Verbintenissen tot betaling van een geldsom (Afd. 11, Titel 1, Boek 6 B.W.)

Inleiding verbintenissen tot betaling van een geldsom

In Afd. 11, Titel 1 Boek 6 B.W. heeft de wetgever regels opgenomen inzake de verplichting tot betaling van een geldsom. Dit is een nadere uitwerking van de algemene bepalingen inzake de verplichting tot nakoming van verbintenissen. Die algemene bepalingen spelen ook een rol voor de verplichting tot betaling van een geldsom, tenzij daarvan specifiek is afgeweken. Zie de pagina Algemene bepalingen nakoming (Afd. 6, Titel 1, Boek 6 B.W.).

De afdeling inzake betaling van geldsommen omvat 18 bepalingen, art. 6:111 B.W. tot en met art. 6:126 B.W..

Betaling van het nominale bedrag

Een verplichting tot betaling van een geldsom houdt in, dat het nominale bedrag van de schuld moet worden betaald (art. 6:111 B.W.). De betaling moet gedaan worden in “gangbaar betaalmiddel” volgens de valuta van het land waar betaald wordt (art. 6:112 B.W.).

Girale betaling

In art. 6:114 lid 1 B.W. wordt de mogelijkheid gegeven een geldschuld giraal te voldoen (art. 6:113 B.W. is overigens per 1-1-2002 vervallen en ontbreekt dus). De betaling geldt als uitgevoerd op het tijdstip waarop de rekening van de schuldeiser wordt gecrediteerd (lid 2).

Plaats van voldoening van een geldsom

In art. 6:115 B.W.  tot en met art. 6:118 B.W.  is geregeld waar de betaling van een geldsom moet plaatsvinden.

In principe is dit de woonplaats van de schuldeiser (d.w.z. waar die woont op moment van betalen) (art. 6:116 lid 1 B.W.). Zie in dit verband ook het bepaalde in Titel 3, Boek 1 B.W. Woonplaats.

De schuldeiser mag echter een andere plaats van betaling aanwijzen (binnen het land van zijn woonplaats t.t.v. aangaan van de overeenkomst of t.t.v. de betaling) (lid 2). Is die andere plaats bezwaarlijk voor de schuldenaar, dan mag die – alleen in het geval een andere plaats is aangewezen t.t.v. het aangaan van de schuld – vragen een andere plaats aan te wijzen. Tot dan kan de schuldenaar betaling opschorten (art. 6:117 B.W.).

Gaat het om bedrijfsmatige (of beroeps) activiteiten van de schuldeiser, dan geldt als woonplaats zijn zakelijke vestigingsadres (art. 6:118 B.W.).

Wettelijke (vertragings)rente

Art. 6:119 B.W., art. 6:119a B.W. en (art. 6:119b B.W. gaan over de vertragingsrente, die de schuldeiser kan vorderen wanneer een geldsom niet tijdig wordt betaald: de wettelijke rente. Art. 6:120 B.W. bepaalt hoe de rentevoet van deze verschillende rentes wordt vastgesteld.

Zie over de wettelijke rente een aparte subpagina wettelijke rente.

Betaling in valuta

Strekt een verbintenis tot betaling van ander geld dan dat van het land waar de betaling moet geschieden, dan is de schuldenaar bevoegd de verbintenis in het geld van de plaats van betaling te voldoen (art. 6:121 lid 1 B.W.). Tenzij wet, rechtshandeling of gewoonte anders bepalen (lid 2). Omgekeerd is de schuldeiser ook bevoegd betaling in de valuta van zijn woonplaats te vorderen, als de schuldenaar stelt niet in een andere – bedongen – valuta te kunnen voldoen (art. 6:122 B.W.).

Een rechtsvordering tot betaling van een geldsom in valuta kan in Nederland naar keuze van de schuldeiser worden ingesteld in die valuta dan wel in Nederlands geld (oftewel Euro) (art. 6:123 B.W.). Een executoriale titel die luidt in buitenlandse valuta kan die innen in Nederlandse valuta (lid 2).

De omrekening geschiedt in deze gevallen naar de dagkoers (art. 6:124 B.W.).

Valutaschade

De regeling inzake vertragingsrente laat onverlet de bevoegdheid van de schuldeiser om daarnaast ook het koersverlies als schade te vorderen (art. 6:125 lid 1 B.W.). Dit is een uitzondering op de hoofdregel, dat art. 6:119 B.W. een algehele vergoeding van de vertragingsschade omvat. Zie de pagina Wettelijke rente.

Andere relevante pagina’s

Algemene bepalingen verbintenissenrecht (Titel 1, Boek 6 B.W.)

[MdV, 22-10-2017; bijgewerkt 3-1-2019]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.