LawyrupBurgerlijk wetboekBijzondere overeenkomsten (Boek 7 B.W.)Arbeidsovereenkomst (Titel 10, Boek 7 B.W.)

Arbeidsovereenkomst (Titel 10, Boek 7 B.W.)

Inleiding arbeidsovereenkomst

De arbeidsovereenkomst is evenals bvb. de koopovereenkomst een zgn. “benoemde overeenkomst”, die de wetgever nader heeft uitgewerkt in Titel 10 van Boek 7 B.W.. Met name ter bescherming van de rechten van de werknemer is de regeling vrij uitvoerig geworden. Immers behoren werk (en daarmee een inkomen) en een dak boven je hoofd tot de meest essentiële behoeften van de mens.

Uiteraard geldt ook hier, dat niet mag worden vergeten dat het arbeidsrecht deel uitmaakt van – en is ingebed in – het verbintenissenrecht en in het bijzonder het overeenkomstenrecht. De bijzondere bepalingen van het arbeidsrecht hebben echter voorrang boven de meer algemene regels. Maar op vraagstukken zoals de totstandkoming van de overeenkomst, wilsuiting, dwaling enz. zijn de algemene bepalingen over die leerstukken ook hier onverminderd van belang.

Binnen de regeling van het arbeidsrecht maakt het ontslagrecht (zie de pagina Einde van de arbeidsovereenkomst) een afzonderlijk onderdeel uit, dat met zo mogelijk nog meer met een sociaal spanningsveld is omgeven. De afgelopen jaren is het arbeidsrecht sterk in beweging vanwege de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in 2015 (i.w.tr. 1 juli 2015, Stb. 2014, 274). De WWZ beoogde een sneller, eenvoudiger, eerlijker en goedkoper ontslagrecht. Eerlijker doordat het verschil tussen ontslag via een ontslagvergunning, waarbij geen vergoeding werd gegeven, en een ontbinding van de arbeidsovereenkomst via de Kantonrechter, waarbij wel een ontbindingsvergoeding kon worden toegekend, werd weggenomen door de invoering van de verplichte transitievergoeding. Goedkoper omdat die transitievergoeding aanzienlijk lager is dan de vergoeding volgens de vroegere “Kantonrechtersformule”. Of de ontslagprocedure ook eenvoudiger is geworden, wordt door praktijkjuristen in twijfel getrokken.

De meest recente aanpassing is de wijzigingswet van 29 mei 2019 (Wet Arbeidsmarkt in Balans) (Stb. 2019, 219) (i.w.tr. 1-01-2020, Stb. 2019, 266) die blijkens de aanhef ten doel heeft:

“om een nieuwe ontslaggrond in te voeren;
de mogelijkheden om een flexibele arbeidsovereenkomst aan te gaan te verruimen waar de aard van het werk dit vereist;
de proeftijd te verlengen;
de transitievergoeding voor langdurige arbeidsovereenkomsten te verlagen en tegelijkertijd vanaf de eerste dag recht op transitievergoeding te laten ontstaan;
regels te stellen ter voorkoming van permanente beschikbaarheid van werknemers met oproepcontracten;
te bewerkstelligen dat concurrentie op arbeidsvoorwaarden bij payrolling wordt voorkomen;
een WW-premie in te voeren waarvan de hoogte afhankelijk is van de contractvorm en de sectorpremies af te schaffen, teneinde de balans tussen vaste en flexibele arbeidsovereenkomsten te verbeteren.”

Procedures over arbeidszaken moeten op grond van art. 93 aanhef en sub c Rv. in de regel (uitzondering is bij voorbeeld: de statutair bestuurder) in 1e instantie worden aangebracht bij de Kantonrechter (zie de pagina Kantonzaken).

Afbakening arbeidsovereenkomst

De wet begint met een aantal algemene bepalingen. De belangrijkste bepaling, ter afbakening van het arbeidsrecht ten opzichte van andere overeenkomsten waarbij iemand zijn werkkracht verhuurt is uiteraard art. 7:610 B.W. met de definitie van de arbeidsovereenkomst.

De beschermingsgedachte komt meteen in art. 7:610 lid 2 B.W. tot uitdrukking: als ook een ander type overeenkomst op de rechtsverhouding van toepassing kan zijn, gelden beide regimes. Maar in geval van strijd prevaleert het arbeidsrecht.

De kenmerkende elementen van de arbeidsovereenkomst zijn:

1. de verplichting arbeid te verrichten voor een ander
2. voor een bepaalde tijdsduur
3. tegen een vergoeding (loon)
4. en last but not least: “in dienst” wat impliceert dat er een gezagsverhouding moet zijn

Zie voor de verdere uitwerking de subpagina’s hierna.

Slotbepaling art. 7A:2031 B.W.

Een geniepige bepaling is die van art. 7A:2031 B.W., die niet in Titel 10, maar heel ergens anders staat, en die bepaalt dat de Algemene Termijnenwet niet geldt voor Titel 10 van Boek 7 B.W. zie het hieronder vermelde arrest en de pagina Slotbepaling Algemene Termijnenwet.

Rechtspraak

Hof Den Bosch 13 juli 2017 – vraag of verzoek ex WWZ ontvankelijk is nu de laatste dag van de termijn op een zondag viel en niet op maandag. Werkgever beroept zich op art. 7A:2031 B.W. en stelt niet ontvankelijkheid. Hof vraagt partijen zich uit te laten; maar vermeldt wel dat de termijn niet is ontleend aan Titel10 Boek 7 B.W., maar aan art. 358 Rv.

Hof Den Bosch 14 september 2017 – Voor een geslaagd beroep van [verweerster] op verrekening met de gefixeerde schadevergoeding is vereist dat zij binnen de in artikel 7:686a lid 4 sub a BW genoemde vervaltermijn van twee maanden na het ontslag op staande voet een verrekeningsverklaring aan [appellant] heeft doen toekomen (vergelijk hof ’s-Hertogenbosch, 19 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:134).

Auteur & Last edit

[MdV, 10-09-2016; bijgewerkt 11-01-2019]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.