitelijke instanties” zijn. Zij stellen in het geschil tussen de procespartijen vast, van welke feiten moet worden uitgegaan. Zo nodig na bewijslevering (zoals getuigenverhoor e.d.). Aan de hand van die feiten passen zij het recht toe op hetgeen partijen hebben gesteld en wat feitelijk is komen vast te staan.

Hoge Raad als bewaker van de eenheid van het recht

De Hoge Raad verdiept zich niet meer in de feiten, en gaat uit van de door rechtbank en Hof vastgestelde feiten. Cassatie over feiten is dus niet mogelijk en wordt meteen afgewezen. De Hoge Raad toetst alleen, of de feitelijke instanties (en dan met name het Hof uiteraard, die de laatste beslissing genomen heeft) het recht juist heeft toegepast. Daarbij wordt ook gekeken of de procedure correct is gevoerd en de beslissing deugdelijk gemotiveerd is op basis van de door de feitenrechter vastgestelde feiten. Zie ook de pagina Cassatie.

Cassatie in Antilliaanse procedures

Voor Antilliaanse procedures is cassatie bij de Hoge Raad niet geregeld in het Nederlandse wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, maar bij Rijkswet. Dit vloeit voor uit het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Deze wet is gewijzigd; per 1 maart 2017 geldt de “Rijkswet rechtsmacht Hoge Raad voor Aruba, Curaçao, Sint Maarten en voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba“. Deze wet bepaalt dat de Hoge Raad der Nederlanden kennisneemt van de burgerlijke zaken, strafzaken en belastingrecht waarin beroep in cassatie is ingesteld tegen uitspraken in hoger beroep van het Gemeenschappelijk Hof. Ofschoon Aruba, Curaçao en St. Maarten per 1-10-2010 zelfstandig geworden zijn, maken zij voor cassatierechtspraak nog gebruik van de rechterlijke organisatie van Nederland. De eilanden Saba, St. Eustatius en Bonaire nemen als Nederlands grondgebied ook deel aan deze rechterlijke organisatie volgens het Statuut.

Auteur & Last edit

[MdV, 29-12-2017; laatste bewerking 18-06-2020]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.